14 mei 2024
Opinie
door: Marianne van der Sloot
Gemeenten vormen de hoeksteen van het sportbeleid in Nederland. Ze financieren of exploiteren veel sportfaciliteiten, onderhouden en richten de openbare ruimte in, ondersteunen sportverenigingen met subsidies. Daarmee hebben gemeenten een centrale rol in de lokale sportinfrastructuur. Gelukkig is de tijd dat sport door bestuurders alleen als leuke hobby wordt gezien voorbij. Het betekent veel meer dan dat. Sporten en sportief bewegen hebben een cruciale rol bij het oplossen van een aantal maatschappelijke vraagstukken. En dat is interessant voor gemeenten.
Zoals we inmiddels allemaal wel weten, beweegt de gemiddelde Nederlander in het dagelijks leven veel te weinig. We hebben daardoor in ons land te maken met een groeiend aantal mensen met overgewicht met alle gezondheidsproblemen die daarbij horen. Daarnaast zien we een afnemende sociale cohesie met name in stadswijken, veel eenzaamheid onder ouderen en een groeiend aantal jongeren dat worstelt met mentale problemen. Om al die uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, kan je veel breder naar het positieve effect van voldoende lichaamsbeweging kijken. Zou je meer preventief moeten investeren in het langer gezond houden van mensen. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal en sociaal. Als we hier niet op inzetten, dan lopen we straks vast met elkaar. Want de zorgkosten lopen op, de arbeidsmarkt is te krap, er zijn minder mantelzorgers en meer mensen die zorg nodig hebben. Daarom zou investeren in sport en bewegen voor gemeenten prioriteit moeten hebben.
Bij Sportinnovator zetten we ons in om op een innovatieve wijze meer mensen aan het sporten en sportief bewegen te krijgen en te houden. Dat doen we in nauwe samenwerking met gemeenten en provincies. Het Topteam Sportinnovator heeft een aantal jaren geleden een oproep aan de gemeenten gedaan om binnen de sportbegroting 3% te reserveren voor innovatie. Daar ben ik het heel erg mee eens. Maar alleen met geld komen we er niet. Innovaties en een disruptieve aanpak zijn nodig om die negatieve spiraal van toenemende bewegingsarmoede te helpen doorbreken. Hoe kunnen we op een slimme manier mensen ertoe aanzetten om gezonde keuzes te maken? Dat vraagstuk 'is' niet alleen van de wethouder sport. Het is een vraagstuk van de gehele gemeente, van de hele samenleving.
Integrale aanpak
Het aanpakken van de bewegingsarmoede in ons land vraagt om een integrale aanpak en meer verbinding tussen sport en bewegen en andere beleidsterreinen. Het vereist een gezamenlijke inspanning om kansen te grijpen en te vertalen naar tastbare resultaten. Het belang van sport voor de maatschappij moet ook gezien worden door de andere bestuurders. Bijvoorbeeld de wethouders die ruimtelijke ordening, mobiliteit, zorg of onderwijs in hun portefeuille hebben. Meer domeinoverstijgend samenwerken: dat is de volgende stap die we met elkaar moeten zetten.
Als je wilt dat mensen meer in beweging komen, dan moet je ervoor zorgen dat de omgeving waarin ze wonen daartoe uitnodigt. Daar moet je dus vanaf het begin op letten wanneer je nieuwe wijken gaat inrichten. De Omgevingswet die begin dit jaar is ingegaan, biedt volop kansen om sport en bewegen integraal onderdeel te maken van ruimtelijke plannen.
Daarbij kijken we nu ook veel meer dan voorheen naar de sociale functie van sport. Het is niet alleen goed voor je fysieke gezondheid, maar het is ook een hele makkelijke manier om andere mensen te ontmoeten. Dat hebben we jarenlang niet meegenomen als overweging bij het inrichten van onze woon- en leefomgeving.
Sociale functie sportvereniging
Door die bril kijken we ook naar de sociale functie van de 26.000 sportverenigingen in ons land. Dat zijn stuk voor stuk belangrijke ontmoetingspunten en sociale verbinders. Maar daar kunnen we nog veel beter gebruik van maken. Een voorbeeld. Alle gemeenten zijn bezig met programma’s voor valpreventie voor ouderen. Waar kan je dat nou beter vormgeven dan bij een sportclub? Nog mooier zou het zijn wanneer je als oudere tegelijkertijd een sociaal netwerk vindt bij die sportclub. Zo zijn er nog veel meer aanvullende functies voor de sportvereniging te bedenken. Je zou een clubhuis bijvoorbeeld ook voor huiswerkklassen kunnen gebruiken of als brede sociale ontmoetingsplek, ook voor niet-leden.
Zoals ik eerder in deze column al zei: sport en bewegen zou voor gemeenten prioriteit nummer één moeten zijn. Met een integrale, domeinoverstijgende visie op de rol die sport en bewegen kan spelen in huidige en toekomstige maatschappelijke vraagstukken. Dat is een enorme kans. Daarom ben ik op dit moment bezig om een kopgroep van wethouders uit het hele land bij elkaar te brengen. Bestuurders die in de volle breedte naar het belang en de impact van sport en sportief bewegen kijken. Bestuurders die inspireren en durven te innoveren om tot grote doorbraken te komen. We kunnen daarbij laten zien dat het een 'win-win' is. Preventie en mensen langer gezond houden levert de maatschappij uiteindelijk geld op. Het klinkt allemaal superlogisch, maar we moeten het wel doen. Wethouders die zich aangesproken voelen, mogen zich bij mij melden. Het liefst in groten getale want die kopgroep moet uiteindelijk natuurlijk een peloton worden.
Marianne van der Sloot is wethouder Sport in de gemeente ’s-Hertogenbosch.
Sinds december 2023 maakt zij deel uit van het Topteam Sportinnovator.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.