28 mei 2024
Opinie
In 2022 werden in het kader van het programma MOOI in Beweging door ZonMw, het ministerie van VWS en NOC*NSF in samenspraak met het veld zes zogenoemde wicked problems geïdentificeerd: complexe uitdagingen waar de samenleving en de sport- en beweegsector voor staan. Die wicked problems zijn:
1. Bewoners in aandachtswijken sporten minder.
2. Kinderen en jongeren bewegen minder en hun motoriek gaat achteruit.
3. Sport en bewegen wordt te weinig ingezet binnen de gezondheidszorg.
4. Vergroten en zichtbaar maken van maatschappelijke waarde topsport.
5. De sportinfrastructuur wordt te weinig gebruikt.
6. De betaalbaarheid van sport staat onder druk.
Voor deze zes wicked problems zijn in 2023 strategische plannen voor onderzoek en innovatie opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen is in de komende jaren een bedrag van 13,5 miljoen euro beschikbaar.
Deze column gaat over het eerste wicked problem, waarin het vergroten van de sport- en beweegdeelname van mensen met een lage sociaaleconomische positie de focus is (zie het betreffende strategische plan). Een belangrijk thema, want de sociale ongelijkheid is qua sport- en beweegdeelname groot en neemt niet af, ondanks allerlei initiatieven in de afgelopen decennia. Meer inzicht is nodig in de relatie tussen sport- en beweegdeelname met bestaanszekerheid, en in de rol van sociale netwerken en rolmodellen binnen gemeenschappen.
door: Mirjam Stuij
Bewoners van aandachtswijken hebben bovengemiddeld vaak een lage sociaaleconomische positie. Mensen met een lage sociaaleconomische positie sporten en bewegen weer minder dan gemiddeld. Dat maakt de focus op aandachtswijken logisch. Maar deze focus is ook normatief en kan (onbedoeld) zelfs stigmatiserend uitpakken. Het risico is bovendien dat we voorbijgaan aan de achterliggende ongelijkheden.
Verschillen in sport- en beweegdeelname naar sociaaleconomische positie zijn de afgelopen twee decennia gegroeid, ondanks alle aandacht en (beleids)inspanningen. Het is terecht dat het programma MOOI in Beweging dit als een van de zes wicked problems heeft aangewezen. Toch maak ik een kanttekening die ik in deze bijdrage uitwerk: minder sporten of bewegen staat niet op zichzelf, maar gaat samen met tal van andere ongelijkheden. Bijvoorbeeld gerelateerd aan gezondheid, levensverwachting, wonen, werk, inkomen, en vertrouwen en (mogen) meedoen in de samenleving. En hoewel wijken ‘vindplaatsen’ kunnen zijn voor sociale vraagstukken en daarom een begrijpelijk aangrijpingspunt voor een aanpak of interventie, is er geen eenduidige relatie tussen sport- en beweegdeelname en wijkkenmerken. Intussen bestaat de neiging om sporten en bewegen te zien als een panacee voor allerlei sociale én gezondheidsproblemen. De vraag is of dat reëel en terecht is.
Wie definieert het probleem?
Met deze inleidende opmerkingen wil ik niet zeggen dat aandacht voor sport en bewegen in aandachtswijken geen goed idee is. Wel denk ik dat we ons meer bewust moeten zijn van enkele impliciete aspecten. Het eerste is het normatieve aspect, dat al in de probleemformulering zit besloten: de boodschap is dat sporten en voldoende bewegen ‘het goede’ is om te doen. De logische tegenvraag is dan: is het erg dat overheid en daaraan gelieerde organisaties een bepaalde en gewenste norm uitdragen? Nee, zeker niet. Daar is de overheid juist voor, om normen uit te dragen over hoe we met elkaar (willen) samenleven. Het gaat er wel om welke normen gelden, waarom, en hoe en wie dat bepaalt.
In dit geval komen we uit op een norm die ‘goed’ en ‘verkeerd’ gedrag voorschrijft. En gedrag is iets waar we in onze samenleving als individu uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn; dat idee leeft heel sterk. Je kunt hier dus de ‘juiste’ of ‘verkeerde’ ‘keuze’ maken. Cruciaal is de vraag: wie definieert het probleem en de oplossingsrichting? En vinden inwoners in aandachtswijken ‘te weinig bewegen’ een even serieuze kwestie als waar zij in hun dagelijks leven bijvoorbeeld rond wonen, werk, inkomen, hun gezondheid en bestaanszekerheid tegenaan lopen?
Risico van stigmatisering
In het verlengde van de normatieve aanpak die sporten en bewegen tot een individuele verantwoordelijkheid maakt, ligt het risico van stigmatisering. Mensen die volgens de richtlijnen voldoende bewegen hebben statistisch gezien minder kans op bijvoorbeeld allerlei chronische aandoeningen. Daar is veel wetenschappelijk bewijs voor. Het lastige is dat dit in afzonderlijke levens niet zo hoeft uit te pakken; voldoende bewegen is nooit een garantie voor gezondheid. Bovendien vraagt ‘voldoende bewegen’ veel van mensen.
Dat geldt voor velen in onze samenleving, maar inwoners van aandachtswijken hebben vaak ook nog eens met heel andere dagelijkse realiteiten te maken dan degenen die deze boodschap uitdragen. De belofte ‘bewegen maakt gezond’ kan gemakkelijk worden omgedraaid: wie niet voldoende beweegt én gezondheidsproblemen ervaart, heeft dat aan zichzelf te wijten. Het stigma ‘eigen schuld’ is heel sterk, en tegelijkertijd subtiel én overal aanwezig. Bijvoorbeeld in de manieren waarop we praten over mensen die diabetes of overgewicht hebben, of over mensen die ‘laag’ zijn opgeleid of afhankelijk zijn van sociale zekerheid. Maar ook in de mate waarin we hun kennis waarderen en meenemen in maatschappelijke vraagstukken.
Reflectie op mensbeelden nodig
Om terug te komen op de vraag wie de norm, het probleem en de oplossingsrichting definieert: dat zijn overwegend mensen met een hoge sociaaleconomische positie. Zij hebben niet per se dezelfde belangen, zorgen, normen en waarden als mensen die in aandachtswijken wonen. Maar ook niet dezelfde ervaringen met én opvattingen over sport, bewegen en gezondheid. Of dezelfde ideeën over de mate waarin individuen daar zelf verantwoordelijk voor zijn en het leven maakbaar is. Deze afstand tussen de betrokken partijen – van landelijke beleidsmakers tot en met de wijkbewoners – geeft een extra laag in dit wicked problem.
Die afstand is er niet alleen door verschillen in (sport- en beweeg)gedrag, ervaringen, opvattingen en leefomstandigheden, maar ook door de mensbeelden die betrokkenen (wederzijds!) over elkaar hebben. Mensbeelden zijn noodgedwongen een versimpelde weergave van de complexe werkelijkheid, maar hebben concrete gevolgen voor in- en uitsluiting van betrokkenen. Dat maakt het essentieel dat (hoogopgeleide) professionals die bij dit vraagstuk betrokken zijn, kritisch (leren) reflecteren op de mensbeelden die ze hanteren. Hoe werken ze door in hun denken en handelen? Hoe dragen deze mensbeelden bij aan het ontstaan en in stand houden van het probleem? En van de achterliggende ongelijkheden?
Voor én door de wijk
Gelukkig zijn er veel mooie voorbeelden van hoe je juist vanuit sport- en beweegaanbod oog kunt hebben voor andere aspecten van het dagelijks leven. Neem Choku Gym, een bijna 40 jaar oude sportschool in ‘probleemwijk’ Poelenburg in Zaandam. Naast lessen in karate, boksen, capoeira, zelfverdediging en fitness, vervult Choku Gym een belangrijke sociale en maatschappelijke functie in de wijk. De sportschool staat open voor alle kinderen en jongeren en biedt onbeperkt gratis sporten als ouders dit niet kunnen betalen.
Bovendien is er huiswerkbegeleiding, plus hulp bij het vinden van een stage, werk en woonruimte. Een groot team van vrijwilligers - nagenoeg allemaal afkomstig uit de wijk - runt deze sportschool. Zij hebben er belang bij dat dit initiatief blijft bestaan en ze hierbij betrokken blijven.
Gedeeld vertrouwen en eigenaarschap
Choku Gym is een voorbeeld uit de kennis- en innovatiescan die ik samen met Ine Pulles in opdracht van ZonMw schreef. Op basis van verschillende grote literatuur- en evaluatiestudies komen we tot zes succesfactoren voor een wijkgerichte aanpak. De rode draad daarin gaat over hoe betrokkenen samenwerken en zorgen voor een gedeeld vertrouwen en eigenaarschap. Dit valt of staat bij de onderlinge relaties en dit betekent dat daar veel aandacht voor moet zijn.
Start vooral vanuit wat er al is en onderzoek samen met inwoners, professionals, vrijwilligers, beleidsmakers en onderzoekers waar alle ‘spelers’ in de wijk tegenaan lopen. Zorg voor een gelijke waardering van wetenschappelijke kennis, beleidskennis, professionele expertise én ervaringskennis; en onderzoek hoe je dat op een goede manier doet. Werk niet vanuit een technocratische, ‘oplossingsgerichte’ aanpak van bovenaf, maar neem veel ruimte om elkaar te leren kennen en vertrouwen. Zoek met professionals, vrijwilligers en bewoners in de wijk naar een gezamenlijkheid in de aanpak, probeer die uit en stuur waar nodig bij. Door alle betrokkenen zeggenschap te geven over wat er in de wijk gebeurt, wordt een aanpak of verandering veel breder gedragen.
Aanknopingspunt voor verandering
Ik denk en hoop dat het programma MOOI in Beweging hieraan kan bijdragen, mits het lukt om ook echt een cultuurverandering in denken en doen te realiseren. Een lastige opgave, alleen al omdat projectmatig werken niet gemakkelijk tot structurele veranderingen leidt. Hoe zorg je dat er als de subsidie stopt – en de onderzoekers uit de wijken verdwijnen – daadwerkelijk wat anders is ontstaan? Waarmee laat je inwoners achter?
Vanuit de scan is ons advies: zoek verbinding, betrek inwoners serieus vanaf een vroeg stadium en zoek uit hoe die gezamenlijke afstemming tussen beleid, praktijk en wensen/behoeften van inwoners beter vorm krijgt. En blijf bedenken dat ongelijkheden veel breder in onze samenleving verweven zijn; verschillen in sport- en beweegdeelname zijn daar een onderdeel van. Aandacht voor sporten en bewegen is relevant, en een mooi aanknopingspunt voor verandering. Maar alleen als we ook focussen op de achterliggende ongelijkheden die mensen belemmeren volop mee te kunnen én mogen doen in onze samenleving.
Mirjam Stuij is senior onderzoeker bij het Mulier Instituut en een van de auteurs van de kennis- en innovatiescan over het wicked problem ‘Bewoners van aandachtswijken sporten minder’. Haar eerste sportonderzoek in 2007 ging over sociaaleconomische ongelijkheid en veel van haar huidige onderzoeken ook. Stuij hoopt met haar kritische noten bij te dragen aan andere manieren van denken en doen rondom dit onderwerp.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.