Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sportpark van de toekomst

Sportpark van de toekomst

2 juni 2009

Opinie

door: Hans van Egdom

Een sportpark als bruisend centrum van de wijk of buurt. Van 8.00 tot 24.00 uur sportieve activiteiten voor jong en oud. Het sportpark als ‘the place to be’. Dat zijn mooie ambities maar er moet een en ander gebeuren om dit beeld te kunnen realiseren.

In april mocht ik twee keer meedingen naar een adviesopdracht over de herinrichting van sportparken. De vraag was hoe het huidige sportpark versterkt kon worden op basis van een nieuw te ontwikkelen (inhoudelijk) concept. In de kern ging het om het ontwikkelen van ‘het sportpark van de toekomst’. Na de aanbesteding verder te hebben gelezen werd mijn enthousiasme getemperd. Hoewel het inhoudelijk concept nog moest worden ontwikkeld, stond de inrichting van het park namelijk al vast, zoals wel vaker het geval is. Hockeyvelden, handbalvelden, voetbalvelden, bij voorkeur in kunstgras en in de maximale maat uitgevoerd, vormden blijkbaar het sportpark van de toekomst…

Ik ga er altijd vanuit dat sportaccommodaties er zijn om sportactiviteiten mogelijk te maken. Nadrukkelijk in die volgorde. De diversiteit aan activiteiten is de afgelopen jaren nogal flink toegenomen. Immers, de sportverenigingen en andere sportaanbieders verbreden zo langzamerhand hun aanbod, daartoe gestimuleerd door een zeer uiteenlopende sportvraag van de kritische consument. Voorbeelden hiervan zijn sportieve (buitenschoolse) opvang, 45+ voetbal, trimhockey, panna, boarding voetbal, beachvolleybal en een specifiek senioren sportaanbod. Voeg daarbij modern (meer sportgericht) bewegingsonderwijs, combinatiefunctionarissen, recreatief medegebruik van parken, economische crisis en het binden van recreatieve sporters en je hebt genoeg redenen om een nieuwe kijk te ontwikkelen op het sportpark van de toekomst.

Sportparken zijn zo langzamerhand ook onderwerp geworden van een politieke discussie. Dat is ook logisch aangezien sportparken veel ruimte innemen in de wijk, vele partners faciliteren maar ook een (te) beperkt deel van de dag gebruikt worden. Anders gezegd, de maatschappelijke waarde van sportparken en bijbehorende investeringen kunnen zich verheugen op ruimteaandacht. Gezien de geschetste ontwikkelingen zou het logisch zijn als de inrichting, de exploitatie en organisatie van sportparken zo langzamerhand zou gaan veranderen. Tot op heden gaat deze ontwikkeling volgens mij (te) langzaam. Gelukkig zijn er wel op onderdelen innovaties zichtbaar.

Voor wat betreft de inrichting is kunstgras niet alleen maar aan te merken als innovatie. Kunstgras is zo langzamerhand gemeengoed en heeft zijn waarde bewezen voor onder meer efficiënt ruimtegebruik, multifunctioneel gebruik en duurzaamheid. De maatvoering van velden op sportparken blijft overwegend traditioneel. Ook worden vaak (standaard) kleuren gebruikt, terwijl kunstgras zich goed leent voor aantrekkelijke en uitdagende kleurstellingen. De competitie-eisen staan centraal terwijl juist op kunstgras meerdere doelgroepen kunnen worden bediend. Binnen wijken en buurten vinden snelle innovaties plaats wat materiaal en maatvoering betreft. Cruyff- en Krajicek Courts zijn hier voorbeelden van en zijn vooral vorm gegeven door de eisen die de (jeugdige) sporters stellen. Andere maten, flitsende kleuren, multifunctionele vloeren en materialen zijn in de wijk gemeengoed. Op de sportparken is dit niet het geval. Wel zijn de eerste innovatieve vormen waarneembaar, echter te langzaam volgend op het snel veranderende sportaanbod. In de proeftuin Saestum ligt een voetbalplaza dat bestaat uit boarding-, kleine kunstgras en pannaveldjes (zie plattegrond).

Marc Lammers nam het initiatief voor hockeyplaza bestaande uit een kwart trainings- en een ‘4play’-hockeyveld. Bij deze innovaties zijn het spel en het spelen belangrijker dan de hockeywedstrijd. Bovenal kunnen de kwart trainings- en een ‘4play’- hockeyveld prima gebruikt worden door recreatieve sporters en jeugdige voetballers.
YALP en FC Twente presenteerde deze week de eerste interactieve speelwand (SUTU). Een prachtige combinatie van ‘ouderwets’ muurtje schieten en nieuwe interactieve mogelijkheden. Zo’n interactieve wand zou niet misstaan op het sportpark van de toekomst!
 
Voor de verbetering van de bezetting en daarmee de exploitatie van sportparken is het combineren van (vooral bestaande) voorzieningen een noodzakelijke voorwaarde. Daarbij zouden bijvoorbeeld de buitensportfuncties vrij toegankelijk moeten zijn voor iedereen die daar gebruik van wil maken, waaronder verschillende sportaanbieders (commercieel aanbod en sportverenigingen), scholen (inclusief kinder- en naschoolse opvang) en vrije sportbeoefening. Zo kan het park de start (ontmoeting) en finish (douchen en horeca) voor de ongeorganiseerde sporter (zoals hardlopers, wandelaars, fietsers en skaters) betekenen. Hiermee ontmoeten de verschillende ‘soorten’ sporters (georganiseerd en ongeorganiseerd) elkaar. Het bundelen en clusteren van voorzieningen is vooral voor de sportparken in de stad een inspirerende en uitdagende ambitie. Binnen Brede Scholen is al een aantal jaren ervaring opgedaan met het realiseren van vooral multifunctioneel inzetbare binnensportaccommodaties. Het meer multifunctioneel en meer integraal exploiteren van buitensportvoorzieningen is relatief nieuw. Zaak is wel dat er een partij is die zich verantwoordelijk voelt voor een hogere bezetting en betere exploitatie van sportparken. Daarnaast is het van belang om nieuwe afspraken te maken tussen eigenaar (vaak de gemeente) en huurders (vaak sportverenigingen) met betrekking tot beheer, bezetting en exploitatie. Waarom krijgen verenigingen 365 dagen per jaar en 24 uur per dag de vrije beschikking over hun sportvelden, terwijl er meestal pas vanaf 16.00 uur daadwerkelijk gebruik van gemaakt wordt?

Ten behoeve van een betere organisatie wordt in een aantal gemeenten (bijvoorbeeld ’s-Hertogenbosch en Bergen op Zoom) nagedacht over ‘sportparkmanagement’. Deze roep om professionalisering is niet nieuw. Vele initiatieven zijn er geweest om vrijwilligers te ondersteunen, vitale functies binnen de sportverenigingen door betaald kader uit te laten voeren, enzovoorts. Parkmanagement voegt op drie fronten iets nieuws toe. Ten eerste is de parkmanager verantwoordelijk voor de bezetting van het sportpark. Hij moet zijn ondernemerschap tonen om meer doelgroepen en meer activiteiten op het park te krijgen. Ten tweede is het management gericht op het leggen van verbindingen en samenhang om het sportaanbod marktgerichter aan te bieden. Het ontstaan van nieuw aanbod en arrangementen is een belangrijk resultaat van parkmanagement. Ten derde levert parkmanagement een belangrijke bijdrage aan de versterking van de sportaanbieders, met name sportverenigingen. Het collectief organiseren van vitale bedrijfsprocessen (financiële en ledenadministratie) en het ondersteunen van reguliere en vernieuwende activiteiten behoren eveneens tot de mogelijkheden. Parkmanagement richt zich hiermee op productontwikkeling, ondersteuning, beheer en exploitatie. Juist de bundeling van deze elementen moet het een krachtige impuls geven aan het sportpark van de toekomst.

Een sportpark als bruisend centrum van de wijk of buurt, van 8.00 tot 24.00 uur sportieve activiteiten voor jong en oud. Een droom voor vele gemeenten. Welke gemeente durft het aan om gelijktijdig te innoveren op het gebied van inrichting, organisatie, bezetting en exploitatie? Alvast een aantal tips:
 
1. Bepaal welke doelstellingen, resultaten en effecten worden beoogd met de genoemde innovaties. Moeten er meer kinderen meer bewegen in de wijk, moeten de sportverenigingen versterkt worden, moeten er nieuwe sportarrangementen ontstaan? Een werkprogramma en vooraf bepaalde prestaties helpen om de innovaties scherp(er) concreter te maken.
2. Bepaal vanuit de gemeente de nieuwe verhoudingen waarbinnen sportparken aangestuurd kunnen worden. De gemeente ontwikkelt zich vanuit de huidige rollen (eigenaar, plannen, financier, ondersteuner, projectleider, beheerder en exploitant) naar nieuwe rollen zoals opdrachtgever en regisseur.
3. Bepaal welke sportparken veel ingrediënten bevatten om innovaties (inrichting, bezetting, exploitatie en parkmanagement) in te zetten. Denk hierbij aan de relatie met scholen, de bereidheid van verenigingen om samen te werken, sportparken met een lage bezetting, parken met verouderde velden en/of overschot aan velden, etc.
4. Bepaal de wijze waarop de gemeente wil sturen in het stimuleren en continueren van deze innovaties.
5. Stel een procesmanager aan die de voorwaarden en mogelijkheden benoemt die de basis vormen voor nauwere samenwerking, bundeling en afstemming van voorzieningen en concrete sportactiviteiten. Stel op basis van deze gegevens een business case op.
6. Bepaal expliciet de financiële voorwaarden en de verantwoordelijkheid met betrekking tot beheer en exploitatie.
7. Monitor de doelstellingen, resultaten en effecten. Dit geeft goede informatie om het functioneren van de innovaties inzichtelijk te maken en eventueel bij te sturen.

Hans van Egdom richtte in 2001 ‘Van Egdom Consultancy’ op. Dit bureau heeft zich gespecialiseerd in advies, proces- en projectmanagement. Het ondersteunt en faciliteert opdrachtgevers bij het oplossen van complexe beleids- en organisatievraagstukken binnen de sport en haar directe omgeving.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.