Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sportaccommodaties bepalen het spel waarom gelijke behandeling leidt tot ongelijkheid

Sportaccommodaties bepalen het spel, waarom gelijke behandeling leidt tot ongelijkheid

Een volleybalteam besluit om de training niet door te laten gaan. Het eerste damesteam speelt een promotiewedstrijd en de keuze is snel gemaakt: samen naar de tribune. De penningmeester kijkt er anders naar. De zaal staat ingepland en kan op zo’n korte termijn niet meer worden teruggegeven aan de gemeente. Het tarief loopt door: 66 euro voor anderhalf uur. Het team kiest voor betrokkenheid. Het systeem rekent door.

30 april 2026

Opinie

Dit soort situaties komen vaker voor en laten zien hoe sportaccommodaties werken. Niet alleen de beschikbaarheid van ruimte speelt een rol, maar vooral hoe die ruimte is georganiseerd en afgerekend. We hebben het systeem zo ingericht dat sport zich moet aanpassen aan de accommodatie, in plaats van andersom.

Van sport naar systeem

Sportaccommodaties zijn publieke voorzieningen. Ze maken sport mogelijk en brengen mensen samen. Onderzoek van het Mulier Instituut (Meulenbroeks & Ruikes, 2026) laat zien dat maatschappelijke waarde groeit wanneer accommodaties intensief en veelzijdig worden gebruikt, in verbinding met onderwijs, zorg en welzijn. Daar ligt de opgave, niet in beschikbaarheid, maar in benutting.

"Binnensportverenigingen huren tijd. Buitensportverenigingen organiseren ruimte"

Peter van Tarel

Twee werelden binnen één systeem

Een volleybalvereniging plant haar uren strak in, waarbij alles gebeurt binnen het gereserveerde blok. Daarvan afwijken kan alleen in overleg met de verhuurder en mogelijke andere huurders. Een voetbalvereniging werkt anders. De velden liggen vast en zijn voor de club beschikbaar. Die bepaalt hoe ze worden gebruikt. De ene vereniging past zich aan de planning aan. De andere organiseert de planning zelf. Binnensportverenigingen huren tijd. Buitensportverenigingen organiseren ruimte.

Gemeenten leggen dat ook zo vast. Binnensport als huur. Buitensport als gebruik, met taken rond beheer en organisatie. De context verandert, maar het systeem blijft staan.

De vereniging als maatschappelijke onderneming

Op sportparken gebeurt meer dan sport. Clubs beheren een accommodatie, organiseren activiteiten, draaien een kantine en brengen mensen samen. Dat gebeurt vanuit de ambities van de vereniging, niet vanuit een expliciete ondernemingsgedachte. Toch komen sport, accommodatie en exploitatie hier samen. In de praktijk functioneren veel buitensportverenigingen daarmee als maatschappelijke onderneming.

Binnensportverenigingen ondernemen ook, maar binnen beperktere kaders. Bij binnensport is de accommodatie randvoorwaardelijk. Bij buitensport is zij onderdeel van het model. Dat verschil bepaalt wat er mogelijk is.

Tegelijk groeit de maatschappelijke opdracht. Verenigingen dragen bij aan gezondheid, ontmoeting en toegankelijkheid. Voor binnensport ontstaat hier een flinke spanning. De opdracht wordt breder, maar de ruimte groeit beperkt mee. Daarmee ontstaat ook een verschil in verwachtingen. Een vereniging die per uur huurt, heeft beperkte invloed op gebruik en exploitatie. Een vereniging met zeggenschap over een accommodatie kan programmeren, organiseren en inkomsten genereren. Dezelfde maatschappelijke rol pakt daardoor anders uit.

Een fictieve vergelijking als spiegel

Het verschil wordt zichtbaar in de bekostiging. Onderzoek van het Mulier Instituut (Huurtarievenmonitor gemeentelijke sportaccommodaties, 2022) laat zien dat binnensport per uur wordt verhuurd en buitensport per veld per jaar. De ene betaalt voor tijd, de andere voor toegang.

In de praktijk betekent dit dat een team een training laat doorgaan om kosten te vermijden, terwijl de sociale keuze op dat moment ergens anders ligt.

"De positie van een vereniging bepaalt wat je kunt vragen"

Peter van Tarel

Op jaarbasis liggen de directe accommodatiekosten van binnensportverenigingen vaak een veelvoud hoger, grofweg twee tot vier keer (Mulier). Het systeem bepaalt daarmee de positie en keuzes van de vereniging en de ruimte om te kunnen sturen.

De rol van de gemeente

De gemeente staat in beide situaties op een andere plek. Bij binnensport organiseert de gemeente de accommodatie. Bij buitensport organiseert de vereniging een deel van de praktijk. Die verschillen zijn zichtbaar in contracten, maar werken beperkt door in beleid en financiering. Waarom sturen we nog op verhuur, terwijl de opgave ligt in benutting?

Naar een andere ordening

Wanneer de accommodatie het vertrekpunt vormt, ontstaat een ander beeld. Niet de sporttak, maar de rol van de vereniging staat centraal:

  • gebruiker
  • medebeheerder
  • maatschappelijke onderneming 

Die rollen vragen om verschillende keuzes en investeringen. Gelijke behandeling leidt hier niet vanzelf tot gelijke uitkomsten. De positie van een vereniging bepaalt namelijk wat je kunt vragen.

Een vereniging die een accommodatie exploiteert, kan organiseren, programmeren en inkomsten genereren. Daar past een bredere rol bij als maatschappelijk ondernemer. Die ruimte brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Waar verenigingen beschikken over een accommodatie en relatief lage gebruikslasten, mag daar een actievere, ondernemende rol tegenover staan.

Tegelijk ontstaat dat ondernemerschap niet vanzelf. Het vraagt om tijd, kennis en organisatiekracht. In veel gevallen is die capaciteit beperkt aanwezig binnen verenigingen. Gerichte ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van bestuursondersteuning of (tijdelijke) professionalisering, kan helpen om die stap te zetten. Daar ligt ook een rol voor de gemeente.

In de praktijk betekent dit dat lagere kosten en meer zeggenschap ook hogere verwachtingen rechtvaardigen. Een vereniging die per uur huurt, richt zich op het sportaanbod. Met die beperkte ondernemersruimte horen extra maatschappelijke taken ook extra beloond te worden. Beide verenigingen vragen daarmee om een wezenlijk andere benadering.

Dat wringt natuurlijk. Verwachtingen, ondersteuning en prijsstelling horen aan te sluiten op de ruimte die een vereniging daadwerkelijk heeft om ondernemend te zijn. Hoe meer ruimte een vereniging heeft om te ondernemen, hoe hoger de verwachtingen en de prijsstelling. Minder ondernemersruimte vraagt om lagere verwachtingen en prijsstelling. Dat is het omgekeerde van de huidige situatie.

Dit soort gerichte keuzes maken het mogelijk om verschillen te overbruggen en de kracht van verenigingen en accommodaties nog beter te benutten.

Professionalisering als schakel

De druk op accommodaties vraagt ook om andere rollen. Op sommige sportparken gebeurt dat al. Sportparkmanagers sturen op benutting. In sporthallen ligt dezelfde kans, meer sturen op gebruik, verbinding en aanbod. Daar zien we nog beheerders die zich richten op schoonmaak, onderhoud en toezicht, maar waarom zijn er geen sporthalmanagers? Die verschuiving biedt meer kansen.

Dit vraagt om concrete keuzes in de manier waarop we sportaccommodaties organiseren. Dit kan klein beginnen, bijvoorbeeld door bij één sporthal of vereniging te experimenteren met andere afspraken.

De eerste stap ligt in het geven van ruimte: ruimte in zeggenschap, zodat verenigingen zelf kunnen sturen op gebruik en invulling; ruimte in afspraken, door niet alleen per uur te verhuren, maar ook bij binnensport te werken met jaarafspraken die meer zekerheid en flexibiliteit bieden.

Het vraagt ook om andere ruimte in regels. Ondernemerschap binnen verenigingen krijgt vaak te maken met dezelfde kaders als commerciële partijen, terwijl de context wezenlijk anders is. De context van een verenigingskantine verschilt van die van commerciële horeca.

Tegelijk vraagt het om gerichte stimulans waar die ruimte er al is. Verenigingen met zeggenschap over een accommodatie kunnen worden uitgedaagd om die rol verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld door gezamenlijk te investeren in professionalisering gericht op optimale benutting van de accommodatie.

Tot slot

De sportaccommodatie laat zien hoe het systeem werkt. Wie daar goed naar kijkt, ziet verschillen tussen verenigingen in rol, in ruimte en in mogelijkheden om waarde te creëren. Die verschillen vragen om andere keuzes in het systeem.

"Niet langer alle verenigingen gelijk behandelen, maar verwachtingen, ondersteuning en prijsstelling afstemmen op de ruimte die een vereniging heeft om te ondernemen"

Peter van Tarel

De keuze van het volleybalteam laat zien waar sport om draait. De reactie van de penningmeester laat zien hoe het systeem werkt. Tussen die twee zit de kern. Daar ligt de opgave voor gemeenten: niet langer alle verenigingen gelijk behandelen, maar verwachtingen, ondersteuning en prijsstelling afstemmen op de ruimte die een vereniging heeft om te ondernemen. Zo ontstaat een eerlijker systeem, waarin verenigingen de rol kunnen pakken die past bij de ruimte die zij krijgen.

Peter van Tarel is Manager Sportontwikkeling bij de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo). Sinds 1999 werkt hij op het snijvlak van sportbeleid en praktijk en is hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van jeugd- en breedtesport, opleidingen en programma’s die sport verbinden met onderwijs en maatschappelijke opgaven. Daarnaast is hij lid van de Empowerment Commission van de wereldvolleybalbond (FIVB), die zich richt op het versterken van nationale volleybalbonden wereldwijd.

Deel dit bericht:

05012026 Peter van Tarel Nevobo p

Door: Peter van Tarel

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.