Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Sport en bewegen in de buurt en de kansen voor sportbonden

‘Sport en Bewegen in de Buurt’ en de kansen voor sportbonden

17 april 2012

Opinie

door: Sandra Meeuwsen

Het gonst van de geruchten over de nieuwe regeling Sport en Bewegen in de Buurt. Buurtsportcoaches, Sportimpuls, Menukaart en Buurtscan; het regent nieuwe termen en voorwaarden. Alles te vinden op een site die elke week weer nieuwe informatie bevat: www.sportindebuurt.nl. Weet u als mogelijke gebruiker van één van deze regelingen hoe het zit en waar u moet zijn? En wat wel en niet is toegestaan, en hoe dat aan kan sluiten bij uw behoeften en ambities? Laten we een rondje langs de velden maken om te ervaren wat er leeft.

Gemeenten zijn spekkoper binnen deze regeling; als zij momenteel al gebruikmaken van combinatiefuncties kunnen zij doorgroeien naar liefst 140% van de bestaande formatieruimte voor combinatiefuncties. Dat betekent dat zij recht hebben op maximaal 40% extra fte’s dan waar zij bij de start van de Impuls Brede School, Sport en Cultuur recht op hadden. Gemeenten weten zich gesteund door het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt (ondergebracht bij de Vereniging Sport en Gemeenten) bij de doorstap naar de nieuwe regeling voor buurtsportcoaches. Dit zijn all round professionals die wijkgericht worden ingezet ter versterking van sportverenigingen.

Buurtsportcoaches kunnen clubs begeleiden bij het leggen van nieuwe, functionele verbindingen met andere wijkpartners, zoals scholen, bedrijven, zorg- en welzijnsaanbieders. Vanaf februari 2012 zijn gemeenten actief benaderd door het Projectbureau met de vraag of zij gebruik willen maken van de extra beschikbare budgetten. Opnieuw geldt per fte het normbedrag van € 50.000 per fte. Voor een gemeente als Den Haag betekent deze uitbreiding een extra rijksbijdrage van 4 ton bestemd voor het realiseren van dik 20 fte extra bovenop de 63 fte combinatiefuncties die nu al zo’n 200 clubs bedienen. En let op, de gemeente moet dan nog wel zelf de resterende 6 ton cofinanciering inregelen. Grote getallen, die vragen om een inspirerende visie en stevige gemeentelijke regie.

Speciale aandacht is er voor de categorie ‘spijtoptanten’; gemeenten die afgelopen jaren nog geen gebruik maakten van combinatiefuncties. Deze gemeenten hikken vooral aan tegen het vinden van de benodigde 60% cofinanciering. Gemeenten kampen verder nog met kwesties als: moeten we een eigen bijdrage gaan heffen bij verenigingen, en hoe dekken we dat politiek af? In welke wijken of kernen is de meeste winst met buurtsportcoaches te halen? Hoe houden we verenigingen zelfredzaam met al deze professionals in het veld? Kunnen we verbeteringen aanbrengen in de organisatie van het werkgeverschap, bijvoorbeeld door alsnog alle functies bij één werkgever onder te brengen? Om gemeenten te helpen met deze en andere vragen kunnen zij een beroep doen op diverse gespecialiseerde adviseurs en ondersteuningsorganisaties.

Voor sportbonden ligt dit even anders. Zij moeten nog bijkomen van het slechte nieuws dat subsidies in het kader van programma’s als Meedoen en NASB aflopen, met als gevolg dat hun flexibele formatieruimte daalt. Daarnaast raakt het bonden dat het gros van de middelen binnen de nieuwe regeling opnieuw naar gemeenten vloeit; dat rijt oude wonden open en geeft dubbele pijn. Dan is er nog de Sportimpuls als extra onderdeel van ‘Sport en Bewegen in de Buurt’. Deze impuls bestaat uit een budget van jaarlijks € 11 miljoen dat besteed kan worden aan de opstartkosten van lokale activiteiten gericht op sport- en bewegingsstimulering. Voor bonden is het onverdraaglijk dat deze Sportimpuls niet via de regie van bonden mag lopen, omdat deze middelen alleen lokaal aangevraagd en uitgegeven mogen worden. Niet alleen door sportverenigingen, maar ook door andere sport- en beweegaanbieders, zelfs commerciële. Bonden voelen zich buitenspel gezet en hebben de grootste moeite ergens in dit complexe krachtenveld hun toegevoegde waarde te bewijzen.

Terwijl de kansen toch echt voor het oprapen liggen, lokaal dan. Ga het land in, en leg de link tussen kansrijke clubs en groeigemeenten! Als geen ander weten bonden welke van hun verenigingen in staat zijn lokaal innovatief met derde partijen tot slimme verbindingen te komen, die leiden tot verhoging van de sportdeelname. En anders is dit hét moment om deze kennis in rap tempo te ontwikkelen. Want er is nogal wat te halen, ook voor bonden! Dit vereist wel een ander werkmodel, waarbij de beschikbare middelen ook lokaal belegd worden, op de plekken waar sport wordt beoefend. Investeringen in verenigingen, gedekt door de Sportimpuls, gecombineerd met buurtsportcoaches die door gemeenten gefinancierd worden, wat wil je nog meer...?

Helaas zien nog niet alle bonden deze kansen. Dat is jammer, want gemeenten zijn komende maanden bezig om de hen toegekende extra formatie toe te delen naar wijken en clubs, en aanvragen voor de Sportimpuls moeten voor 5 juni binnen zijn. Blijf niet steken in teleurstelling of frustratie over dingen die niet gelukt zijn; kijk vooruit en benut deze kansen, nu! Dit vraagt wel de eerlijkheid kritisch te kijken naar de bondsformatie die centraal nog nodig is om lokale regie te voeren. Je hebt geen vijf mensen nodig om deze ommekeer te maken. Eén senior accountmanager is meer dan genoeg voor een gemiddelde sportbond.

Vervolgens is het zaak een flinke formatie decentraal - dat wil zeggen bij verschillende gemeenten - via lokaal beschikbare budgetten in te laten zetten voor jouw achterban. Dit wordt verenigingsondersteuning 3.0. En dat hoeft geen extra geld te kosten, zeker nu niet. Beschouw het als kerntaak om lokale regie te voeren, want binnen de nieuwe regelingen is nu eenmaal lokaal meer te doen dan centraal. En bovendien, als de eerder genoemde accountmanager de lokale wortels van de bond versterkt, zal de bond gezond doorgroeien en zal dus ook de financiering van haar kerntaken meer solide worden.

En er is nog iets: gemeenten zitten natuurlijk niet te wachten op veertig tot zestig vertegenwoordigers van bonden die elk met een eigen monsterkoffer langskomen. Sterker nog, dit gaat alleen maar weerstand oproepen en uiteindelijk tegen alle bonden werken. Dus: bundel de krachten, wees solidair en bespaar eigen formatie! Onderneem een gerichte, goed gedoseerde collectieve actie richting de twintig meest sportminded gemeenten namens alle indoor sporten, stem dit in de tijd af met een vergelijkbaar traject namens alle buitensporten, en benoem één collectief aanspreekpunt als back up voor het collectief. Zo simpel kan het zijn! Waarom lijdzaam wachten op regie of ondersteuning door derden? Zelf doen is vele malen goedkoper en effectiever. Niet morgen, maar vandaag.

Voor 15 april committeren gemeenten zich om door te groeien naar 120 of zelfs 140% lokale formatieruimte ten behoeve van professionals in het veld van sport en bewegen. Je bent een dief van je eigen portemonnee om daar geen invloed op uit te willen oefenen. Met de Sportimpuls van € 11 miljoen als lokaal wisselgeld kunnen bonden nu eindelijk deze onderhandelingspositie verwerven. Het is een kwestie van durven én doen.

Sandra Meeuwsen begeleidt vanuit Soulconsult BV sportbonden, gemeenten en andere partijen in en rond de sport bij diverse ontwikkeltrajecten, zoals het realiseren van Combinatiefuncties / Buurtsportcoaches en het benutten van de Sportimpuls. Voor meer informatie: www.soulconsult.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.