“The five-times Olympic swimming champion Ian Thorpe says he has spent much of his life battling 'crippling depression', occasionally considered suicide and often turned to heavy alcohol consumption to manage his moods.
Thorpe, said that while he did not consider himself an alcoholic, he “used alcohol as a means to rid my head of terrible thoughts, as a way of managing my moods”. He said he was able to hide his drinking from sports psychologists and coaches and at times considered suicide.”
The Guardian, Saturday 13 October 2012
'Ons absolute doel moet zijn om de geestelijke gezondheid en het presteren van onze atleten te bevorderen'
door: Annemieke Zijerveld
Er is in Nederland al veel tijd en geld geïnvesteerd in onderzoek naar de behandeling van fysieke blessures bij atleten. Psychische problemen blijven echter nog onderbelicht. Mijn ervaring als klinisch psycholoog leert dat atleten met psychische problemen vaak niet geheel juist gediagnosticeerd worden. Als gevolg daarvan krijgen deze atleten niet de behandeling die ze nodig hebben.
Net als ieder ander kunnen atleten te maken krijgen met problemen van psychische aard, zoals depressie en verslavingsproblematiek. Artsen, die vaak onderdeel vormen van een begeleidingsteam, beamen dat weinig atleten uit zichzelf de zorg zoeken die ze nodig hebben. Dit grotendeels veroorzaakt door het sociale stigma dat ook in Nederland nog steeds gepaard gaat met psychische problematiek. Dit sociale stigma vinden we niet alleen terug bij de atleten zelf, maar ook binnen het begeleidingsteam.
Als klinisch psycholoog werk ik hoofdzakelijk met elite-atleten, zowel in Nederland als in het buitenland. Mijn werkterrein is breed en varieert van golf, hockey, wielrennen, tot boksen, rugby en cricket. Hierbij is mij opgevallen dat er een groot verschil bestaat in de opvattingen rondom het begrip geestelijke gezondheid van atleten. In landen als Australië en Engeland vormt geestelijke gezondheid tegenwoordig een onderdeel van het sportklimaat. In het Nederlandse sportklimaat hebben psychologische begrippen zoals focus en flow een goede intrede gedaan, maar echt verder dan dit zijn we nog niet gekomen.
Nederlandse atleten die psychische klachten ervaren, melden zich vaak uit eigen beweging bij mij, ondanks dat ze vaak een eigen begeleidingsstaf hebben. Deze atleten geven aan dat zij de angst hebben dat hun psychische problemen als zwakte zullen worden ervaren. Daarnaast geven ze aan dat van hen verwacht wordt psychische problemen zelf het hoofd te kunnen bieden en er maar overheen moeten groeien. Echter, de consequenties van psychische klachten die onbehandeld blijven, kunnen verstrekkend zijn.
Bij de uitoefening van mijn professie als klinisch psycholoog in de sport heb ik veel contact met collega’s uit het buitenland. De sportpsychologie in Australië viert momenteel hoogtij en kenmerkt zich door vernieuwend onderzoek. Psychologische interventies worden ontwikkeld om de geestelijke gezondheid van atleten te monitoren en te bevorderen. Het werkterrein is verbreed, omdat de consensus bestaat dat er zonder goede geestelijke gezondheid geen optimale prestaties mogelijk zijn. Het is dan ook niet vreemd dat de Australische sportbond onlangs bekend heeft gemaakt met aanzienlijk meer sportpsychologen af te reizen naar de Olympische Spelen van Rio in 2016.
In Nederland heb ik deze ontwikkelingen nog niet of zeer summier meegemaakt. Naar mijn idee moet het vakgebied zich meer gaan ontwikkelen. Sportpsychologie als professie kan een grotere bijdrage leveren aan het sportklimaat dan op dit moment gebeurt. Dit komt vooral doordat we specifieke kennis missen. Sportpsychologen willen wel bijdragen aan een goede geestelijke gezondheid van atleten, maar weten eigenlijk onvoldoende hoe ze dit moeten doen.
De ontwikkelingen die op dit gebied in Australië gaande zijn, vind ik hierbij een mooi voorbeeld. Australische sportpsychologen hebben onder meer naar aanleiding van verhalen van Ian Thorpe en Leisel Jones het werkgebied verbreed van prestatie naar algemene geestelijke gezondheid. Door veel te communiceren met de atleten werd hen duidelijk dat optimaal presteren op een continue basis onmogelijk is, zonder een goede geestelijke gezondheid.
Door deze verbreding van het werkterrein en de aandacht die er is gekomen voor het belang van een goede geestelijke gezondheid zijn veel meer Australische atleten gebruik gaan maken van de diensten van sportpsychologen. Hierbij is er minder aandacht gevestigd op het uiteindelijke resultaat, maar meer op het algemeen welzijn van de atleten. Met name omdat - als hier niet nu al aan gewerkt gaat worden - dit de atleten uiteindelijk kan hinderen in 2016. Dit is naar mijn mening een goede proactieve aanpak.
Het Olympisch Comité van Australië geeft aan dat ze er op het gebied van mentale begeleiding van hun atleten nog lang niet zijn. Echter, de nieuwe aanpak laat wel zien dat ze het algemeen welzijn van de atleet voorop stellen. Niet omdat ze de prestaties minder belangrijk zijn gaan vinden, maar juist om een optimaal presteren op een lange termijn mogelijk te maken. Optimale prestaties, niet ten koste van alles, maar geleverd door gezonde atleten.
Ik vind het inspirerend te zien hoe dit inzicht is opgepakt door mijn Australische collega’s. Waar men zich voorheen voornamelijk met prestaties bezighield, richt men zich nu eerst op het algemeen welzijn om vanuit daar verder te gaan met het optimaliseren van prestaties. Mijn collega’s hebben zich bewust verder geschoold in de klinische aspecten van de psychologie. Dit maakt hen nu - naar mijn idee - een echte toegevoegde waarde in de sportwereld, omdat ze een atleet in het hele traject kunnen bijstaan. Niet alleen op het atletisch vlak, maar ook op het persoonlijk vlak. Atleten zijn mensen en hebben ook een bestaan buiten de lijnen van het veld.
In Nederland is er zeker wel de wil om atleten op mentaal gebied te leiden naar optimale prestaties. Ook wordt er steeds meer het belang gezien van het mentale aspect in sport. Echter zijn er een aantal zaken nog onvoldoende bij elkaar gekomen. De kennis die er thans bestaat in ons land over
peak performance, talentontwikkeling,
focus en
flow zou verder aangevuld moeten worden met kennis vanuit de klinische kant van de psychologie.
Velen vinden het ook vreemd dat een sportpsycholoog eigenlijk vrij summiere kennis heeft van de klinische aspecten van de psychologie, zoals diagnostiek, depressie en angststoornissen. Dit omdat er vaak wordt aangenomen dat een psycholoog een allround psycholoog is en deze kwesties vaker dan gedacht spelen bij elite-atleten.
Naar mijn idee kan dit grotendeels worden toegeschreven aan de opleiding zoals deze thans bestaat voor sportpsychologie. Sportpsychologie kan deels voortkomen uit de bewegingswetenschappen en niet uit de sociale wetenschappen waar de klinische psychologie uit voort komt. Een voordeel hiervan kan zijn dat een sportpsycholoog een specialisatie heeft voor atleten en een klinisch psycholoog niet. Echter mist een sportpsycholoog weer klinische kennis, als het gaat om de algemene geestelijke gezondheid. Beide werelden zouden elkaar hierbij moeten aanvullen en profiteren van elkaars kennis.
Sport is wereldwijd en kennis kent geen grenzen. Daarom hecht ik veel waarde aan de kennis en het werkterrein van mijn buitenlandse collega’s. Ik bezoek regelmatig buitenlandse congressen en het valt mij op, dat mijn collega’s zich in razend tempo aan het ontwikkelen zijn. Zij erkennen een gebrek aan kennis wat betreft de algemene geestelijke gezondheid van atleten en onderschrijven dat als sportpsychologie als professie echt een verschil wil gaan maken, zij hun atleten van het begin tot aan het einde moeten kunnen begeleiden. Dat
peak performance een begrip zonder inhoud is, als er geen psychische balans is. Dat we elkaar te lang in slaap hebben gehouden met een aantal mooie begrippen als
focus en
flow, maar we de achterliggende essentie - die van een gelukkige, in balans zijnde atleet - zijn vergeten. Een confronterende conclusie ja, maar noodzakelijk om verder te kunnen.
Dit doet me terugdenken aan een conversatie die ik een jaar geleden had met een collega uit Engeland. Ik was uitgenodigd op zijn promotiefeest, omdat hij zijn PhD in sportpsychologie behaald had. Daarnaast was mijn collega werkzaam als sportpsycholoog en werkte hij voornamelijk met voetballers. Ik prees hem om zijn kennis en al zijn fantastische artikelen die hij had geschreven en dat hij daardoor vast een grote meerwaarde kon zijn voor zijn atleten.
Wat hij mij toen zei, is me altijd bijgebleven en was van een ontluisterende eerlijkheid. Hij zei:
'Ja ik weet alles over flow, alles over peak performance, houd daar de meest boeiende verhalen over en al mijn atleten en coaches luisteren daar geboeid naar. Maar wat heb ik daar aan het einde van de dag aan, als ze na de training weer naar huis gaan en ze weer te veel alcohol gaan drinken? Mijn verhaal lijkt op te houden, als mijn atleten buiten de lijnen komen. We zouden invloed op het geheel moeten hebben, op de mens achter de atleet, dan kunnen we pas echt iets bereiken.'Wat hij bedoelde: dat sportpsychologen zich wellicht teveel bezighouden met het topje van de ijsberg. De punten op de i. Alleen dat dit een eindstadium is, wat weinig toegevoegde waarde heeft als er geen oog is geweest voor alle voorwaarden die daaraan vooraf gaan. Geen optimale prestatie, zonder optimale geestelijke balans en gezondheid.
Deze bewustwording is gaande in het buitenland. Mijn collega’s in Engeland zijn druk doende om geestelijke gezondheid op de kaart te krijgen. Onlangs heb ik een publicatie mogen plaatsen op een Engels sportforum, met de titel 'Modern Hercules is Human too', wat ging over depressies bij elite-atleten. De reacties die hierop kwamen waren overweldigend. Enerzijds van atleten die het idee hadden dat ze erover konden praten, maar anderzijds ook van mijn Engelse collega’s. Dit toonde voor mij aan dat dit echt een onderwerp is dat speelt in de sportwereld.
Elite-atleten leven in een snelkookpan. Er is altijd druk, grote druk. Interne en externe factoren die een rol spelen. Ik denk af en toe: niets is normaal en alles heeft een eigen unieke aanpak nodig. Iedere theorie, ieder model dat we zouden loslaten op een elite-atleet, gaat deze tekort doen en derhalve missen we belangrijke informatie. Een accurate evaluatie van een atleet is een noodzaak. Wat is de persoonlijkheid, hoe gaat hij of zij met problemen om, hoe is de gemoedstoestand, alles is noodzakelijk om in de wereld van de atleet te komen en hem van daaruit te optimaliseren op een continue basis.
Mijn doel is om het geestelijke aspect van sport meer op de kaart te zetten. Het belang ervan en te laten zien hoeveel winst er nog valt te behalen, voor Nederland als sportland. Of dit nu vanuit de visie is van een sportpsycholoog of een klinisch psycholoog, het heeft voor mij geen zin om te gaan
labelen. Het gaat mij om het geheel. Het is het wakker schudden van ons allemaal. Als we willen blijven streven naar optimale prestaties, op een continue basis, dan moeten we ons openstellen voor de ontwikkelingen die thans binnen de sportwereld gaande zijn.
Kennis op het gebied van
peak performance,
focus en
flow is in voldoende mate aanwezig in Nederland. Dat kan gerust gesteld worden. Echter als we kijken naar de huidige ontwikkelingen in de sport op dit moment, dan moet er gesteld worden dat deze begrippen lege concepten zijn, als er geen sprake is van een tevreden en in balans zijnde atleet.
Een elite-atleet moet optimaal presteren, op een continue basis. Dit vereist draagkracht. Steeds meer atleten komen naar buiten met hun verhaal over depressie. Naast Ian Thorpe, hebben ook Jonathan Trott, Jack Green, Clara Hughes en dichterbij huis Stefan Groothuis en Martin Verkerk hun verhaal gedaan over hun sportleven en depressie. Allemaal indrukwekkende verhalen, maar wat gebeurt er nu concreet mee?
Naar mijn idee heeft eenieder die werkt met een atleet de taak zijn of haar welzijn te beschermen. Mijn collega’s in Australië, hebben dit erg mooi verwoord, in de volgende zin:
'We must protect our athletes more and not just stick them in a tracksuit and say bring home the medals'. Ik deel deze mening en ben ervan overtuigd dat als we in Nederland onze atleten optimaal willen laten presteren, op een gezonde en continue basis, we dit welzijn moeten erkennen.
Dit betekent ook dat wij - als psychologen in het veld, uit welke richting dan ook afkomstig - onze kennis moeten gaan vergroten op dit gebied. Niet binnen de eigen grenzen moeten blijven, maar juist daar overheen moeten kijken. Bij te blijven bij wat er op dit moment speelt in de sportwereld. Werken aan focus en flow, prima, vooral blijven doen. Maar niet uit het oog verliezen dat dit een eindpunt in een proces is, waarbij aan andere voorwaarden eerst moeten worden voldaan.
Natuurlijk is de titel van dit artikel scherp verwoord, maar als je vindt dat het anders moet en kan, moet je durven opstaan. Omdat ik vanuit een andere richting werkzaam ben geraakt in de sportwereld, vallen deze zaken mij wellicht op. Ik hoop dat dit schrijven een positieve discussie op gang brengt, zodat we ons verder kunnen ontwikkelen en verbeteren. Optimale prestaties op een continue basis, van tevreden en in balans zijnde atleten. Dat is mijn doel en daar wil ik mij hard voor maken.
Immers zonder doel geen prestaties.
Annemieke Zijerveld is klinisch psycholoog bij StatuMentis en volledig werkzaam in de sport. Hierbij begeleidt zij voornamelijk elite-atleten afkomstig uit Nederland, Engeland, Frankrijk en Zuid-Afrika. Haar specialisatie is depressie, verslavingsproblematiek en zij houdt zich bezig met de psychologische determinanten van dopinggedrag. Verder begeleidt ze individuele atleten om op een duurzame manier optimaal te kunnen presteren. Zijerveld geeft regelmatig lezingen, ook in het buitenland, over het onderwerp geestelijke gezondheid in de sport. Met name het openbreken van het taboe, dat nog steeds bestaat, over depressie in de sport, vormt hierbij een belangrijk onderwerp. Daarnaast verzorgt Zijerveld ook educatieprogramma’s voor coaches in de sport, om psychische problematiek te herkennen bij atleten en hoe hiermee om te gaan. Voor meer informatie: info@statumentis.nl of Twitter.