Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sportieve doorbraak in ruimte

Sportieve doorbraak in ruimte

22 mei 2012

Opinie

door: Rens van Kleij

‘Sport en bewegen in de buurt’ vormt in programmatisch opzicht het actuele thema voor het lokale sportbeleid. Met buurtsportcoaches en sportimpuls wordt er stevig geïnvesteerd om het sporten en bewegen op een hoger – ‘olympisch’ – niveau te brengen. In ruimtelijk opzicht is deze slag echter nog niet geslagen.

Sluit de inrichting van de openbare ruimte in voldoende mate aan bij de wijkgerichte vraag naar sportruimte en het veranderende sportgedrag? Kan de traditionele sportinfrastructuur gelijke tred houden met de veranderende vraag naar sportvoorzieningen? Naar mijn mening is er nog immer sprake van een kloof tussen vraag en aanbod. Alhoewel hiervoor enkele logische verklaringen zijn aan te dragen is er bij verschillende partijen ook een andere mindset nodig om deze kloof voor eens en altijd te beslechten. Projectontwikkelaars en gemeenten zullen nadrukkelijker sport en bewegen als vertrekpunt moeten nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De sport zelf zal het traditionele prestige denken ten aanzien van accommodaties los dienen te laten. Veranderingen in sportgedrag vragen immers om andere voorzieningen. Daarnaast zijn er ook meer creatieve kortetermijnoplossingen nodig om te voorkomen dat het succes van de buurtsportcoaches en sportimpulsen wordt geremd door een gebrek aan sportruimte.

Latentietijd van sportinfrastructuur
De hardware van de sport heeft een ander bioritme en karakter dan de software van de sport. Zo is het aan de ene kant binnen een relatief kort tijdsbestek mogelijk om getrainde sportprofessionals als buurtsportcoach in te zetten als katalysator voor het sporten en bewegen in de buurt. Aan de andere kant vergt aanpassing aan de openbare ruimte echter meer tijd en ook geld. De hardware is minder flexibel en bovendien kapitaalintensiever dan de software. Moet de ruimtelijke inrichting daarom worden geaccepteerd als een feitelijk gegeven? Nee, zeker niet! De momenten die zich aandienen voor aanpassing aan de openbare ruimte en de sportinfrastructuur dienen met twee handen te worden aangegrepen om een sportieve slag te slaan en maatschappelijke winst te boeken.

Men zal echter wel moeten accepteren dat er sprake is van een zekere latentietijd; aanpassingen aan de openbare ruimte en de sportinfrastructuur gaan niet van vandaag op morgen. Deze tijd heeft men echter hard nodig om ervoor te zorgen dat er ook de (politieke) wil en het maatschappelijk draagvlak is om de openbare ruimte te ‘versporten’ en de sportinfrastructuur meer in lijn te brengen met de actuele behoefte.

Sport als vertrekpunt bij ruimtelijke ontwikkeling
Denken dat alle partijen willen komen tot een meer sportieve inrichting van de openbare ruimte of een bijstelling van de sportinfrastructuur is een te simpele voorstelling van zaken. Niet iedereen denkt vanuit de sport. Zo zijn er altijd gegadigden die graag de huidige sportruimte een andere, economisch meer rendabele bestemming zouden geven. En waar gewerkt wordt aan een betere fietsbereikbaarheid, kan minder geparkeerd worden. Het gevecht om de ruimte dient in het voordeel van sport te worden beslecht. Hoe? Door er voor te zorgen dat sporten en bewegen (nog) hoger op de politieke agenda komt. De instrumentele waarde van sport vormt hierbij de spreekwoordelijke drijvende kurk. De waarde van sport voor de samenleving, meer gezondheid, een grotere leefbaarheid in wijken en buurten, een toegenomen maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid, meer ‘civil society’ dient te leiden tot meer politiek gewicht in de schaal voor sport in de strijd om ruimte. Juist op dit punt kan ook een olympisch perspectief meerwaarde hebben. Om te komen tot die vitale en competitieve samenleving dient er letterlijk meer ruimte voor sport te komen!

Loslaten traditionele prestige denken
Ook onder de eigen sportgelovigen is nog ‘zendingswerk’ te verrichten. De sport kent namelijk veel conservatieve krachten die vasthouden aan de eigen accommodatie als ‘tempel’ voor de eigen vereniging. Terwijl verschillende binnensportverenigingen samenkomen in één binnensportaccommodatie, genieten veel buitensportverenigingen hun eigen solitaire accommodatie. Het multifunctionele denken is in de buitensport nog zeer dun gezaaid. Dat zou ten koste gaan van de eigen identiteit van de buitensportvereniging?! Het clubgevoel zit hem echter niet in stenen maar in activiteiten, het gezamenlijk optrekken, het gezamenlijk presteren en organiseren. Het prestige van de club wordt echter afgemeten aan omvang en kwaliteit van de accommodatie. Wanneer dit traditionele prestige denken niet wordt losgelaten, komt er nooit een optimale sportinfrastructuur! Het ‘des te groter, des te beter’ denken dient te worden ingeruild voor ‘des te wijkgerichter des te beter’. Het trainen van de E’tjes en F’jes gebeurt in de eigen wijk!

Satellietvoorzieningen, sportlinten en de buitensport-MFA
Het sport- en beweeggedrag verandert er verschilt bovendien in de verschillende levensfasen. Het naslaan van de Jaarrapportage Sport wijst uit dat er bij het vorderen van de leeftijd er in mindere mate een beroep gedaan op de traditionele kapitaal- en ruimte-intensieve sportvoorzieningen. Onder het juk van jonge kinderen en toenemende tijdsdruk vluchten dertigers en veertigers letterlijk naar buiten om te sporten. Hardlopen en fietsen - alleen of met enkele vrienden - vormen de dominante sportvormen. Sportgedrag waarin ook vijftigers en zestigers volharden. Veilige routes die als een soort van sportlinten de bestaande infrastructuur doorkruizen, kunnen hierop een passend antwoord vormen. In een sportieve stad kom je sneller op de plaats van bestemming met de fiets dan met de auto.

De ‘traditionele’ voetbal-, korfbal- en hockeyaccommodaties worden met name gebruikt door jeugd tot hun puberale leeftijd. Een rondrijdend circus van ouders brengt de jeugd, vaak meerdere keren per week, naar de veelal decentraal gesitueerde sportaccommodaties. Waarom hier niet sporten in de wijk? Omdat het decentrale denken – het aanbod brengen naar de plek waar de vraag is – op gespannen voet staat met traditionele prestige denken van sportverenigingen? Stuur de trainer de wijk in naar een multifunctionele buitensportaccommodatie. Het ‘Cruijff-court 3.0’ als satellietvoorziening voor meerdere verenigingen. Deze multifunctionele buitensportaccommodaties kunnen worden gesitueerd in die buurten waar de doelgroep ruim voorhanden is. Op basis van een nadere analyse van de buurt/wijk. Wat dit betreft kan er veel worden geleerd van het speelruimtebeleid waar Jantje Beton als norm 3% van de ruimte claimt om te spelen en de feitelijke inrichting afhangt van de sociaal-demografische samenstelling van de wijk (ruimtelijke inrichting op basis van buurtscan). Waarom is er nog geen Johan Cruijff-norm om op soortgelijke wijze ruimt voor sport te claimen?

Korte termijn oplossingen
Wat te doen in de tussentijd dat er nog geen gelegenheid is om aanpassingen aan de openbare ruimte of sportparken door te voeren? Wanneer er nog geen wijkvernieuwing of grootschalige nieuwbouw in zicht is? Ook dan zijn er mogelijkheden! De basis hiervoor vormt een nadere analyse van de wijk/buurt. Welke publiek/private partijen zijn er actief en welke voorzieningen voorhanden? Kan er worden gekomen tot een ‘multificering’ van voorzieningen en functies?

De sportvereniging als sportief buurthuis vormt een aardige conceptuele gedachte. Maar is een buurtfunctie wel te rijmen met doorgaans de decentrale ligging van sportvoorzieningen? Waarom niet omdraaien en het bestaande buurthuis een grotere sportfunctie toedichten? Het schoolplein geschikt maken voor sportief medegebruik? Waar een wil is, kan ook worden gesproken over verantwoordelijkheden. Delen van het park sportief herinrichten? Op de ligweide werd toch altijd al een balletje getrapt. Laat de buurtsportcoach de brug maar slaan. In de ochtend actief met ouderen in de buitenfitness gevolgd door een kopje koffie op de krachtsportvereniging waar diezelfde buurtsportcoach als krachtsportcoach aan de slag gaat met moeilijk bereikbare jeugdige doelgroepen.

Ook tussen accommodaties en verschillende gebruikersgroepen kan een brug worden geslagen. Het begint met een grondige analyse van de wijk, zowel in ruimtelijk als in sociaal-demografisch opzicht. Vervolgens dient er te worden bezien welke maatschappelijke en commerciële partijen er actief zijn om zonder enige terughoudendheid verbindingen te leggen op zoek naar ruimte voor sport en maatschappelijke winst. Des te vreemder de verbinding, des te kansrijker. Waarom de ruimte in verzorgingstehuizen geen sportieve dubbelfunctie gunnen? Kan de leegstand in kantoren dan helemaal geen bijdrage leveren aan een dreigend tekort aan sportruimte? Als het doel de middelen heiligt, kunnen kerken dan misschien een bijdrage leveren door het bieden van ruimte voor seniorensport?

Rens van Kleij is vanuit Sportmaatwerk actief als zelfstandig adviseur op de terreinen sport- en accommodatiebeleid, tarieven & subsidies en buurtsportcoaches. Voor meer informatie: www.sportmaatwerk.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.