9 december 2014
Opinie
door: Astrid Cevaal & Eralt Boers
Sport- en beweegaanbieders kunnen medio februari 2015 op de site van ZonMw een aanvraag indienen. Het betreft alweer de vierde call. Tijd om terug te blikken. Hoe staan de Sportimpulsprojecten, die in 2012 en 2013 gestart zijn ervoor?
Tussen 2013 en 2017 voeren het Mulier Instituut en Kennispraktijk verdiepende studies uit naar de Sportimpuls, de subsidieregeling waarbij lokale sport- en beweegaanbieders financieel worden ondersteund bij het opzetten van activiteiten die als doel hebben om met name inactieve mensen meer te laten sporten en bewegen. In de tweede kwalitatieve studie (Cevaal en Boers, 2014) is - vanuit het perspectief van de projectleiders en de samenwerkingspartners uit de rondes 2012 en 2013 (inclusief Kinderen op Sportief Gewicht) - gekeken naar de voortgang van de activiteiten en de succes- en faalfactoren. Ook is onderzocht hoe de activiteiten na beëindiging van de subsidieregeling worden geborgd. Voor de duidelijkheid: het is geen effectmeting, maar met deze jaarlijkse onderzoeken hopen we bij te dragen aan de effectiviteit van de Sportimpuls.
In de studie van 2014 waren de onderzoeksvragen als volgt:
De populatie bestond uit projectleiders en samenwerkingspartners van vijfentwintig Sportimpuls-projecten uit de eerste (2012) en tweede ronde (2013: respectievelijk tien en vijftien). Bij vijf projecten uit de eerste ronde en vijf projecten uit de tweede ronde hebben in de periode mei-juli 2014 face-to-face-gesprekken plaatsgevonden met zowel projectleiders als samenwerkingspartners. Naast de persoonlijke ontmoetingen zijn in dezelfde periode vijftien projectleiders telefonisch geïnterviewd.
Bevindingen
In dit artikel worden de resultaten van het onderzoek in 2014 in een notendop weergegeven. Voor de ervaren succes- en faalfactoren verwijzen we door naar de rapportage. In dit artikel wordt ingegaan op 1) de aanvraagprocedure, 2) het verloop en 3) de borging van de projecten.
Veel projectleiders vinden de aanvraagprocedure over het algemeen duidelijk. Ze vinden dat voldoende informatie beschikbaar is en dat goede ondersteuning is geboden. Een aantal zaken kan echter worden verbeterd om de procedure efficiënter te maken. Naar verhouding dient veel informatie te worden verzameld, die vervolgens in beperkte invulvelden moet worden gevoegd.
'Ze vragen heel veel en dat is natuurlijk ook wel logisch. Het is van onze kant ook wel belangrijk om zo volledig en uitgebreid mogelijk te zijn en aan te geven waar we accenten leggen. Maar wat laat je weg?' | projectleider KSG-project, kleine gemeente Noord-Brabant
Een andere projectleider liet zich hier minder positief over uit, getuige het volgende citaat:
'Ik wilde graag vasthouden aan onze eigen plannen en daar liep ik tegenaan bij de aanvraag. Er was niet echt ruimte om je eigen plan erin te zetten en vond het daardoor lastig om ons eigen product goed neer te zetten' | projectleider KSG-project, kleine gemeente Gelderland
Het goed in kaart brengen van de beginsituatie is essentieel gebleken. Een van de projectleiders uit de eerste ronde (middelgrote gemeente, provincie Utrecht) merkt op dat hun probleemanalyse achteraf bezien niet erg zorgvuldig is gedaan. Dit heeft wat betreft het bereiken van deelnemers uiteindelijk tot een teleurstellend resultaat geleid.
De projecteigenaren geven een wisselend beeld over het (verplichte) gebruik van de Menukaart Sportimpuls. Maar dit beeld is overwegend positiever dan de resultaten uit het onderzoek in 2013 laten zien, toen hierover relatief veel kritische kanttekeningen bij werden geplaatst. Een handvol projectleiders vindt het werken met de Menukaart Sportimpuls prima of zelfs heel fijn. Zij vinden de database gebruiksvriendelijk en geven aan dat het fijn is om een keuze te kunnen maken uit interventies waarvan bekend is dat ze van hoge kwaliteit zijn.
Als wordt gekeken naar het verloop van de projecten, dan geven de meeste projectleiders aan dat dit conform de planning gebeurt. Dit is beduidend meer dan in 2013, toen ruim minder dan de helft van de projecten volgens planning verliep. Zaken die een project vertragen, zijn onder meer: wisseling van de projectbetrokkenen en de inzet van intermediairs voor het werven van specifieke groepen, zoals scholen of huisartsen.
Bij het merendeel van de projecten worden de doelstellingen gerealiseerd. Zo geven meerdere projectleiders aan dat de beoogde inactieve doelgroepen dankzij de activiteiten tijdens die projectperiode (meer) zijn gaan bewegen. Ook blijkt dat er behoefte is aan inzicht in de gezondheidssituatie van zowel kinderen als volwassenen. Het gebruik van meetinstrumenten heeft ook bij sport- en beweegaanbieders gretig aftrek.
'Het fenomeen fittest begint zo langzamerhand echt een instrument van waarde te worden. We hebben een hele teststraat beschikbaar en dat werkt als een magneet. Het geeft in ieder geval een mooie aanleiding om met mensen in gesprek te komen.' | projectleider eerste ronde, grote gemeente provincie Utrecht
Het bereiken van deelnemers is één, het binden van deze mensen na de projectperiode is twee. Een deel van de beoogde groep is in de ogen van projecteigenaren niet kapitaalkrachtig genoeg om structureel te sporten en/of te bewegen als ze zelf voor de financiering daarvan moeten zorgen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of huidige deelnemers blijven participeren in de sport- en beweegsector na beëindiging van het project en wat daarvoor nodig is om dat te bewerkstelligen.
Bijna alle projectleiders hebben aandacht voor de inhoudelijke borging en samenwerking na afloop van de subsidieperiode. Sommige projectleiders zijn hier vanaf het begin mee bezig, andere denken daar in een later stadium over na. Sportaanbieders spelen hierin een belangrijke rol, want de georganiseerde activiteiten moeten daar vaak een structurele plek krijgen. Financiële borging is in deze selecte groep projecten vrijwel nergens gerealiseerd. Projecteigenaren zijn daar al wel (meer dan in 2013) mee bezig, door bijvoorbeeld deelnametarieven in te voeren c.q. te verhogen of door de inzet van betaalde krachten over te dragen aan vrijwilligers. Dat moet in veel gevallen nog preciezer vorm krijgen.
'Het is heel lastig, als je het voor niets aanbiedt, dan is het heel gemakkelijk dat mensen toch weer afhaken en als je het bedrag te hoog maakt dan komen ze überhaupt al niet dus dat was wel even puzzelen' | projectleider tweede ronde, grote gemeente Zuid-Holland
Geconstateerd kan worden dat de Sportimpulsprojecten - mede dankzij de subsidierichtlijnen en de ondersteuningsorganisatie Sportimpuls (OOSI) - volop draaien. Elke ronde wordt er meer ervaring opgedaan, echter ten aanzien van de continuering van de activiteiten en in het verlengde daarvan een meer structurele sport- en beweegparticipatie van de beoogde doelgroepen blijft een uitdaging.
Voor meer informatie: Sportimpuls, meting 2014 | Verdiepingsonderzoek naar de lokale uitvoering en opbrengsten van de Sportimpuls-projecten uit de eerste en tweede ronde
Astrid Cevaal studeerde sportpedagogiek aan de Universiteit Utrecht en is sinds 2008 als onderzoeker werkzaam bij het Mulier Instituut. Voor meer informatie: a.cevaal@mulierinstituut.nl
Eralt Boers studeerde Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is sinds 2006 als onderzoeker/adviseur werkzaam bij Kennispraktijk. Sinds 1 oktober 2014 bekleedt hij de functie van directeur. Voor meer informatie e.boers@kennispraktijk.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.