4 november 2008
Opinie
Tijdens de Olympische Spelen in Beijing werden er aan de atleten 100.000 condooms uitgereikt. Dat bleek nog niet genoeg want op een gegeven moment werden er nog 20.000 bijbesteld! In het Olympisch dorp woonden tijdens de Spelen 16.000 atleten en coaches. Gemiddeld werden er dus 7,5 condooms uitgedeeld aan atleten en coaches.
In de Belgische krant ‘De Morgen’ adviseerde de Britse roeier Matthew Pinsent
zijn collega-atleten om met seks te wachten totdat de wedstrijden voorbij waren
en eventueel een medaille was behaald.
Blijkbaar had hij nagedacht over de
vraag of ‘seks vóór de wedstrijd’ goed is voor de atleet en voor zijn
prestaties. Zijn antwoord op deze vraag was negatief. Niet helemaal duidelijk
was of hij seks voor de wedstrijd sowieso onverstandig vond of dat hij
aarzelingen had bij het mogelijk vreemdgaan van de atleten en de gevolgen
daarvan voor de sportieve prestaties.
De uitspraken van Pinsent
deden mij terugdenken aan de beroemde uitspraak van de in 1988 overleden
Nederlandse schaakgrootmeester Jan Hein Donner in het legendarische
schaaktijdschrift ‘Schaakbulletin’. Donner gaf in een van zijn spraakmakende
interviews aan dat seks voor de wedstrijd op zich geen probleem vormde voor de
sportieve prestatie, maar vreemdgaan wel! Jan Hein Donner was een grootheid
(sportief maar ook cultureel) in een tijd dat de psychoanalyse veel aanhang had
onder psychiaters en ook veel aanzien had in de ‘etablissementen van de hogere
cultuur’ van Nederland (schrijvers, kunstenaars, etc.).
Freud: seksualteit en agressie
Sigmund Freud (1856-1939)
wordt algemeen gezien als de grondlegger van de psychoanalyse. Hij publiceerde
artikelen over de seksuele achtergrond van veel psychische trauma's.
Volgens Freud streeft de mens steeds naar driftbevrediging. Driften zijn de
lichamelijke krachten die de behoeften en verlangens van mensen aansturen.
Uiteindelijk liggen zij ten grondslag aan elke menselijke activiteit. Wij
krijgen de driften mee met onze geboorte. Een deel van de driften waarover de
mens beschikt, mag niet bevredigd worden en wordt door de mens verdrongen
(verdringing). Deze driften krijgen een plaats in wat Freud noemde ‘het
onbewuste’.
Freud onderscheidt twee hoofddriften: de seksuele drift en de
destructiedrift (Eros en Thanatos).
Het doel van de seksuele drift is om te binden, in stand te houden, steeds grotere eenheden voort te brengen. De energie die voorkomt uit de seksuele drift noemde Freud 'libido'. De libido kan gericht zijn op verschillende 'objecten': op jezelf (auto-erotiek) of op anderen.
Het doel van de destructiedrift is om te ontbinden, samenhangen te verbreken,
dingen te vernietigen. Denk hierbij aan agressie. Uiteindelijk is het doel van
de destructiedrift alles terug te brengen tot de anorganische staat: dat wil
zeggen tot de dood. Vandaar dat we spreken over de ‘doodsdrift’. In de brief die
Freud in 1933 schreef aan Albert Einstein – met als onderwerp ‘Waarom oorlog?’
- wees Freud dan ook naar déze achtergrond als verklaring voor de massieve
agressie die was losgekomen in de Eerste Wereldoorlog. Hij refereerde niet aan
sociale of politieke omstandigheden maar aan een oerdrift die ingebakken zit in
de menselijke natuur: de destructiedrift.
Freud ging er van uit dat bij elk
mens seksuele en destructiedriften aanwezig zijn. Ze werken elkaar tegen of ze
komen in gecombineerde vorm voor, zoals bij sadomasochistische seks (SM).
Seks is meer dan geslachtsgemeenschap
Vaak wordt bij het
woord ‘seks’ gedacht aan het streven de eigen genitaliën in verbinding te
brengen met die van een persoon van het andere geslacht, gecombineerd met
inleidende handelingen zoals kussen, bekijken en betasten.
Freud gaf aan dat
dit een te beperkte opvatting van seks is. Hij ging er vanuit dat seksualiteit
vooral te maken heeft met het verkrijgen van lust in de meest brede zin van het
woord waarbij geen enkele lichaamszone uitgesloten kan worden. Het seksuele
leven begint al direct bij de geboorte met de orale fase, gevolgd door de anale
fase, de genitale fase, de latentiefase en de puberale fase.
Sport en driftverzaking
Volgens Freud stellen de seksuele
driften enorme hoeveelheden energie beschikbaar. Deze energie kan en mag niet
onbeperkt gebruikt worden in relatie tot seksuele objecten. De samenleving en
onze omgeving staan ons niet toe ongelimiteerd onze seksuele driften en
verlangens uit te leven. De reden: de medemens dient een zekere
bescherming en veiligheid te genieten. Om alle mensen in een cultuur goed te
laten functioneren moet elk lid van die cultuur een deel van zijn driften
onderdrukken en inperken. Daarom ligt er in de opvoeding een nadruk op het leren
'jezelf te beheersen'.
De seksuele driften die niet bevredigd kunnen worden, komen terecht in het onbewuste. De energieën die verbonden zijn aan deze driften kunnen echter wel op een andere manier aangewend worden. Deze energieën kunnen op andere doelen gericht worden, zoals wetenschap, kunst, muziek en sport. Inderdaad: ook sport! Freud sprak in dit verband over 'sublimering': het vermogen om van oorsprong seksuele energieën niet op een seksueel object te richten maar op een ander, maatschappelijk nuttig object. Het betreft dus objecten die niet seksueel van aard zijn maar psychisch daar wel aan verwant omdat ook aan deze objecten lustwinst te realiseren is voor de mens. Ook sport kan lustwinst opleveren...
Freud ziet cultuur (ook sport!) dan ook als het product van driftverzaking. Sublimering is nuttig en wenselijk, maar een zekere mate van rechtstreekse seksuele bevrediging blijft noodzakelijk met het oog op een bepaald mate van psychisch gezondheid, dan wel geestelijk welbevinden.
Teveel onderdrukking van de seksuele driften - zoals in de tijd van Freud met de beperking van seks tot het huwelijk - kan mensen psychisch ziek maken (neurosen). Het gevolg kan zijn dat mensen minder geschikt zijn voor hun culturele arbeid, en dus ook voor sport...
Wat kunnen we leren van Freud over het thema sport en seks? Op de eerste plaats: sport is uiteindelijk – als cultuurfenomeen – een product van driftverzaking. Maar teveel driftverzaking is niet goed omdat daardoor de psychische gesteldheid niet optimaal is voor (top)sport. Donner had dus gelijk toen hij seks voor de wedstrijd geen probleem vond. En wat betreft vreemdgaan: ook daar had hij Freud aan zijn kant omdat schuldgevoelens mensen in hun functioneren in de weg kunnen zitten. Sporters hoor je dan ook vaak zeggen dat het hoofd ‘vrij’ moet zijn... zeker vrij van schuldgevoelens!
Jan de Leeuw is docent ethiek aan de opleiding SPECO (sportmarketing) van Fontys Economische Hogeschool Tilburg. Hij is auteur van Sportbusiness en ethiek (uitg. DAMON, Budel 2007, ISBN 9789055737529). E-mail: j.deLeeuw@fontys.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.