26 april 2011
Opinie
Afgelopen maand is bekend geworden dat de Europese Commissie (EC) een vooronderzoek is gestart naar mogelijke staatssteun van enkele Nederlandse gemeenten aan betaald voetbalclubs. Het vooronderzoek van de EC spitst zich toe op de clubs Vitesse, NEC, Willem II en MVV en de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Tilburg en Maastricht. Zo heeft de gemeente Tilburg - eigenaar van het stadion waarin Willem II haar voetbalwedstrijden speelt - de huurprijs van het stadion sterk verlaagd. De gemeente Maastricht heeft een schuld van MVV aan de stad kwijtgescholden. De gemeente Nijmegen heeft een schuld van NEC kwijtgescholden en de gemeente Arnhem tot slot heeft leningen aan Vitesse verstrekt om deze leningen – al dan niet onder druk van de supportersoproer – vervolgens kwijt te schelden. In de Telegraaf stond op 19 april jl. het bericht dat PSV bij de gemeente Eindhoven heeft aangeklopt voor (financiële) hulp.
Los van de vraag of er sprake is van (on)eerlijke concurrentie tussen de betaald voetbalclubs, is het interessant om stil te staan bij de vraag wanneer sprake kan zijn van mogelijke staatssteun bij de bouw en exploitatie van sportaccommodaties. Met name voor de beoogde kandidaatstelling van Nederland voor de Olympische Spelen van 2028 en de exploitatie van de sportaccommodaties na afloop, dient dit punt niet gemakkelijk gepasseerd te worden.
Staatssteun
Op grond van het VWEU (verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) kan er sprake zijn van staatssteun als aan de volgende vijf criteria is voldaan:
(I) er is een voordeel verstrekt dat met staatsmiddelen is bekostigd / door de overheid verleend;
(II) er is sprake van een voordeel aan een onderneming dat deze onderneming niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen;
(III) er is sprake van een selectief voordeel;
(IV) er is sprake van een (dreigende) vervalsing van de mededinging
(V) het voordeel kan een ongunstig effect hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten.
Voor de staatssteunmaatregelen die voldoen aan al deze criteria geldt in principe een voorafgaande verplichte melding bij de EC. Deze steunmaatregelen moeten vooraf bij de EC worden gemeld. Gebeurt dat niet en wordt de steun toch verstrekt, dan heeft dat tot gevolg dat deze steun als onrechtmatig kan worden aangemerkt.
Uitzonderingsgevallen op bovenstaande criteria zijn onder meer steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid en bepaalde regionale (categorieën) te stimuleren. Ook opleidingssteun, werkgelegenheidssteun, MKB-steun zijn onder meer voorbeelden van mogelijke uitzonderingen op verleende staatssteun en dus geen verboden staatssteun.
Mogelijke vormen van staatssteun
Aan welke vormen moet worden gedacht wil er sprake kunnen zijn van (mogelijke) staatssteun? Voorbeelden zijn: de verkoop van niet-bouwrijpe grond aan een onderneming met een ontwikkelopdracht voor een prijs die onder de marktwaarde ligt en aankoop door een gemeente van grond van een onderneming voor een prijs die ver boven de marktwaarde ligt. Andere voorbeelden zijn: verkoop van bouwgrond, door een gemeente, aan een onderneming voor een prijs die onder de marktwaarde ligt, verlaging van de exploitatiebijdrage, verlaging van huurbijdragen en tot slot het verlenen van locatiegebonden subsidies, garanties, of leningen tegen te soepele, niet marktconforme voorwaarden. De algemene conclusie die hieruit valt te trekken is dat de overeenkomsten van een gemeente met een marktpartij tegen ‘marktconforme prijzen’ moeten worden gesloten.
Bij gemeenten kunnen echter zowel juridische, economische, politieke als sociale overwegingen een rol spelen in de besluitvorming om sportorganisatie, al dan niet met publieke middelen, financieel te ondersteunen. Om gemeenten en provincies van de staatssteunaspecten bij dergelijke financiering bewust te maken publiceerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2004 al het 'Nationaal referentiekader steun aan betaald voetbal'. Het document is een leidraad voor het in overeenstemming brengen van steun aan voetbalclubs met de Europese staatssteunregels. In dit referentiekader wordt een risicoanalyse van de meest gangbare vormen van steunverlening geschetst en worden enkele 'veilige zones' in kaart gebracht.
Indien Nederland zich daadwerkelijk kandidaat stelt voor de Olympische Spelen - de voorbereidingen hiervoor zijn al gestart - zullen meerdere accommodaties moeten worden aangepast of gebouwd. Vooruitlopend hierop zou de overheid er verstandig aan doen, gelijk aan het document ‘Nationaal referentiekader steun aan betaald voetbal’, om ook voor de te bouwen accommodaties en de uiteindelijke exploitatie ervan, een vergelijkbaar document op te stellen. Dit voorkomt dat gemeenten, ondernemingen en sportorganisaties voorafgaand aan of na afloop van de Olympische Spelen tegen mogelijke staatssteunproblematiek aanlopen.
Uitspraak EC Sportpaleis Ahoy
Het onderzoek van de Europese Commissie naar een investering van 42 miljoen euro door de gemeente Rotterdam in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis Ahoy onderstreept de noodzaak van het opstellen van zo’n vergelijkbaar document.
Het Ahoy-complex omvat - zoals bekend - een Sportpaleis, tentoonstellingshallen en een groot vergader- en congrescentrum. Het biedt onderdak aan een groot aantal verschillende evenementen zoals tentoonstellingen, conferenties, handelsbeurzen, shows, concerten en sport- en maatschappelijke evenementen.
In 2006 privatiseerde de gemeente Rotterdam de exploitatie van het Ahoy-complex en verhuurde het gebouw aan de exploitant, Ahoy Rotterdam N.V. Als eigenaar van het complex investeert de gemeente op dit moment in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis. In februari 2007 heeft de gemeente Rotterdam de voorgenomen investering bij de EC gemeld om rechtszekerheid te verkrijgen. De gemeente Rotterdam nam hierbij als uitgangspunt dat de investering geen staatssteun vormde, omdat de gemeente geen selectief voordeel aan de exploitant van het complex verschafte.
In januari 2008 is de EC een officieel onderzoek gestart naar de geplande investering in de renovatie en de ontwikkeling van het Ahoy-complex. Hierbij heeft de EC onder meer de voorwaarden waaronder de transacties tussen de gemeente en de exploitant van het complex zijn gesloten bestudeerd. Het onderzoek van de EC wees uit dat de investering van de gemeente geen onrechtmatig voordeel toekent aan de exploitant van het complex of aan enige andere onderneming, omdat de overeenkomsten met de gemeente Rotterdam tegen marktconforme voorwaarden zijn gesloten. De Commissie heeft geconcludeerd dat de maatregel geen staatssteun inhoudt. In dit verband kende de EC ook betekenis toe aan het feit dat de prijs van de aandelen in Ahoy'-Rotterdam N.V. en de huurprijs voor het Ahoy'-complex marktconform zijn.
Deze beschikking van de EC is interessant voor andere gemeenten en provincies die voornemens zijn te investeren in sportaccommodaties. Zolang de verkoop en/of verhuurtransacties in verband met de exploitatie van een complex of een sportaccommodatie tegen marktconforme tarieven plaatsvindt, zal niet snel sprake zijn van een onrechtmatig voordeel voor de exploitant of aan enige andere onderneming.
Afsluiting
Met de organisatie van de Olympische Spelen van 2028 in het vooruitzicht, is het aan te raden om een overkoepelend document te maken waarin onder meer de staatssteunperikelen voor gemeenten, ondernemingen en sportorganisaties uiteen worden gezet. Hiermee wordt zorgvuldige voorbereiding voor de accommodaties voor de Olympische Spelen vergroot en zal de exploitatie van de accommodaties na afloop van de Spelen niet tot problemen leiden. Wellicht dat een (interessante) uitspraak van de EC over mogelijke staatssteun bij betaald voetbalclubs hierin tevens kan worden opgenomen. Net als veel supporters van de eerder genoemde voetbalclubs ben ook ik benieuwd naar de uitkomst van het vooronderzoek en het de eventuele beschikking.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.