7 maart 2017
Opinie
door: Frank van den Wall Bake
'Moeten we niet eens ophouden met het roepen dat sport bedrijfsmatig moet worden gerund?'. Dit was een berichtje dat ik begin februari op Twitter plaatste en het veroorzaakte nogal wat onrust op en rond het speelveld. Het leidde onder meer tot de uitnodiging om er een column voor Sport Knowhow XL over te schrijven. Een verzoek waaraan ik graag voldoe.
Aanleiding voor het Twitter-berichtje was een artikel in NRC Handelsblad waarin ik voor de zoveelste keer werd geconfronteerd met de populistische uitspraak dat sport toch echt bedrijfsmatig moet worden gerund. Dit keer was het een of andere onderzoeker die na grondig onderzoek naar de vele meningsverschillen in de bestuurskamers in de sport tot deze opzienbarende conclusie was gekomen. Volgens hem (ik meen dat het een hem was) was een bedrijfsmatige aanpak het Ei van Columbus.
Laat ik voorop stellen dat ik al ruim dertig jaar regelmatig getuige ben van die meningsverschillen. Meningsverschillen die er bij mij toe hebben geleid veelvuldig in presentaties, toespraken en colleges de nogal provocerende uitspraak te doen dat management in de sport over het algemeen wordt geselecteerd op basis van beschikbaarheid en niet op basis van kwaliteit. Dat wil echter niet zeggen dat de oplossing van die onmiskenbaar aanwezige misverstanden en meningsverschillen zou liggen in het bedrijfsmatig runnen van de sport.
Los van het keiharde gegeven dat de geschiedenis al diverse keren heeft aangetoond dat absolute toppers uit het bedrijfsleven op schokkende wijze hebben gefaald in het besturen van sport, geef ik twee belangrijke redenen waarom die - ik zou bijna willen zeggen modieuze - uitspraak over het bedrijfsmatig runnen van sport niet klopt.
1. De sport drijft op de inzet van vrijwilligers
Vrijwilligers ontsla je niet en als je dat al zou doen dan blijft er niemand meer over. Er zijn al veel te weinig vrijwilligers. In het bedrijfsleven ontsla je iemand die niet voldoet en je zet er een ander voor in de plaats. Hij of zij wordt ervoor betaald en je kunt hem/haar corrigeren en (figuurlijk) een schop onder de kont geven.
In de sport ben je aangewezen op vrijwilligers, die, het zij gezegd, vaak niet echt geschikt zijn voor de functie, maar je moet roeien met de riemen die je hebt. En dat vereist een volstrekt andere managementaanpak, die met de dag nijpender wordt, naarmate de interesse voor sport en de geldstromen toenemen.
2. In het bedrijfsleven wil het ene bedrijf het liefst de ander opeten
Hoe minder concurrentie hoe groter de kans op succes. De zwakken vallen af, gaan failliet of worden opgeslokt. En zo hoort het, want het is een economisch grondbeginsel. De sport daarentegen drijft op een zo breed en zo sterk mogelijke competitie. Wel elkaar bestrijden maar niet elkaar opeten. Ajax is gebaat met het gegeven dat het zo maar kan verliezen van NEC of PEC Zwolle. Het leidt tot een spannende en onvoorspelbare competitie en dat is de levensader van de sport.
Ik wil hiermee overigens niet zeggen dat de sport niet van het bedrijfsleven kan leren, zoals andersom natuurlijk ook het geval is. Zo zou wat meer financiële knowhow in de sport geen overbodige luxe zijn en wat te denken van het bijna totale gemis in de sport aan anticiperend vermogen. Regeren is vooruit zien. In het bedrijfsleven ga je vrij snel onderuit als je niet een vooruitziende strategie hanteert, terwijl de sport bijna per definitie achter de feiten aanloopt.
Vele opleidingen
Zoals er ontelbare managementopleidingen voor het bedrijfsleven zijn - je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een opleiding voor - zo zou de sport ook betere, op maat gemaakte managementopleidingen verdienen. Of misschien is het beter te stellen dat de sport die zou moeten afdwingen. Ik constateer overigens met plezier dat er in de sport in toenemende mate opleidingen uit de grond worden gestampt, maar constateer tevens met minder plezier dat er aan vele van deze pogingen nogal wat schort. Maar ik moet denk ik blij zijn dat de pogingen er zijn. Dat is per slot van rekening een eerste bevestiging dat men beseft dat de sport op maat gemaakte opleidingen nodig heeft.
Concluderend: sport vereist specifiek management. Maar denk niet dat een succesvolle manager uit het bedrijfsleven zijn/haar succes per definitie zou kunnen herhalen in de sport. Trouwens, ik heb het niet onbelangrijke aspect van ego's, dat in de sport nogal eens in de weg zit, gemakshalve nog maar even achterwege gelaten.
Frank van den Wall Bake richtte in 1978 het sportmarketingbureau Trefpunt op. In ruim twintig jaar tijd werd het bureau marktleider met vierentwintig man personeel. Hij verkocht het bureau in 2001 aan Young & Rubicam. In datzelfde jaar kwam hij terug met Van den Wall Bake Consult (www.vdwbconsult.nl). Tussen 1978 en het heden creëerde en/of begeleidde hij o.a. het Holland Heineken House, het Rabobank Wielerplan, de Amstel Cup, Aegon en schaatsen, de PTT Telecompetitie (later KPN Eredivisie), ABN*AMRO en tennis, hockey en golf, ING en voetbal, Unilever en NOC*NSF, Aegon en Ajax, PwC en Oranje, VriendenLoterij en voetbal en AkzoNobel en de Volvo Ocean Race. Hij is ere-lector Sportbusiness aan de Fontys Economische Hogeschool, bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond (KNWV), bestuurslid van het Fonds Gehandicaptensport en ambassadeur van de Stichting Hulphond Nederland.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.