8 september 2009
Opinie
September is de maand van het VPRO-project ‘Eeuw van de stad’. Het gaat hierbij om een crossmediaal project op radio, televisie, internet en de VPRO-gids in samenwerking met de 4e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Via documentaires op radio en TV, internetprojecten, blogs, one minute stadsprojecten en de festivalwebsite www.eeuwvandestad.nl gaat de aandacht uit naar megacities met vele miljoenen inwoners maar ook naar kleinschalige steden zoals Amsterdam en Rotterdam.
Al deze aandacht hangt samen met het gegeven dat inmiddels de helft van de wereldbevolking in een stad woont en in 2050 zal dat driekwart zijn. En in Nederland wonen op dit moment meer mensen in stedelijke gebieden dan in landelijke gebieden, aldus CBS-statistieken. Het project ‘Eeuw van de stad’ richt zich op het spanningsveld van de economische noodzaak van verstedelijking enerzijds en de vraag hoe steden leefbaar te houden anderzijds. Wat is er nodig om gegeven de grootschaligheid en de drukte van een stad de kwaliteit van leven te bewaren? De aandacht zal hierbij zeker ook uitgaan naar sport- en bewegingsactiviteiten en naar grote internationale evenementen; wat is de betekenis van het WK-voetbal 2010 voor een stad als Johannesburg is een voorbeeld. Het zou trouwens een mooi onderwerp zijn voor een scriptie of dissertatie: ‘sport in megacities’.
Het project ‘Eeuw van de stad’ nodigt uit stil te staan bij de relatie tussen sport en de stad. In Nederland is het inmiddels breed geaccepteerd dat sport- en beweegvoorzieningen een belangrijke rol kunnen spelen in het verhogen van de kwaliteit van het stedelijke leven. Sport en bewegen zijn veel meer onderdeel van de stad geworden dan enkele decennia geleden toen sport verbonden werd met recreatie en vooral buiten de stad werd gepland. Het idee om sportvoorzieningen in perifere gebieden te situeren is naar de achtergrond verdwenen, hoewel het nooit helemaal weg is geraakt en planning van sportvoorzieningen nog altijd beter kan. Maar ondanks dit laatste worden steden inmiddels ‘bevolkt’ door luxe Cruyff- en Krajicek- courts, door wijkgerichte multifunctionele sportcomplexen, door moderne fitnesscentra, door ontelbare hardlopers in de straten en parken en door talloze evenementen.
Dit is gunstig voor de sport en voor de weg naar Nederland Sportland. Het wil echter niet zeggen dat de vraagstukken rondom sport en bewegen beleidsmatig minder complex worden. De genoemde ontwikkelingen vragen onder meer om nieuwe vormen van beheer van accommodaties, om nieuwe en mooi vormgegeven voorzieningen (weg met de lelijke sporthallen, lelijke zwembaden en waarom ook niet meer kunst op de sportvoorzieningen?), integrale planning en nieuwe vormen van sportstimulering.
En ze vragen om het maken van keuzes. Zeker in de komende jaren waarin de overheden minder geld te verdelen hebben, zullen er afwegingen moeten worden gemaakt hoe het schaarse geld te besteden. Recent werd ik gevraagd om een presentatie te geven over de mate waarin sport kan bijdragen aan stedelijke ontwikkeling c.q. wijkontwikkeling. De achtergrond van deze vraag was dat het betreffende stadsdeel bezig is met de uitvoering van een breed sociaaleconomisch stimuleringsprogramma waarin ‘sport, kunst en cultuur’ een speerpunt vormen.
Voor de komende anderhalf jaar moeten er keuzes worden gemaakt hoe het resterende geld het beste kan worden geïnvesteerd. Het bevorderen van integratie, participatie en de kwaliteit van het onderwijs staat hoog op de agenda. Hierbij wordt gedacht aan investeren in leerkrachten en het bevorderen van ondernemerschap. Investeringen in sport (en kunst en cultuur) vormen ook een optie maar men vraagt zich af in welke mate deze aantoonbaar zijn en of het niet zo is dat de effecten van investeringen in sport op zaken als participatie en integratie altijd indirect zijn?
En in zo’n situatie waarin keuzes moeten worden gemaakt,wordt de zaak op scherp gezet en komen de kritische vragen. Hoe zit het eigenlijk precies met die maatschappelijke betekenis van sport en geldt dat ook voor onze stad en ons stadsdeel? Voor welke maatschappelijke doelen is sport het meest effectief? Bij welke doelgroep leveren investeringen in sport de beste resultaten op en is er een verschil tussen sporten in de mate waarin zij in sociale en economische zin effectief zijn binnen een stedelijke context?
Ga er maar aan staan. Maar toch zullen deze vragen in toenemende mate worden gesteld gelet op de verstedelijking en de schaarse middelen. De sport zal kritischer worden ondervraagd en de antwoorden zullen nog preciezer en meer onderbouwd moeten zijn.
Natuurlijk ligt hier niet alleen een mooie taak én een verplichting voor sportonderzoekers, de adviesbureaus en de HBO- en universitaire opleidingen om systematisch kennis hierover te verzamelen en te verspreiden. Maar het betekent ook dat gemeenten zich meer gelegen moeten laten liggen aan het proberen te begrijpen waarom investeringen in sport wel of niet werken. Niet alleen kijken naar output dus of alleen investeren in de ‘voorkant’ van een project maar ook serieus werk maken van het in kaart brengen van de sociaaleconomische impact van de investeringen in sport.
Mark van den Heuvel is zelfstandig onderzoeker en adviseur. Zijn bureau Remarkable Research werkt voor overheden, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties en richt zich onder meer op de relatie tussen sport en stedelijke ontwikkeling.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.