Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sport en bewegen in de openbare ruimte

Sport en bewegen in de openbare ruimte

5 november 2013

Opinie

door: Thecla van Dijk & Rens van Kleij

Het sportieve belang van de openbare ruimte neemt toe. Veel individuele en ongeorganiseerde sporters (vriendengroepen) nemen hun toevlucht tot de openbare ruimte om te hardlopen, wandelen of fietsen. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de openbare ruimte het grootste sportpark in iedere gemeente wordt. Maar hoe richt je de openbare ruimte hier uitnodigend voor in? Hoe breng je de dialoog tussen ruimtelijke ontwikkeling (RO) en sport tot stand? Hoe kun je hun beider belang laten samenvallen? Niet alleen om te sporten maar ook voor de algemene dagelijkse activiteiten? Hoe laat je de balans positief doorslaan van passief naar actief?

Met het toenemen van de leeftijd neemt de sportdeelname sterk af. De 65-plussers zijn echter wel aan een inhaalrace begonnen, hun sportdeelname is stijgende1. In tegenstelling tot jongeren zijn zij echter veel minder terug te vinden op het sportpark maar nemen ze hun toevlucht tot wandelen en (toer)fietsen2, niet-accommodatiegebonden sporten. Tel daarbij op de ontgroening en vergrijzing die zich voltrekt in grote delen van Nederland en de trend ‘weg van het sportpark, de openbare ruimte in’ dient zich aan.

In de meer verstedelijkte gebieden zet de bevolkingsontwikkeling zich door waardoor ook de druk op sportvoorzieningen toeneemt. Maar ook daar komt de groei in sportdeelname met nam op het conto van niet officiële accommodatiegebonden sporten en fitness3. Het zijn dezelfde vormen van sport die genoemd worden door de grote groep van potentiële sporters in de leeftijdscategorie van 24-44 jaar4. Om hen aan het sporten te krijgen zal het hen makkelijk gemaakt moeten worden. De openbare ruimte zal hen moeten uitnodigen om sportief/actief te worden met de voordeur als startpunt.

Sportbeleid van de afdeling RO
De ambtenaren 'sport en bewegen' zijn doorgaans niet van de afdeling ruimtelijke ontwikkeling (RO), stedenbouw en/of mobiliteit. Deze kerncompetenties zijn vaak gescheiden op verschillende afdelingen van de gemeentelijke organisatie. Ze komen elkaar (te) weinig tegen en spreken bovendien ieder hun eigen taal vanuit hun eigen perspectief. Waar de mensen van de sport te rigide en fanatiek zijn, hebben de RO-collega’s alleen oog voor de grotere (financiële) belangen, zo luiden de dogma’s.

Maar hoe breng je de twee ‘kerken’ bij elkaar? Het is immers geen of/of. Een wijk met een goede sportieve/actieve infrastructuur is ook prettig wonen. Het vormt een bonus op een woonwijk, een unique selling point met meerwaarde. Maar dan hebben we het niet over de traditionele monofunctionele sportparken met een extensief ruimtegebruik. Die leggen een onevenredig groot beslag op de beschikbare ruimte, en gezien de ‘goedkope sportgrond’ in negatieve zin ook op het projectresultaat. We hebben het over de ‘moderne’ vormen van functiemenging waarbij spelen, bewegen en sporten een continuüm van grijstinten vormt.

Dit vergt ook meer flexibiliteit en inlevingsvermogen van de sportbeleidsmedewerker. Beperk het gebruik van de specifieke sportnormen tot enkele gerichte plekken en ga in alle overige gevallen samen met de RO-collega’s op zoek naar de ruimte die je sportief kunt verrijken op een wijze die volledig aansluit bij de wensen van (of liever nog: wordt aangedragen door) de inwoners zodat het een meerwaarde oplevert voor de wijk. Een soort van ruimtelijk sportbeleid dat zo van de afdeling RO kan komen.

Eén concreet voorbeeld waar sport en ruimtelijke ontwikkeling elkaar kunnen versterken zijn de terreinen die door de minder ambitieuze woningbouw langer braak liggen dan normaliter het geval. Een braakliggend terrein is voor niemand interessant. Het ligt te wachten op een volgende bestemming – woningbouw – en tot die tijd heeft het een maatschappelijke benutting van nul. Het vormt als steppe-achtige plek een bron van irritatie en draagt vaak bij aan gevoelens van sociale onveiligheid. Door deze plekken landschappelijk in te richten voor sportief, recreatief gebruik, kunnen ze per directe een maatschappelijke functie krijgen.

Wanneer bovendien rekening wordt gehouden met de bouwvlakken van de – op termijn – te realiseren vastgoed, kan daarmee een vliegende start gemaakt worden. Wanneer de tijd daar is om te gaan bouwen, staat er reeds een groene infrastructuur. Dat vormt de erfenis (legacy) van de tijdelijke sportief/recreatieve invulling die het had gekregen. Een nieuwbouwwijk die bij aanvang reeds bomen en groenstroken heeft! Dat vormt pure synergie tussen sport en ruimtelijke ontwikkeling.

Wijken voor de fiets
Als de keuze voor de fiets een makkelijke keuze moet zijn, dan moet de openbare ruimte hierop ingericht worden. Dat begint met CROW-vereisten5: samenhang, directheid, aantrekkelijkheid, verkeersveiligheid en comfort6. Er dient sprake te zijn van een fietsroutenetwerk. Liever veel kleine verbindingen dan één goed fietspad. Fietsers gaan niet omrijden omdat er toevallig verderop een mooi fietspad ligt. Nee, liever een fijnmazig netwerk waarin alle voorzieningen – winkels, school, sportpark, bibliotheek – eenvoudig bereikbaar zijn7.

Rekening houdend met alle factoren wordt fietsers de kortste route geboden. Dat geldt dus ook voor verkeerslichten en rotondes. Geef de fietser een luttele twee seconden voorsprong op de auto bij het verkeerslicht. En hoe leg je aan kinderen uit dat het bij de ene rotonde voorrang heeft en bij de andere moet wachten? Inmiddels raakt de fietshelm voor kinderen steeds meer ingeburgerd, maar staan de ‘haaientanden’ bij elke rotonde anders met alle veiligheidsgevolgen van dien. Dat is niet logisch. Als Nederland een fietsland is, dan hebben fietsers voorrang bij zowel het verkeerslicht als de rotonde. Misschien wordt het tijd om de verkeersregel ‘snel verkeer gaat voor langzaam verkeer’ te herzien. Het levert sowieso problemen op bij de interpretatie van de snelfietsroute.

Obesogeen is zo . . .
De roep om meer actief in het leven te staan vertoont parallellen met die om overgewicht tegen te gaan. Rationeel weten dat we gezonder en minder moeten eten, maar we leven in een obesogene omgeving waarin het te makkelijk is om (iets) te veel energie in te nemen. Deze vergelijking gaat één op één op met een activiteit. Onze omgeving is niet allen obesogeen maar ook sedentair. Inactief is de norm. Inactiviteit is te gemakkelijk, te comfortabel zowel rationeel als emotioneel. Zo lang roltrappen, liften, auto’s de standaard vormen, lijkt een actieve levensstijl kansloos. Vandaar dat de rijksoverheid in haar Nationaal Programma Preventie ‘Alles is Gezondheid’ 8 onomwonden stelt dat ‘Gezondheid een vast onderdeel moet worden bij het ontwerp van de publieke ruimte’.

Reeks artikelen over gebruik van ruimte voor sport
Dit artikel is het derde in een serie van vier over het gebruik van ruimte voor sport. Klik hier om het eerste artikel te lezen ('Gemeenten laten kansen voor effectieve inzet ruimte voor sport liggen'). Klik hier om het tweede artikel te lezen (Sportparken met toekomst').


Bronnen
1.    ‘Sportdeelname in Nederland: 2006 – 2011’ Dorine Collard en Remco Hoekman (2012).
2.    ‘Ruimte en accommodaties voor sport’ Remco Hoekman, Frans Knol en Hugo van der Poel (2010).
3.     ‘Sporten in de stad; ontwikkelingen in de stedelijke sportdeelname’ Remco Hoekman & Annet Tiessen-Raaphorst (2012).
4.    ‘Wie is de sporter?’NOC*NSF, GfK, Mulier Instituut (2012).
5.    CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (zie hier).
6.    ‘Fietsinfrastructuur/Cycle Infrastructure’ Stefan Bendiks & Aglaée Degros (2013).
7.    ‘Wijken voor de fiets’ Karin Broer en Arien de Jong (2010).
8.    ‘Alles is Gezondheid’ Het Nationaal Programma Preventie 2014 – 2016.

Thecla van Dijk en Rens van Kleij zijn de initiatiefnemers van Sport & Ruimte dat zich richt op een optimale inrichting van sportparken, wijken met de openbare ruimte als verbindende schakel om te komen tot een geïntegreerde sportinfrastructuur. Sport & Ruimte brengt wetenschap, ruimtelijke vormgeving en kennis van sport samen voor creatieve en realistische oplossingen voor sportief ruimtelijke opgaven. Sport & Ruimte werkt samen met het Mulier Instituut en het Erasmus MC. Voor meer informatie: www.sportenruimte.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.