25 oktober 2011
Opinie
Hoe breng je sporten en bewegen op wijk- en buurtniveau of in dorpskernen op een hoger - olympisch - niveau? Welke aanknopingspunten bieden het visiedocument ‘Nederland Sportland’ en het ‘Olympisch Plan 2028’? Welke lessen kunnen we leren uit de praktijk en onderzoek? Iedereen die dagelijks actief is binnen wijken en buurten, weet dat het minder eenvoudig is het maatschappelijk speelveld van sport te verruimen, ‘nieuwe’ actoren te committeren , de nog ontbrekende schakels te benoemen en af te wijken van gebaande sportpaden. Wijkgericht werken in Nederland Sportland...? Een ambitie op zich!
Sport en bewegen in wijken en buurten - en dat kunnen evenzogoed dorpskernen zijn - geniet veel belangstelling. Dit laat zich logisch verklaren door het schaalbare niveau van werken. Het bereik van verschillende sport- en beweegvoorzieningen en dat van hun aanbieders (o.m. sportverenigingen, scholen en private partijen) valt samen op dit niveau. Alles is te overzien. De middelen en actoren zijn helder. Althans, dat zou je verwachten. In de praktijk blijkt het echter minder eenvoudig om de essentiële schakels te benoemen, de juiste partners te betrekken en aan de goede knoppen te draaien.
Benoemen van de essentiële schakels
Laten we sport en bewegen op wijk- en buurtniveau verder doorontwikkelen vanuit een integrale ketenbenadering. Vanuit deze optiek zijn lokale actoren en beleidsbouwstenen logisch geschakeld ten opzichte van elkaar, of – beter gezegd – dat zouden ze moeten zijn. Zo vormen goede sportvoorzieningen, vitale verenigingen en een sport- en beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte belangrijke schakels, samen bepalend voor de kracht van sport in de wijk. Welke van deze bouwstenen behoeft aandacht? In welke volgorde gaan we werken aan verbetering? Bij het activeren van actoren richting sport en bewegen moeten we kijken naar scholen, BSO’s, jeugd-/jongerenwerk en andere jeugd aantrekkende locaties, zoals kerken, moskeeën, winkelcentra en horeca. Welke actoren zijn ‘leading’ en welke zijn volgend? Met wie moet de samenwerking - ook onderling - verbeterd worden?
In het visiedocument Nederland Sportland worden accommodatie- en sportstimuleringsbeleid benoemd als de elementaire basis van lokaal sportbeleid. Deze basis kan worden verrijkt tot een integraal model waarbinnen tevens aandacht bestaat voor zaken als maatschappelijke verbondenheid, citymarketing en werkgelegenheid. Het Olympisch Plan 2028 hanteert acht ambities waaronder ambities op het terrein van welzijn, breedtesport, evenementen en ruimte. Zowel het visiedocument als het Olympisch Plan bieden een raamwerk dat een gemeente kan helpen bij de nadere uitwerking van haar sportbeleid. Elke bouwsteen laat zich vertalen naar het microniveau van wijken, buurten of dorpskernen.
Wanneer de doelstellingen geformuleerd zijn en de kaders gesteld, kan worden bepaald welke ‘middelen’ een bijdrage kunnen leveren. Dat kan nog een verassende uitkomst opleveren! Stel, het bevorderen van sporten en bewegen in de leeftijd van vier tot elf jaar vormt een van de doelstellingen. Dan kan het zeer wel zijn dat een goed ruimtespeelplan, sporten op en rond de scholen, een goed verenigingsaanbod, de organisatie van jeugdevenementen, een aantrekkelijk privaat sportaanbod en een jeugdsportfonds belangrijke schakels vormen die zowel ieder voor zich als in hun onderlinge samenhang bepalen of - en zo ja, in welke mate - betreffende doelstelling wordt gerealiseerd. Nog verrassender kan het vaststellen van de zwakste schakel zijn. Misschien hebben de sportverenigingen hun zaakjes goed geregeld, maar ontbreekt het aan openbare voorzieningen waar jeugd/jongeren ‘lekker kunnen ballen’ wanneer de club de hekken gesloten heeft (loze ruimte, trapveldjes, voetbalkooien) of andersoortige sporten (o.a. skaten, freestyle BMX) kunnen beoefenen. Of de sociaal-economische problematiek beheerst het dagelijks leven van de wijkbewoners. Dan verdient dat als eerste aandacht, en kan sport - mits betaalbaar - een welkome bijdrage leveren aan wat meer persoonlijk welzijn. De volgorde is evenwel:
- doelstellingen centraal stellen;
- het onbevooroordeeld benoemen van de essentiële schakel;
- het versterken van de zwakste schakels.
Betrekken van de juiste actoren
Het is nog niet eens zo lang geleden dat het lokale sportbeleid primair gericht was op sportverenigingen. Met het toenemen van de instrumentele betekenis van sport neemt de variatie aan actoren toe. Zo vormt het onderwijs - mede onder invloed van de Impuls brede scholen, sport en cultuur - inmiddels een ‘ingeburgerde’ partner voor het sportbeleid. En ook commerciële sportaanbieders - zoals maneges, fitnesscentra en dansscholen - weten de weg naar de gemeente steeds beter te vinden. De variatie aan actoren in het lokale sportbeleid zal naar verwachting nog verder toenemen. Zo wordt vanuit zowel het Olympisch Plan als het visiedocument Nederland Sportland actief gekoerst op de betrokkenheid van het bedrijfsleven en welzijnsinstellingen.
Inmiddels zijn er voorbeelden uit de praktijk bekend, waarin hotelketens en woningcorporaties de handen ineenslaan met sportverenigingen om hun accommodatie een impuls te geven, op te nemen in hun aanbod, en door het accommoderen van topsporters (tijdelijk / permanent) de gemeente als sportgemeente nadrukkelijk op kaart zet. Daar staat tegenover dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat lang niet alle sportverenigingen de ambitie en/of mogelijkheden hebben om de doorgroei te maken naar een maatschappelijk ondernemende vereniging. De tijd lijkt rijp voor een kanteling in de te betrekken actoren voor de lokale sport. Met andere woorden: leg niet alles bij de sport; overvraag verenigingen niet. Denk eens aan een ‘comité van willing’ of een lokaal Olympisch Platform waarin onderwijs, bedrijfsleven, private sportaanbieders en (enkele) ambitieuze sportverenigingen in een meer evenredige verhouding plaatsnemen.
Maar hoe betrek je de juiste actoren? Wie zijn dit op wijk- en buurtniveau, en in welke mate zijn zij van belang voor ‘meer vermogen’ in het domein van sport en bewegen? Ook hier geldt dezelfde aanpak als bij het benoemen van de essentiële schakels: doelstellingen centraal stellen, het onbevooroordeeld benoemen van de verschillende actoren en het versterken of aangaan van relaties. Middels een krachtenveld-analyse kan inzichtelijk gemaakt worden welke actoren in de wijk zich richten op doelgroepen, thema’s en/of doelstellingen, die richting sport en bewegen de aandacht vragen. Anders gezegd: wie hebben we nodig bij het verbeteren van de essentiële schakels? De praktijk wijst uit dat het venijn hier in de staart zit. Wanneer het betrekken van nieuwe sportpartners leidt tot een verschuiving van de aandacht - weg van de meer traditionele sportverenigingen - zullen conservatieve krachten streven naar het behoud van de huidige - stand still - situatie. Inzicht in deze dynamiek is nodig om koersvast te blijven, en weerstand om te zetten in support.
Draaien aan de juiste knoppen
Wanneer de essentiële factoren (schakels) en de actoren binnen een wijkgericht sportbeleid veranderen, heeft dit ook consequenties voor het benodigde beleidsinstrumentarium. Het instrument van subsidies en tarieven verliest haar waarde wanneer het vizier verschuift van sportverenigingen naar bijvoorbeeld bedrijfsleven, kinderopvang en private sportaanbieders. Andere sturende krachten zijn gewenst om onze doelstellingen te realiseren. Evenzogoed neemt het belang van een sportieve inrichting van de openbare ruimte toe, wanneer het aandeel van informele en ongeorganiseerde sporten toeneemt. En dat geldt feitelijk in elke wijk in Nederland! Een integrale visie op ruimte en accommodaties is nodig om hier goed op in te kunnen spelen. Welke middelen er ingezet dienen te worden, volgt ´logischerwijs´ uit het benoemen van de factoren en actoren.
Kortom
Een effectief wijkgericht sportbeleid vereist een helder zicht op alle relevante factoren en actoren, populair gezegd: een Factor, Actor, Actie Analyse. De feitelijke realisatie vergt daarentegen visie, lef en … een lange adem.
Tijdens een workshop op 1 november diepen Rens van Kleij (Andres c.s.) en Sandra Meeuwsen (Soulconsult bv) op interactieve wijze de essentiële thema’s uit voor een krachtig sportbeleid op wijkniveau en maken dit aan de hand van cases concreet voor de alledaagse praktijk van gebiedsmanagers, beleidsmedewerkers en coördinatoren. Voor meer informatie over deze workshop klik hier.
Rens van Kleij is senior adviseur bij Andres c.sDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.