Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Scoren als sportbestuur tips en trucs deel 1

Scoren als sportbestuur - tips en trucs (deel 1)

2 april 2024

Opinie

door: Sjors van Leeuwen

Besturen in de amateursport is een flinke uitdaging. Er komt van alles op je af, het vrijwilligerswerk staat onder druk en vacatures voor bestuursfuncties staan lang open. Het maatschappelijk belang van sportverenigingen wordt echter steeds groter. Sportverenigingen krijgen een steeds belangrijkere rol op het gebied van sport, bewegen, gezondheid, welzijn en gemeenschapszin. Daarmee groeit ook het belang van goede verenigingsbestuurders. Wanneer ben je een goed sportbestuur? Hoe zorg je voor een vitale, toekomstbestendige sportvereniging met genoeg verenigings- en stuurkracht? In een tweeluik schets ik op persoonlijke titel een aantal aandachtspunten en oplossingsrichtingen voor een sterke sportvereniging met een sterk sportbestuur.

Er zijn zo'n 24.000 sportverenigingen in Nederland, gerund door één miljoen vrijwilligers, onder wie naar schatting 150- tot 180.000 bestuurders. 29% van de Nederlanders (vanaf 6 jaar) is lid van een sportvereniging. Onder de 15-25 jarigen is dat bijna de helft (47%).

Volgens het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB) zijn bestuurders meer bezig met randzaken dan de kerntaak. Er komt van alles op ze af: stimuleren van sporten en bewegen, het handhaven van een veilige omgeving, stimuleren van duurzaamheid, het beteugelen van energiekosten, het bijdragen aan een rookvrije generatie, zorgen voor sociale cohesie in de buurt, enzovoort.  

"De ideale sportbestuurder is van alle markten thuis"

Kijken we naar de kernwaarden van een sportbestuurder dan moet hij of zij betrouwbaar, deskundig, zorgvuldig en besluitvaardig zijn, aldus het Register voor Verenigingsbestuurders (RVVB). Verder wordt van sportbestuurders verwacht dat ze zich houden aan de ‘Code Goed Sportbestuur’ van NOC*NSF, een kompas voor integer en maatschappelijk verantwoord bestuur.

De ideale sportbestuurder is van alle markten thuis. Goede sportbestuurders zorgen idealiter voor:

  • Visie en stip aan de horizon.
  • Uitgewerkt beleid om daar te komen.
  • Duidelijke prioriteiten en besluiten.
  • Activeren van mensen en generen van middelen.
  • Controleren van de voortgang en bijsturen waar nodig.

NOC*NSF onderscheidt deze vier kerntaken van een sportbestuur(der):

  • Ontwikkelen van beleid en strategie.
  • Leidinggeven aan de sportorganisatie.
  • Behartigen van belangen van de sportorganisatie.
  • Verantwoorden van het uitgevoerde beleid.

XL12SportbesturenIndePraktijk-SvL-1Drijfveren
Mensen hebben verschillende drijfveren om sportbestuurder te worden. Mulier Instituut noemt in onderzoek uit 2015 naar de toekomst van het verenigingsbestuur de volgende redenen:

  • Iets terug doen voor de club/een bijdrage leveren aan de club (44%).
  • Iets terug doen voor de maatschappij (39%).
  • Bestuursfunctie is leuk om te doen (33%).
  • Door bestuursfunctie kan ik mijn competenties verbeteren (23%).
  • Door bestuursfunctie kan ik nieuwe mensen ontmoeten (22%).
  • Bestuursfunctie sluit aan bij mijn competenties (21%).
  • Ik heb voldoende tijd voor een bestuursfunctie (18%).

Volgens dit onderzoek wil 8 procent van de Nederlandse volwassenen (die nog geen sportbestuurder is) in de toekomst wel een sportbestuursfunctie bekleden. Volgens rekenwerk van de onderzoekers komt dat neer op ongeveer 950.000 potentiele bestuursleden. Maar let op: mensen willen graag gevraagd worden voor vrijwilligerswerk en doen dit niet op eigen initiatief. Sluit daarbij aan op de mogelijke drijfveren van kandidaat bestuurders. Naast club- en maatschappelijk belang is dat steeds vaker ook eigen belang. Zo kan een bestuursfunctie voor 25-35 jarigen interessant zijn omdat het goed is voor hun persoonlijke ontwikkeling of omdat het een waardevolle maatschappelijke toevoeging is aan hun CV.

Sportbestuurders geven op verschillende manieren invulling aan hun bestuursfunctie. Dat heeft met verschillende factoren te maken zoals de eigen drijfveren en voorkeuren, de invloeden van buitenaf en de sterke en zwakke punten van de vereniging.

Sommige bestuurders zijn voortdurend druk met ‘brandjes blussen’ en de dagelijkse rompslomp omdat er geen andere vrijwilligers zijn om het werk te doen. Andere bestuurders houden zich alleen bezig met wat ze ‘leuk’ vinden en laten de rest op zijn beloop omdat ze daar weinig zin in hebben; het beantwoorden van een e-mail is dan al snel teveel gevraagd. Ook heb je bestuurders die precies doen wat er van ze verwacht wordt en geen stap extra zetten: 'dat is niet mijn ding'.

"Slechts een kleine groep bestuurders weet zijn bestuursfunctie in de volle breedte met verve in te vullen"

Verder zijn er bestuurders die graag vasthouden aan het bekende en weinig zin hebben in verandering en vernieuwing: ‘het gaat toch goed zo, waarom zouden we dat doen?’ En dan heb je nog de categorie bestuurders die het 'interessant' vindt om te kunnen zeggen dat men in een bestuur zit; ze zijn vaak drukker met de eigen functietitel dan met het werk dat gedaan moet worden. Opvallend genoeg ontbreekt 'status' in het drijfverenoverzicht van Mulier Instituut, maar dat terzijde. Slechts een kleine groep bestuurders weet zijn bestuursfunctie in de volle breedte met verve in te vullen.

Vier typen bestuurders
Kijken we naar de twee kerncompetenties ‘denken’ en ‘doen’, dan doemen er in de praktijk vier typen sportbestuurders op: de passieveling (35%), doener (35%), dromer (20%) en alleskunner (10%). Met tussen haakjes een grove persoonlijke inschatting van de mate waarin dit type bestuurder in de praktijk voorkomt.

De passieveling reageert vooral, komt alleen in beweging als het écht moet. Past hooguit op de winkel en kiest graag de weg van de minste weerstand (en eerlijk is eerlijk, daar kun je al heel druk mee zijn). De doener doet veel en denkt weinig. Houdt het schip drijvende; is druk met brandjes blussen en ballen in de lucht houden. Ziet vaak kansen en springt van de hak op de tak. De dromer kan het mooi vertellen, heeft veel ideeën, maar steekt zelf de handen niet uit de mouwen. Veel gepraat, weinig wol. De alleskunner denkt en doet het allebei. Zorgt niet alleen voor visie en beleid maar neemt ook het voortouw en weet mensen te enthousiasmeren om plannen uit te voeren. Schakelt moeiteloos tussen beleid en uitvoering, korte en lange termijn, denken en doen.
XL12SportbesturenIndePraktijk-SvL-2
Alleskunner
Zoomen we in op de alleskunner onder de sportbestuurders dan zorgt hij of zij voor:

  • Wie zijn we? Gezamenlijk beeld van identiteit, missie en kernwaarden van de sportvereniging.
  • Waar gaan we heen? Toekomstvisie met kernactiviteiten en realistische ambities.
  • Hoe komen we daar? Plannen met concrete doelen, prioriteiten, acties en besluiten.
  • Hoe organiseren we het? Verenigingsstructuur met zelforganiserende commissies, coördinatoren, vrijwilligers en professionals.
  • Wie hebben we nodig? Actieve en positieve leden, vrijwilligers, sponsors en andere partijen.
  • Zijn we op de goede weg? Monitoring van de uitvoering, voortgang en resultaten met tijdige bijsturing.
  • Saamhorigheid. Verbinding creëren tussen alle geledingen binnen de club: leden, oud-leden, ouders van jeugdleden, kaderleden, commissies, sponsors, samenwerkingspartners en bestuur.

Doe je dit goed, dan mag het resultaat er zijn: een vitale, toekomstbestendige en maatschappelijk gedreven sportvereniging met betrokken en tevreden leden, vrijwilligers, sponsors en samenwerkingspartners. Wie wil dat niet?

"Ga voor kwaliteit en kies niet te snel voor mensen die zich aandienen maar niet over de juiste capaciteiten beschikken"

Teamwork
De ideale wereld bestaat niet en de alleskunner – het bekende schaap met de vijf poten – komt ook in bestuurdersland zelden voor. Formeer dus een evenwichtig bestuur waarin bestuursleden elkaar op verschillende gebieden aanvullen. Het gevaar van ‘soort zoekt soort’ is groot waardoor je vaak een bestuur ziet met dezelfde type bestuurders. ‘De gemiddelde sportbestuurder is nog steeds man en 50+’ aldus insiders. Zoek actief de juiste kennis en ervaring en kijk verder dan je eigen vereniging en sport. Ga voor kwaliteit en kies niet te snel voor mensen die zich aandienen maar niet over de juiste capaciteiten beschikken.

Volgende keer in deel 2
Volgende keer in het slot van dit tweeluik onder meer: twee perspectieven op het besturen van een vereniging (lean-and-mean en delen-en-verbinden), leiders versus managers en zeven punten om bestuurlijk aan te werken als sportvereniging.

Sjors van Leeuwen is zelfstandig managementadviseur. Hij adviseert bedrijven en instellingen op het gebied van klantgericht ondernemen, strategie en marketing. Hij is daarnaast als betrokken lid al vele jaren bestuurlijk en uitvoerend actief voor voetbalvereniging VDZ in Arnhem.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.