25 januari 2011
Opinie
In de Volkskrant van 11 november jl. (NOOT 1) betoogt een van de auteurs (Gerard Sierksma) van dit artikel dat voor hem Contador dé Tourwinnaar van 2010 is en blijft, hoe de huidige dopingperikelen rond de Spanjaard ook uitpakken. Volgens hem zou na de prijsuitreikingen niet meer aan uitslagen getornd mogen worden: alle tests gaan na de huldiging in de prullenmand en controles tussen opeenvolgende wedstrijden worden afgeschaft. Deze tamelijk boude stellingname heeft aanleiding gegeven tot een stevige e-mailwisseling tussen beide auteurs en leidde tot een gemeenschappelijk standpunt.
Het dopinggedoe rond Contador kent vele vergelijkbare gevallen. Niemand snapt waarom Armstrong elf jaar na zijn Touroverwinning in 1999 deze alsnog kwijt kan raken wegens vermeend dopinggebruik tijdens die tour. Het lijkt erop dat net zo lang wordt gezocht tot ‘bewijs’ wordt gevonden, hoe dun ook. Na vele negatieve tests, is één minuscuul positief resultaat ‘voldoende bewijs’ voor bedrog; bij Contador gaat het om 0,00000000005 gram verboden materiaal dat vele maanden na zijn Tourzege gevonden schijnt te zijn. Waarom blijft men zoeken? Wil men per se iets vinden? En of dat gecontroleer en gezoek nog niet voldoende is, worden tegenwoordig buiten de wedstrijden zogenoemde out of competition controles uitgevoerd. Volgens Soek (NOOT 2) zijn die zelfs strijdig zijn met de mensenrechten.
Winnaars worden gehuldigd terwijl ze feitelijk nog verdacht zijn. Het zou derhalve van tweeën een moeten zijn: stop het gespeur na afloop van de huldiging, of wacht met huldigen totdat alle tests zijn uitgevoerd en al het materiaal is onderzocht. Het uitstellen van huldigingen werkt natuurlijk niet. Immers dan was Armstrong nog steeds niet gehuldigd voor zijn Touroverwinning in 1999. Doorgaan met speuren na de huldiging maakt die huldiging ongeloofwaardig.
Regels voor sportregels
Naar ons oordeel moeten zowel de
gewone sport- en spelregels als de dopingregels (hierna kortweg sportregels
genoemd) aan vier overkoepelende voorwaarden worden getoetst: regels voor
sportregels:
1. Sportregels moeten functioneel zijn (betreffende
onder meer spelverloop en veiligheid);
2. Sportregels moeten een
toegevoegde waarde voor de sport hebben, haar faciliteren;
3. Sancties
op het overtreden van sportregels moeten proportioneel zijn met de aard en de
ernst van de overtreding;
4. Sportregels, overtredingen, opsporen en
sanctioneringen moeten zich beperken tot het sportdomein.
Ad 1. De omstreden dr. Bibberregel uit het schaatsen is een voorbeeld van een regel die niet functioneel is. Het is immers onduidelijk welk probleem ze oplost. Het veiligheidsargument dat de ISU hanteert (NOOT 3) om dr. Bibber te rechtvaardigen is een drogreden. Er is er geen geval bekend waarbij de veiligheid van schaatsers door overschrijding van de baanmarkering ‘op het rechte eind’ in het geding is. Anderzijds is de wisselregel - die bepaalt welke schaatser voorrang heeft op de kruising - wel functioneel.
Ad 2. De sport is gebaat bij een zo klein mogelijk aantal regels, die een correct spelverloop, de veiligheid en de ‘ervaren eerlijkheid’ waarborgen. Iedere sportregel moet voor de sport en haar beoefenaren een toegevoegde waarde hebben. We spreken van ervaren (on)eerlijkheid in plaats van feitelijke (on)eerlijkheid omdat vanuit een sportfilosofische benadering (NOOT 4) sport ‘per definitie oneerlijk’ is. Sport is pas eerlijk als alle deelnemers exact dezelfde uitgangssituatie meekrijgen, zowel vooraf als tijdens de wedstrijd. De atleet of het team wint slechts als ergens een voordeel is verkregen op de tegenstander en dat is volgens die theorie ‘oneerlijk’. Echter ieder weldenkend mens vindt het niet oneerlijk als sporters hun prestatie bevorderen met een sponsor die hun meer mogelijkheden geeft dan de concurrent. Willen ze hun fysieke capaciteit vergroten met prestatiebevorderende middelen, dan noemen we dat doping (oneerlijk) en volgen zware sancties tot mogelijk vijf jaar gevangenisstraf. Dan zijn sporters criminelen. Om de ‘misdaad’ op te sporen zijn wereldwijd organisaties opgezet, met bevoegdheden die in onze westerse cultuur buiten het sportdomein onacceptabel zijn. Objectief gezien is het onduidelijk waarom prestatiebevordering via financiële middelen eerlijker of oneerlijker is dan prestatiebevordering via farmacologische middelen.
Kortom: sportregels zijn niet eerlijk of oneerlijk, we vinden ze eerlijk of oneerlijk.
Ad 3. Sancties op het overtreden van sportregels moeten proportioneel zijn met de aard en de ernst van de overtreding. Een overtreding van de dr. Bibberregel doet niets af aan de ‘ervaren eerlijkheid’ van het schaatsen. Integendeel, niet de overtreding van deze regel, maar de handhaving ervan wordt door sporter en publiek als oneerlijk ervaren. Diskwalificatie bij overtreding is dan disproportioneel (het kostte schaatsster Jorien Voorhuis haar nationale titel op de 5.000 meter. (NOOT 5)). Natuurlijk mogen schaatsers niet langdurig buiten hun eigen baan gaan rijden, maar daar waren al regels voor.
Ad 4. Sport- en spelregels dienen zich te beperken tot het sportdomein. Daarbuiten zijn andere organen aangewezen voor het maken, handhaven en sanctioneren van wetten en regels. Als de Dopingautoriteit vindt dat een dertienjarig meisje tegen haar ouders beschermd moet worden, moet zij de kinderbescherming waarschuwen en haar niet onder het zwaarste dopingregiem plaatsen. Als organisaties buiten hun eigen domeinen regels mogen stellen en sanctioneren, is de anarchie geboren.
Samengevat, in de sport zijn regels regels en moeten overtredingen van die regels bestraft worden. Echter, alle sportregels (inclusief dus de dopingregels) die niet aan de hiervoor geformuleerde regels voor sportregels voldoen, kunnen de prullenmand in.
Strafdomeinen bij sport
Hoe past nu bijvoorbeeld het
bijt-akkefietje van voetballer Luis Suarez binnen deze regels? Heel Nederland
zag dat Suarez zijn collega Otman Bakkal in de schouder beet. Echter de
scheidsrechter zag het niet. Betekent dit dat deze nare overtreding volgens onze
‘regels voor sportregels’ niet bestraft kan worden? Inderdaad, niet binnen het
sportdomein. Echter het bijten van medemensen is strafbaar, ook buiten het
sportveld. Bakkal kan aangifte doen bij de politie, waarna de rechter beslist
over de aan Suarez op te leggen straf.
Er zijn drie domeinen waarin een sporter bestraft kan worden: (1) het sportdomein, (2) het werkgeversdomein, en (3) het publieke domein.
Ad. 1. Overtredingen die tijdens de wedstrijd door het arbitrale team worden geconstateerd, worden volgens de vigerende regels terstond bestraft en/of gerapporteerd. De straf kan derhalve het wedstrijdverloop beïnvloeden (een voetballer met een rode kaart). Het betreffende sporttribunaal kan ook na de wedstrijd (verdere) sancties opleggen die echter de uitslag van de wedstrijd niet veranderen. Bij Suarez heeft het sportdomein haar kans verspeeld omdat het bijtincident niet is geconstateerd en/of gerapporteerd.
Ad. 2. De werkgever kan zijn werknemer arbeidsrechtelijk straffen als deze handelt tegen de regels en de goede omgangsvormen van die werkgever. Ook Suarez werd door zijn werkgever (Ajax) bestraft. Werkgevers kunnen zelfs ongepast gedrag dat op zichzelf niet strafbaar is bestraffen, maar de goede naam van de werkgever wel aantast. De sporter kan bezwaar halen bij de arbeidsrechter. Ook kan een onafhankelijke mediator een rol spelen.
Ad. 3. Bij overtredingen die ook buiten het sportdomein strafbaar zijn (zoals bijten) kan de benadeelde partij (hier Bakkal) aangifte bij de politie doen of een civiel-juridische procedure starten. Dat kan ook naast de straf binnen het sportdomein. Via reguliere gerechtelijke procedures beoordeelt de rechter de strafbaarheid en de strafmaat en bepaalt een civiele genoegdoening. Met hulp van een onafhankelijk mediator kunnen de partijen proberen tot een gezamenlijk vergelijk te komen.
Excessen
Contador wordt voor 0.00000000005 gram doping
mogelijk zijn Tourzege ontnomen. Het NOS-sportjournaal van zondag 5 december
2010 meldde haaruitval bij de Spanjaard door spanningen. Een symptoom van
ernstige psychosomatische problemen.
En wat te denken van de ondertussen zestienjarige schaatser die door de Nederlandse Dopingautoriteit voor het internationaal sporttribunaal (CAS) wordt gesleept, omdat deze autoriteit het niet eens met de uitspraak van het Nederlandse tribunaal (NOOT 6). Hebben we enig idee wat de psychosociale gevolgen voor deze jongen gedurende de rest van zijn leven zijn? Vervolgens werd zijn - al eerder gememoreerde - jongere zus als dertienjarige onder het zwaarste dopingregiem geplaatst, omdat de Nederlandse Dopingautoriteit de zaak ‘niet vertrouwde’. Toen haar vader niet akkoord ging, werd ze geschorst (NOOT 7). In hoeverre tast dit het vertrouwen in de maatschappij aan bij een tiener, die dit vertrouwen net begint te ontwikkelen?
Bij de Belgische wielrenner Kevin van Impe was een dopingcontrole belangrijker dan de voorbereiding van de crematie van zijn overleden zoon (NOOT 8). Slechts een oplettende manager hield schaatsster Claudia Pechstein en haar partner van zelfmoord af (NOOT 9). Wielrenner Michael Rasmussen dacht aan zelfmoord na zijn ontslag bij de Rabobankploeg (NOOT 10). Een basketballer pleegde zelfmoord na zijn schorsing voor doping (NOOT 11). Bij het overlijden van wielrenner Marco Pantani lijken antidopingperikelen een belangrijke rol te hebben gespeeld (NOOT 12). Een Spaanse ex-mountainbiker hing zichzelf op wegens dopingkwesties (NOOT 13). Yuri van Gelder werd gestraft voor een middel dat hij buiten de competitie mocht gebruiken. Volgens een recent rapport van de Nederlandse Dopingautoriteit (NOOT 14) ervaren 47% van de Nederlandse sporters, die onder de where abouts (NOOT 15) regeling vallen, deze als een inbreuk op hun privacy: sporters voelen zich aangetast in hun vrijheid. Tijdens de Tour de France wil men nachtelijke controles gaan invoeren (NOOT 16).
Het antidopingbeleid lijkt zo langzamerhand een aanzienlijk groter risico voor de gezondheid van sporters dan het dopinggebruik zelf. Natuurlijk moet het gebruik van verboden middelen bestraft worden, maar het huidige antidopingbeleid is contraproductief.
Stemmingmakerij
Een belangrijke reden dat het huidige
antidopingbeleid niet voldoet aan de regels voor sportregels is dat het
gebaseerd is op emotie en fantasie en niet op feiten. Het emotionele aspect komt
tot treffend tot uiting in een interview in Nieuwsuur (NOOT 17) met oud-renner en journalist Paul
Kimmage, een van de mensen achter de al elfjaar durende hetze tegen Armstrong.
Kimmage betwist alle zeven Tourzeges van Armstrong. Armstrong is volgens hem ‘de
kanker van het peloton’ (hoe ironisch) en vervolgt met ‘Voor mij staat Armstrong
voor alles wat niet deugt aan het profwielrennen’. In een dergelijke emotionele
toestand ontstaan gemakkelijk situaties waarin doorgezocht wordt tot een
minuscuul bewijs wordt gevonden, hoe lang dat ook duurt en hoeveel tegenbewijs
er ook is. Zelfs het construeren van bewijs gaat tot de mogelijkheden behoren:
de schuld staat immers vast.
Een ander voorbeeld van ongefundeerde beschuldiging komt van IOC-lid en voormalig UCI-praeses Hein Verbruggen die zegt dat epo de wielerprestaties met meer dan twintig procent laat toenemen (NOOT 18). Een wielrenner die in een tijdrit van 50 km gemiddeld 50 km/uur (één uur) kan rijden, kan dan volgens Verbruggen met epo 60 km/uur rijden en dat scheelt tien minuten. Een gigantisch voordeel, dat vrijwel iedereen als oneerlijk ervaart en dus ondersteuning van het antidopingbeleid zal oproepen. Verbruggen baseert zijn uitspraak echter niet op gedegen onderzoek, maar op het toenemende aantal wereldrecords in het wielrennen, het zwemmen en het schaatsen sinds epo (rond 1990) in de sport kwam. Die twintig procent van Verbruggen is compleet uit de lucht gegrepen: stemmingmakerij (NOOT 19).
Over de prestatiebevorderende effecten van epo zijn slechts twee ‘goede’ onderzoeken (NOOT 20) beschikbaar. Generaliseren we de resultaten van deze onderzoeken naar beroepswielrenners (het is twijfelachtig of dat ongecorrigeerd kan), dan beïnvloedt epo de fietssnelheid slechts marginaal: de romphouding iets lager (aerodynamischer) is al snel efficiënter (NOOT 21). Recent onderzoek (NOOT 22) laat zien dat de ideeën over prestatiebevordering door epo vooral door psychologische processen lijken te ontstaan. Ander recent onderzoek (NOOT 23) toont aan dat de winnaars van de Tour, de Giro en de Vuelta in de epoperiode niet significant beter presteerden dan in de pre-epoperiode.
Met andere middelen dan epo is een significante prestatiebevordering bij wielrenners nog onwaarschijnlijker. Kortom, het lijkt erop dat de anti-dopingregels (1) nauwelijks ergens op gebaseerd zijn; (2) niet bijdragen aan de sport en haar sportiviteit, in tegendeel ze maken de sport ongeloofwaardig; (3) buitenproportioneel gesanctioneerd worden; en (4) gesanctioneerd worden buiten het sportdomein.
Zodra de volksliederen hebben geklonken worden de uitslagen niet meer
veranderd. Sporters worden binnen het sportdomein dan alleen nog gestraft op
basis van tijdens de wedstrijd geconstateerde en gerapporteerde overtredingen
van regels, en dat geldt ook voor alle dopingregels. En wat die where
abouts betreft: onmiddellijk ermee stoppen.
Bram Brouwer is
ruim dertig jaar schaatstrainer en was een van de eerste gediplomeerde
wielrentrainers in Nederlanden. Hij heeft 15 jaar professioneel duursporters
begeleid en is daarna psychologie gaan studeren aan de Open Universiteit. Hier
studeerde hij in 2009 cum laude af als arbeids en organisatiepsycholoog op het
onderwerp ‘Doping als drogreden’ en behaalde de basisaantekening
sportpsychologie. Momenteel werkt hij aan zijn proefschrift met als werktitel
‘De mythen van epo bij wielrennen’. Daarnaast werkt hij in zijn eigen praktijk,
als adviseur/coach voor mensen en organisaties die willen presteren en verzorgt
lezingen over deze onderwerpen. Ook is hij actief als (sport)mediator.
Voor meer informatie: info@brambrouwer.nl
of www.brambrouwer.nl.
Gerard
Sierksma is hoogleraar Kwantitatieve Logistiek aan de Faculteit Economie en
Bedrijfskunde aan de Rijks Universiteit Groningen. Hij is specialist in het
ontwikkelen van computersystemen ter ondersteuning van logistieke beslissingen.
Deze systemen past hij ook toe in de sport. Hij reed de laatste drie
11-stedentochten en is mede-auteur van de boeken 'Tour de France Top 100'
en 'Schaatsen Top 100 '
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.