Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sportdeelname en accommodatiegebruik voor tijdens en na de coronapandemie

Sportdeelname en accommodatiegebruik voor, tijdens en na de coronapandemie

1 november 2022

Opinie

door: Malou Grubben & Remco Hoekman

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geeft aan dat het einde van de coronapandemie in zicht is en de beperkende maatregelen zijn opgeheven (NOS Nieuws, 2022). Uit eerder onderzoek weten we dat de pandemie van grote invloed is geweest op de sportdeelname en het sportaccommodatiegebruik in Nederland (NOC*NSF, 2021; Grubben et al., 2022; Grubben & Hoekman, 2021). Maar in hoeverre zijn deze veranderingen structureel van aard? Hebben ze zich (deels) hersteld na opheffing van de coronamaatregelen? Dit brengen we in beeld aan de hand van de wekelijkse sportdeelname en het bijbehorende accommodatiegebruik. 

Tijdens de coronapandemie waren verschillende maatregelen van kracht die sporten bemoeilijkten. Zo was het beperkt tot niet mogelijk om samen te sporten en waren binnensporten niet toegestaan (Pulles et al., 2021). Deze beperkende maatregelen hebben in die periode geleid tot een afname in de gemiddelde wekelijkse sportdeelname onder de Nederlandse bevolking: van 2,8 uur per week naar 2,0 uur per week (zie figuur 1).

"De mate van wekelijkse sportdeelname is na opheffing van de coronamaatregelen wel deels hersteld, maar niet geheel teruggekomen op het niveau van voor de pandemie" 

XL36ColumnXL-RH-1

Na ruim een jaar met coronamaatregelen was in het voorjaar van 2022 geen sprake meer van beperkende maatregelen op het gebied van sport. De gemiddelde wekelijkse sportdeelname blijft na opheffing van de coronamaatregelen met 2,5 uur per week nog wat achter bij het gemiddelde van 2,8 uur per week van voor de pandemie (zie figuur 1). De mate van wekelijkse sportdeelname is na opheffing van de coronamaatregelen dus wel deels hersteld, maar niet geheel teruggekomen op het niveau van voor de pandemie. 

Verandering in waar wordt gesport

De coronapandemie is ook van invloed geweest op het gebruik van verschillende typen sportaccommodaties. Tijdens de pandemie golden maatregelen die voornamelijk de mogelijkheden om te sporten in binnensportaccommodaties beperkten. Aangezien de mogelijkheden om op een buitensportaccommodatie, in de openbare ruimte of thuis te sporten minder werden geraakt, vormden deze alternatieven voor de binnensport. Het aandeel sporters dat in een binnensportaccommodatie sport is sterk afgenomen tijdens de pandemie, terwijl het percentage sporters dat thuis, in de openbare ruimte of op een buitensportaccommodatie sport juist is toegenomen (Grubben & Hoekman, 2021; zie ook figuur 2). 

"Het aandeel sporters dat in een binnensportaccommodatie sport is na de pandemie weer toegenomen, maar blijft nog wel achter bij het aandeel van voor de pandemie"

XL36ColumnXL-RH-2Het is de vraag of het sportaccommodatiegebruik na de coronapandemie weer overeen zal komen met dat van vóór de pandemie of dat wordt vastgehouden aan de aangepaste sportpatronen. In figuur 2 is te zien dat het aandeel sporters dat in een binnensportaccommodatie sport na de pandemie weer is toegenomen (van 32% naar 56%), maar nog wel achterblijft bij het aandeel van voor de pandemie (65%). Ook bij de overige accommodatietypen komt het aandeel sporters dat er gebruik van maakt na de pandemie meer overeen met het gebruik voor de pandemie dan met het accommodatiegebruik tijdens de pandemie. 

Na een stijging van het gebruik van sportaccommodaties buiten, de openbare ruimte en thuis sporten tijdens de coronapandemie is het percentage sporters dat gebruik maakt van deze typen sportaccommodaties na opheffing van de coronamaatregelen weer gedaald (zie figuur 2). Wel geldt voor sporten in de openbare ruimte en voor thuis sporten dat deze in vergelijking met de periode voor de pandemie zijn toegenomen (resp. van 50% naar 57% en van 11% naar 18%). 

"Relatief veel lager opgeleiden zijn na opheffing van de coronamaatregelen gestopt met thuis en in de openbare ruimte sporten"

XL36ColumnXL-RH-3Accommodatiegebruik verschilt naar opleidingsniveau

Wanneer we inzoomen op veranderingen in het accommodatiegebruik naar opleidingsniveau, komen verschillen aan het licht (zie figuur 3). Relatief veel lager opgeleiden zijn na opheffing van de coronamaatregelen gestopt met thuis en in de openbare ruimte sporten, terwijl relatief weinig lager opgeleiden zijn overgestapt naar of begonnen met sporten in binnensportaccommodaties. Van de lager opgeleide sporters die tijdens de pandemie thuis en in de openbare ruimte sportten, stopte respectievelijk ruim drie kwart en de helft hiermee na opheffing van de maatregelen. Dit is substantieel hoger dan het percentage hoger opgeleide sporters dat na opheffing van de coronamaatregelen stopte met thuis sporten (64%) en sporten in de openbare ruimte (32%). 

Verder blijkt dat relatief weinig lager opgeleiden (weer) gebruik zijn gaan maken van binnensportaccommodaties na opheffing van de coronamaatregelen (15% van de lager opgeleiden, tegenover 29% van de hoger opgeleiden). De kans op sportuitval is dus groter bij lager opgeleiden en de sportdeelname van deze groep laat een grotere terugval zien tijdens en na de pandemie. 

"De opleidingsongelijkheid in sportdeelname zowel tijdens als na de coronapandemie is toegenomen"

Conclusie

Op basis van dit onderzoek kunnen we vaststellen dat de mate van wekelijkse sportdeelname na de coronapandemie deels is teruggeveerd, maar nog iets achterblijft op die van voor de pandemie. Verder sporten na de pandemie minder mensen in de openbare ruimte of thuis dan tijdens de pandemie, maar nog wel meer dan voor de pandemie. Het gebruik van binnensportaccommodaties heeft zich deels hersteld, maar blijft nog wel wat achter op het gebruik voor de coronapandemie. Met name lager opgeleiden keren in mindere mate terug in de binnensportaccommodaties. 

De sportuitval in de openbare ruimte en thuis na opheffing van de coronamaatregelen is ook het grootst bij lager opgeleiden. Dit impliceert dat de opleidingsongelijkheid in sportdeelname zowel tijdens als na de coronapandemie is toegenomen. Dit onderstreept het belang om vanuit sportstimuleringsbeleid aandacht te blijven hebben voor specifieke doelgroepen en voor het uitbreiden van de mogelijkheden die de openbare ruimte biedt om te sporten en bewegen. 

Onderzoeksverantwoording

Dit artikel over veranderingen in sportdeelname en -accommodatiegebruik in tijden van de coronapandemie is onderdeel van het onderzoeksproject ‘Ongelijkheid in sport en bewegen onder COVID-19’ dat onder leiding staat van de Radboud Universiteit en het Mulier Instituut. Het onderzoek is gefinancierd door ZonMw. In dit artikel zijn uitkomsten gepresenteerd van de data uit het LISS panel (peilingen juli 2021 en juli 2022). De data zijn gewogen naar opleidingsniveau, leeftijd en geslacht, om zo betrouwbaardere uitspraken te kunnen doen over de gehele populatie. 



Voor meer informatie over het LISS panel: klik hier

Referenties 

  • Grubben, M., Wiertsema, S., Hoekman, R., & Kraaykamp, G. (2022). Is Working from Home during COVID-19 Associated with Increased Sports Participation? Contexts of Sports, Sports Location and Socioeconomic Inequality. International Journal of Environmental Research and Public Health, 19(16), 10027.
  • Hoekman, R., & Grubben, M. (2021). Verandering in sportcontext tijdens de coronapandemie. Sport en Gemeenten, 69(4), 70-73.
  • NOC*NSF. (2021). Landelijke Sportdeelname Index.
  • NOS Nieuws. (2022, 14 september). WHO ziet coronapandemie op zijn eind lopen.
  • Pulles, I., Van Eldert, P., Nafzger, P., & Van der Poel, H. (Reds.) (2021). Monitor Sport en corona III: De gevolgen van coronamaatregelen voor de sportsector. Mulier Instituut. 

Malou Grubben heeft de beleidsmaster Sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen gedaan. Ter afronding van haar master heeft ze een onderzoeksstage gevolgd bij het Mulier Instituut. Na de master is Malou aan de slag gegaan als junior onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen bij de afdeling Sociologie. Ze focust zich hierbij op kwantitatief onderzoek naar de sociale ongelijkheid in sporten en bewegen tijdens de coronapandemie.

Remco Hoekman is als directeur-bestuurder werkzaam bij het Mulier Instituut en voor onderzoek en onderwijs op het thema van sportbeleid en sportsociologie verbonden aan de Radboud Universiteit. Hij is gepromoveerd op de relatie tussen sportbeleid, sportaccommodaties en sportdeelname en een veelgevraagd expert, adviseur en spreker op deze thema’s. Internationaal geniet Hoekman bekendheid als vice-president van de European Association for Sociology of Sport (EASS), redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift European Journal for Sport and Society (EJSS), bestuurslid van de Observatory for Sport in Scotland en als oprichter en/of expertlid van diverse internationale onderzoeksnetwerken.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.