Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sportparticipatie verhogen vergeet niet de sociale context waarin schoolsport plaatsvindt

Sportparticipatie verhogen? Vergeet niet de sociale context waarin (school)sport plaatsvindt

20 mei 2014

Opinie

door: Niek Pot

Zoals regelmatig op Sport Knowhow XL te lezen is, wordt aan sport een belangrijke rol toegedicht in de bestrijding van overgewicht onder jongeren en van vele andere maatschappelijke, psychische, sociale en schoolgerelateerde problemen. Mede daarom zijn er veel initiatieven om de sportparticipatie onder jongeren te verhogen. Je kan hierbij denken aan allerlei leuke activiteiten waarbij kinderen verschillende 'Fundamental Movement Skills' of ‘letters’ van het fysieke alfabet leren en kennismaken met de materialen, regels en technieken van een sport. Dit kunnen we de technische aspecten van sport noemen. Vaak - maar zeker niet altijd - vindt die kennismaking met de technische aspecten van sport plaats op of via school. Het is echter de vraag of zo’n kennismaking daadwerkelijk bijdraagt aan het verhogen van de sportparticipatie onder jongeren.

In mijn proefschrift dat ik op 12 mei 2014 heb verdedigd, heb ik onderzocht hoe sportparticipatie bij kinderen gestimuleerd kan worden en wat de rol van schoolsport daarin zou kunnen zijn. Het blijkt dat de sociale context waarin het bewegen plaatsvindt ontzettend belangrijk is voor de betekenis die aan het beweeggedrag kan worden gegeven. Aangeleerde bewegingen zijn alleen betekenisvol en bruikbaar in een sportcontext als het leerproces van de (sport)beweging ook in die sportcontext plaatsvindt. Het aanleren van ‘contextloze’ bewegingen zoals 'Fundamental Movement Skills' of het fysieke alfabet zal dus weinig invloed hebben op het sportgedrag, wanneer deze niet gekoppeld worden aan een betekenisvolle sportcontext.

Bijvoorbeeld: het leren gooien van een bal, springen over een hekje of het slaan van een golfbal kan door heel veel kinderen leuk gevonden worden. De kans dat dit de sportparticipatie verhoogt is echter in grote mate afhankelijk van de vraag waar en hoe die bewegingen worden aangeleerd. Wordt de gooibeweging bijvoorbeeld aangeleerd terwijl een leerling in sportkleren op een honkbalveld staat, dan is de kans groter dat die beweging ook intrinsiek gekoppeld wordt aan de sport honkbal.

Er is ook veel bewijs voor het feit dat de sociale omgeving van een kind in grote mate bepaalt of een kind gaat sporten en welke sport dat kind dan gaat doen. Met name ouders - en op een bepaalde leeftijd ook vrienden - hebben veel invloed op dat proces. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ouders kinderen kunnen introduceren in de sociale aspecten van sportparticipatie. Hierbij kan je denken aan bekendheid met de sociale omgangsvormen op een sportclub, het hebben van vrienden die ook sporten en de norm dat sport ‘erbij hoort’.

In veel gevallen lijken huidige initiatieven die gericht zijn op het verhogen van de sportparticipatie niet in staat om deze sociaal-culturele aspecten van sportparticipatie over te dragen op kinderen. In mijn proefschrift toon ik aan dat zowel de technische als de sociale aspecten van sportparticipatie noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat sport deel gaat uitmaken van het leven van een kind, wat ook wel het ontwikkelen van een sportidentiteit genoemd kan worden.

Een belangrijke vraag die vervolgens beantwoord moet worden is hoe de ontwikkeling van die sportidentiteit dan gestimuleerd kan worden. In het (Nederlandse) sportbeleid is er de laatste jaren veel aandacht voor de rol die de school kan spelen in de sportontwikkeling van kinderen. Gebaseerd op veelal Amerikaans onderzoek wordt er in beleid van uitgegaan dat nauwe betrekkingen tussen school en sport invloed hebben op de sportparticipatie en de binding die kinderen met hun school voelen. Schoolbinding kan een belangrijke rol spelen in de aandacht die kinderen aan hun schoolwerk schenken en de mate waarin zij zich laten beïnvloeden door de schoolcontext, bijvoorbeeld in hun beweeggedrag.

Uit mijn onderzoek blijkt echter dat schoolsport in Nederland wezenlijk verschilt van schoolsport binnen het Angelsaksische systeem. Dat geldt zowel voor de organisatiestructuur als de sociale rol die het vervult binnen de schoolgemeenschap. Het is daarom niet realistisch om de verwachtingen van schoolsport in Nederland te baseren op onderzoek uit de Verenigde Staten.

Ik heb een eerste aanzet gedaan om de mogelijkheden van schoolsport in Nederland in kaart te brengen door middel van verschillende onderzoeken. Daarbij heb ik gekeken naar de samenhang tussen sporten bij de school op een zogenaamde sportcampus, het hebben van een sportidentiteit en de binding die leerlingen met hun school hebben. Ook heb ik gekeken naar de mogelijke ontwikkeling van sportidentiteit en schoolbinding tijdens deelname aan een langdurige schoolsportcompetitie voor basisschoolleerlingen.

Opvallende conclusies zijn dat deelname aan schoolsport niet gerelateerd lijkt aan schoolbinding, in tegenstelling tot de bevindingen in Amerika. Ook lijkt schoolsport niet bij te dragen aan de ontwikkeling van de sportidentiteit, hoewel deelnemers aan schoolsport een hogere sportidentiteit hadden dan niet-deelnemers. Dit lijkt echter verklaard te kunnen worden door een selectie-effect, waarbij leerlingen met een hoge sportidentiteit meer geneigd zijn deel te nemen aan schoolsport. Aangezien sportidentiteit een goede voorspeller is van langdurige sportparticipatie, kan ik concluderen dat de schoolsportinitiatieven die ik onderzocht heb, nauwelijks bijdragen aan een verhoogde sportparticipatie op de lange termijn.

Gebaseerd op mijn eerder genoemde literatuurstudie is het gebrek aan invloed van schoolsport op de sportidentiteit te verklaren doordat deze schoolsportinitiatieven de leerlingen in beperkte mate introduceren in de sociale aspecten van sportparticipatie. Gezien de sterke invloed van ouders op de sportparticipatie is een steeds vaker gehoord geluid dat de sportparticipatie eigenlijk niet te beïnvloeden is door goedbedoelde overheidsinitiatieven. Wanneer schoolsport erin slaagt zowel de sociale als de technische aspecten van sportparticipatie bij te brengen, zijn er echter meer kansen dat sportparticipatie op de lange termijn beïnvloed kan worden. Dit vereist een andere opzet van schoolsport, waarbij de (sociale context van de) sportvereniging intensief betrokken wordt bij de organisatie en schoolsport langduriger en intensiever wordt aangeboden. In mijn proefschrift doe ik suggesties voor een andere organisatie van schoolsport in de toekomst (zie ook hier).

Uit mijn proefschrift kan niet worden geconcludeerd dat schoolsport onzinnig is, al was het maar omdat het door veel kinderen als erg leuk wordt ervaren. Wat ik betoog is dat projecten gericht op het verhogen van de sportparticipatie oog moeten hebben voor alle relevante aspecten die sportparticipatie verklaren, waarbij de sociale context waarin sport plaatsvindt prioriteit zou moeten hebben. Pas dan bestaat er een realistische kans dat de sportparticipatie ook daadwerkelijk verhoogd wordt, met alle mogelijke voordelige (bij)effecten van dien.

Proefschrift Niek Pot
Niek Pot verdedigde op 12 mei 2014 zijn proefschrift getiteld 'Sport socialization and the role of the sport'. Klik hier voor de inhoud van dat proefschrift. Klik hier voor een korte, Nederlandstalige samenvatting ervan.

Niek Pot is onderzoeker aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, docent Sport en Bewegen (Calo, Windesheim Zwolle) en lid van de kenniskring Bewegen, School en Sport (Windesheim Zwolle).

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.