5 april 2016
Opinie
door: Wouter de Groot
Vorig jaar op 16 juni 2015 berichtte ik op Sport Knowhow XL dat sport en bewegen in de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) terecht waren gekomen. Inmiddels is het proces van vragen ordenen afgelopen en zijn de 11.700 vragen teruggebracht tot 140 clustervragen, die weer zijn ondergebracht in vijf gebieden. Maar de werkelijk belangrijke vraag is uiteraard: wat hebben we hieraan?
De vijf gebieden binnen de NWA zijn: 1) Mens, milieu en economie, 2) Individu en samenleving, 3) Ziekten en gezondheid, 4) Maatschappij en technologie en 5) Bouwstenen van het bestaan. De NWA heeft de 140 vragen verder nog gecombineerd in zestien zogenaamde 'exemplarische routes'. Deze routes brengen 'een deelverzameling van samenhangende vragen rond een complex thema in kaart'.
De volgende exemplarische routes sluiten het meest aan bij sport, bewegen en een gezonde leefstijl: Personalised medicine; Gezondheidszorgonderzoek, preventie en behandeling; Veerkrachtige en zinvolle samenlevingen; Hersenen, cognitie en gedrag: leren, ontwikkelen en ontplooien en Smart liveable cities. Helaas zijn sport en bewegen niet als zelfstandige exemplarische route uit de bus komen rollen, maar dat is een kwestie van tijd. Voor het zo ver is spelen zij als onderdeel van de eerder genoemde exemplarische routes wel degelijk een rol.
Het woord sport komt slechts eenmaal aan bod, namelijk in vraag 75: Hoe kunnen we gezondheid door middel van sport, bewegen en gezonde voeding bevorderen en welke effecten brengt dit met zich mee? Gerelateerd aan deze vraag zijn uiteraard de bijdragen die een gezonde leefstijl kan leveren aan het voorkomen en de genezing van allerlei ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, psychische aandoeningen, longziekten, overgewicht, etc.
Andere aspecten die aan de orde komen zijn sociale cohesie, vitale beroepsbevolking en een concurrerende economie en de effecten van de bebouwde omgeving op gezondheid en welzijn. Verder ben ik van mening dat bij de beantwoording van vraag 65 - Hoe zou het onderwijs van de toekomst eruit moeten zien? - ook in moet worden gegaan op de essentiële rol die een gezonde leefstijl speelt in het onderwijs van de toekomst. In totaal gaat zo’n tien procent van de vragen over een gezonde leefstijl en de gevolgen daarvan.
Ik ga in dit artikel niet uitgebreid in op de vragen die in de NWA allemaal aan de orde komen. Voor wie eens wil grasduinen door alle vragen van de NWA, klik hier. Doorklikken op de vraag levert alle onderliggende vragen op.
Wat hebben we eraan?
Ik schreef al dat het belangrijk is dat sport in de NWA terecht moest komen omdat dit voor de betrokken organisaties van de Kenniscoalitie (de universiteiten (VSNU), hogescholen (VH), Universitair Medische Centra (NFU), KNAW, NWO, VNO-NCW, MKB-Nederland en de instituten voor toegepast onderzoek (TNO/TO2)) in belangrijke mate de accenten voor het toekomstige wetenschapsbeleid bepaalt. Indien sport en bewegen als onderwerpen binnen de NWA overeind blijven - en dus als wetenschappelijk zeer interessant worden beschouwd - dan ontstaan er wellicht extra mogelijkheden om in de toekomst sportwetenschappelijk onderzoek (eerste-, tweede- en derdegeldstroom) te financieren.
Het wordt dus belangrijk om de onderzoeksagenda’s van genoemde organisaties in de gaten te houden en vooral mede vorm te gaan geven(!). Aan alle betrokkenen uit de wereld van het sportonderzoek daarom de oproep om je bij de genoemde instanties van de Kennisalliantie en de ministeries te melden om mee te praten over de inzet van de middelen.
Duidelijk wordt dat het in de NWA vooral gaat om sport als middel, hoewel vraag 75 wel degelijk ook over sport als doel gaat. Wetenschappelijk onderzoek naar sport als doel (top- en breedtesport) blijft onverminderd belangrijk. De belangrijkste vragen blijven in mijn ogen: Hoe krijgen we de niet-bewegers aan het bewegen? en Hoe zorgen we ervoor dat de Nederlandse bevolking aan de beweegnormen voldoet? Het zou mooi zijn als deze vragen overeind blijven in toekomstig onderzoek.
We hebben dus pas iets aan de NWA wanneer er in de toekomst ook daadwerkelijk meer middelen voor wetenschappelijk sportonderzoek worden uitgetrokken. Het zou heel mooi zijn wanneer dit, evenals het aantal vragen, ook tien procent van het totale beschikbare budget voor wetenschappelijk onderzoek uitmaakt.
Relatie met de Kennisagenda Sport
In de Kennisagenda Sport wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen binnen de NWA. Het is uiteraard belangrijk dat de sportwetenschap zelf duidelijk krijgt waar de kansen, prioriteiten en witte vlekken in het sportwetenschappelijk onderzoek liggen.
Het is echter cruciaal dat er ook verder wordt gekeken dan naar de usual suspects om sportwetenschappelijk onderzoek te financieren. De lopende programma’s (Onderzoeksprogramma Sport, Sportinnovator, Sportblessurepreventie) worden overwegend door het ministerie van VWS gefinancierd. Dat moet veel breder getrokken worden. Sporten, bewegen, gezonde leefstijl zijn van belang voor een veelheid aan ministeries. Enorm veel onderzoeksterreinen hebben belang bij gedegen wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van een gezonde leefstijl en de rol die sport en bewegen daarin spelen.
Ook de financiers van wetenschappelijk onderzoek in Nederland zouden veel breder dan nu het geval is op sportwetenschappelijk onderzoek in moeten zetten. Gelieve dit wel te oormerken als middelen voor sportwetenschappelijk onderzoek, want anders raakt het weer verloren in de competitie met andere onderzoeksterreinen.
Indien niet ook met een schuin oog naar de financiering wordt gekeken, zal de Kennisagenda Sport voor een deel slechts een wensenlijstje worden. In eerste instantie zal er gesorteerd worden op need to know en nice to know, maar we zullen weldra zien dat er zelfs voor need to know slechts in beperkte mate middelen zijn om het onderzoek te financieren.
Hoe nu verder?
Het wordt zaak om de financiers van sportwetenschappelijk onderzoek (universiteiten, hogescholen, NWO, (semi-)overheden, bedrijfsleven) ook daadwerkelijk aan te gaan spreken op de zaken die in de NWA worden genoemd. En vooral ook breder dan op dit moment het geval is. Het proces moet leiden tot concrete onderzoeksprogramma’s waarbij antwoord op de gestelde vragen in de NWA en de daarmee samenhangende Kennisagenda Sport worden wordt gegeven. En daar moeten dan middelen aan gekoppeld worden. De samenleving is op zoek naar antwoorden en die moeten er komen. Dat was ook de insteek van de NWA:
De Nationale Wetenschapsagenda is een onderzoeksagenda voor Nederland. Een groot aantal vragen aan de wetenschap ligt aan de basis van deze agenda. De vragen kunnen van belang zijn voor de wetenschap zelf, voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken of voor het benutten van economische kansen en heeft als doel dat wetenschappers, het bedrijfsleven en de maatschappij zich samen gericht inzetten om relevante en uitdagende wetenschappelijke vraagstukken op te lossen.
De vraagstukken zullen dus op een gegeven moment moeten worden opgelost, dus ook de sport- en gezondheidsvraagstukken. Vooralsnog is echter niet helemaal duidelijk wat nu de status is van de NWA anders dan dat hij partijen met elkaar in contact brengt en de onderzoeksprogrammering voor de komende jaren mede vorm moet geven. Als er aan het eind van de rit geen boter bij de vis wordt geserveerd, dan zal de animo om de volgende keer weer mee uit eten te gaan vermoedelijk sterk dalen. Belanghebbenden zullen daarom een dringend beroep moeten doen op de leden van de Kenniscoalitie en de ministeries om een bredere financiering van sportwetenschap mogelijk te maken.
Wouter de Groot is zelfstandig adviseur op het gebied van sport en o.a. wetenschap. Hij was nauw betrokken bij de totstandkoming van het Onderzoeksprogramma Sport. Voor meer informatie: ogvsportadvies@gmail.com.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.