Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sporten in de wijk lekker pedagogisch de ontwikkeling van een pedagogisch sportprofiel

Sporten in de wijk, lekker pedagogisch! | De ontwikkeling van een Pedagogisch Sportprofiel

13 november 2012

Opinie

door: Hans van den Broek

De afgelopen twee jaar heb ik de ontwikkeling van de Wijksportvereniging Nieuwland (WSV) gevolgd in Schiedam. Nieuwland is een vogelaarwijk, waar (nog) te weinig kinderen aan sport doen. De WSV is laagdrempelig en biedt kinderen in de nabije omgeving de gelegenheid te sporten. Gemeente, school en sportvereniging werken in de WSV samen. In die twee jaar is niet alleen onderzocht hoeveel kinderen sporten en wat ze leuk vinden aan sport, maar ook hoe je sport op een pedagogische manier kunt aanbieden. Het gaat daarbij om de vraag hoe dat in het concrete handelen van de trainer gerealiseerd wordt. Van alle trainers zijn lessen geobserveerd, gerapporteerd, geanalyseerd en nabesproken, met het Pedagogisch Sportprofiel als instrument.

De hoofdrollen in deze observaties werden vervuld door de trainers:
• Frank (schaken);
• Arthur (judo);
• Diane (tennis);
• Nicolette (turnen);
• Dario (tafeltennis);
• Koen en Kayleigh (handbal).

Zij brachten de pedagogische uitgangspunten in de praktijk.

1. Is de trainer zelf sportief?
De trainers zijn zich er stuk voor stuk van bewust dat zij een rolmodel vervullen. In de praktijk gaat het vooral om: spelplezier, eerlijkheid, gezond bewegen, leren doorzetten en samen spelen. Door voor en mee te doen laten zij zien hoe dat gaat.

Koen en Kayleigh doen zelf veel mee. Het zijn zelf ook enthousiaste handballers. In het spel laten ze zich ook wel eens afgooien. De kinderen kunnen dan zien dat je dan gewoon kunt blijven lachen. Maar ontwijken is natuurlijk nog veel leuker. En als je meedoet kun je ook laten zien dat samenwerken (overgooien) beter werkt. Bij sport hoort winnen en verliezen. Frank laat altijd wedstrijden spelen met schaken; dan gaat het om winnen. Maar het liefst ‘mooi’ winnen. Bij verliezen hoort eerlijkheid. Dat kun je in de les van Dario zien. In de spelvorm moeten zij de bal goed aanspelen en eerlijk tellen. Als ze dat niet doen, zegt hij er iets van.

2. Hoe zorgt de trainer voor een pedagogisch sportklimaat?

Arthur begroet alle leerlingen. Zij zitten op een rij, hij er tegenover. Vanaf les 1 leren ze discipline en respect voor de ander. Dat werkt twee kanten op. In het begin hebben ze daar wel eens moeite mee, maar later vinden ze het fijn. Arthur maakt direct duidelijk dat er maar een tegelijk aan het woord is. Dat geeft hem ook de gelegenheid de hele groep toe te spreken als hij andere omgangsregels nog eens wil uitleggen.

Ze weten waar ze aan toe zijn: op de mat blijven, tegen iedereen sparren en elkaar met respect aanpakken. Dan kun je lachen als je gevloerd word. En dat laat Arthur ook zien. Na enkele lessen hoeft hij nog nauwelijks iets over regels te zeggen. Je kunt zien dat de kinderen het al geaccepteerd hebben. Als het nodig is doet Arthur het wel. En dan moet ook iedereen luisteren. En als een leerling aangeslagen is door een ongelukkige val, dan is hij er snel bij om in te grijpen.

Trainers verschillen, lessen verschillen. De omgangsregels worden niet altijd even duidelijk in de groep behandeld. Natuurlijk spelen dan veel factoren een rol: de leeftijd van de kinderen, zijn ze net lekker bezig, enz. Toch levert dat benoemen van die regels veel op als iedereen luistert. Dan hoef je later niet meer te brullen. De positieve benadering is bij ieder duidelijk. Met regelmaat hoor je complimentjes en aanmoedigingen… meestal wel in algemene zin. Eigenlijk gaat het in de meeste ‘lessen’ verder dan veilig en ordelijk. De goede trainer zorgt ervoor dat het ook gezellig is en dat kinderen spelplezier beleven. Dat kan zijn door een aanmoediging, een grapje of soms wel door schijnbaar niets te doen; hij geeft ruimte om dingen te laten gebeuren.

3. Geeft de trainer dynamisch les?
Alle trainers hechten veel waarde aan een goede instructie. Succesvolle trainers geven uitleg over achtergrond, doel en aandachtspunten bij een opdracht. Ook terugverwijzen naar een vorige les hoort daarbij. Een aantal trainers betrekt actief de kinderen bij de les door middel van doorvragen en samenvatten. Dat zorgt voor meer betrokkenheid en groter leereffect. Ook kun je later in de les beter feedback geven (betere motivatie).

Aan het begin van de les vraagt Diane aan een kind wat ze vorige keer hebben gedaan. De service. Wil je nog eens uitleggen aan de andere kinderen waar je op moet letten? D. doet het. Klopt dat? Is dat alles? W. Kan jij daar nog iets aan toevoegen? Arthur legt ook op deze manier samen met andere kinderen uit hoe de oefening gaat. Zo betrek je ze beter bij de les. Hij voegt er zelf nog iets aan toe. Het waarom. Het doel, waar het om draait. Daar kun je later op doorvragen en feedback geven Wat ging er niet goed? Bij een schouderworp moet je wel een been naar voren zetten. Frank haalt er zelfs de opdracht bij die de kinderen thuis hebben gemaakt.

Enkele trainers gebruiken nog dialogische technieken. Goed voor stimulering van het doordenken, begrijpen, verzinnen van creatieve oplossingen, ook in de omgang met elkaar.

Frank gaat voortdurend in gesprek met de kinderen. Op het bord voor de klas beeldt hij een (schaak)situatie uit. De kinderen mogen zeggen wat wit het beste kan doen. P. wil met paard naar B7. ‘En wat gebeurt er dan met die loper’, vraagt Frank. ‘Is die dan nog gedekt?’. Een andere kind komt met een beter idee. Frank laat het allemaal zien en vraagt de andere kinderen of ze het er mee eens zijn. Aan het einde wordt de beste aanpak nog eens herhaald. Zo kun je toch bij alle sporten tactiek bespreken?

4. Individuele aandacht?

Nicolette ziet wel dat er veel verschillen zijn bij de kinderen met gymnastiek. Z. maakt makkelijk een radslag. D. Is blij als hij de overkant van de balk haalt. Ik vind het belangrijk te laten merken dat elk op zijn eigen niveau presteert. Ik kom misschien wel vriendelijk over, maar als ze gaan uitlachen, krijgen ze het met mij aan de stok. Ook Diane houdt rekening met verschillen. Kijk, dat meisje heeft een beetje last van faalangst. Die zal ik eerder een complimentje maken. Die ander kan ik wel een beetje stangen. Koen en Kayleigh werken samen tijdens de training. Dat heeft niet alleen praktische voordelen (taakverdeling). Je kunt ook de aandacht beter verdelen over de kinderen. Als Koen de groep toespreekt, loopt Kayleigh naar D., een wat verlegen meisje. Maar Kayleigh heeft tot haar grote plezier opgemerkt dat D. steeds meer om de bal vraagt tijdens het spel. Dat vertelt ze haar nu en zegt dat ze dat vooral moet blijven doen, ook al krijgt ze hem nog niet altijd direct aangespeeld. Ook tussen trainer en combifunctionaris is er een samenspel. Als Frank druk is met nieuwe kinderen, schuift Marc aan en speelt een poosje mee. Frank kan dan bovendien ook nog even met de ouders praten.

Talentontwikkeling is niet alleen een kwestie van oefenen op techniek. Zelfs in topsport is uiteindelijk karakter allesbepalend voor een carrière. In de pedagogische context noemen we dat gewoon ‘aandacht voor persoonlijke eigenschappen’. Het (individueel) benoemen en waarderen van kwaliteiten gebeurt mondjesmaat (meestal gaat het om algemene aanmoedigingen, complimentjes – ‘goed zo jongens’). Toch is daar veel winst te halen.

5. De omgeving betrekken!
De trainers opereren niet alleen. Zij hebben te maken met de combifunctionaris, de ouders, de school, de vereniging, enz. De combifunctionaris vult aan vóór, tijdens en na de les. Met ouders maak je een praatje. Over de sportvereniging geef je informatie of je maakt een afspraak over wedstrijden. Op school worden ook regels gehanteerd en daar sluit je op aan.

Het Pedagogisch Sportprofiel (PSP) is nu ontwikkeld voor de trainer. Het is een instrument om met elkaar na te gaan hoe je eigenlijk handelt in de praktijk. Je kunt ermee laten zien wat anders of beter kan en daar ook op coachen of oefenen. Het PSP wordt nog uitgebreid: observatielijsten en workshops voor de buurtsportcoach, de vrijwilliger, de ouders, professionals in de wijk. Daarmee kun je pedagogische samenwerking op een hoger plan brengen.

Het PSP wordt inmiddels ook toegepast in de tweede wijksportvereniging van Schiedam. Andere organisaties en steden hebben belangstelling, omdat in het PSP pedagogische samenwerking wordt geconcretiseerd op handelingsniveau. Daarbij ondersteun ik met advies, maatwerktrajecten (bijvoorbeeld sportimpuls), onderzoek, coaching en workshops. Ik maak daarbij gebruik van mijn ervaring in de sport als speler, trainer, coach en opleider en in de pedagogiek als vader, onderzoeker, ontwikkelaar, projectleider in het HBO. Bovendien werk ik samen met andere experts.

Hans van den Broek speelde tafeltennis op (inter)nationaal niveau en hij trainde/coachte succesvol de Nederlandse tafeltennisjeugd. Verder ontwikkelde hij diverse cursussen en opleidingen op gebied van sport en is hij auteur van ‘Tafeltennisvademecum’ , ‘De Zweedse school’ en ‘Vraaggericht opvoeden’. Hij is afgestudeerd pedagoog/ onderwijskundige en heeft onderzoek gedaan naar dialogisch onderwijs, talentherkenning en de gezamenlijke aanpak van sport als middel. Ook is hij projectleider sportleerlijn bij de Hogeschool Rotterdam. Met zijn eigen bedrijf ‘Het volle leven’ is hij actief met onderzoek, ontwerp en coaching op het gebied van talentontwikkeling en sport. Voor meer informatie: hansvdbr@chello.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.