12 januari 2010
Opinie
“Sport is emotie!”
Met zijn kritiek op de vermeende ‘rationalisering’ van de sport vertolkt Paul Verweel een aantrekkelijk standpunt; de toetreding van professionals en verdergaande samenwerking met andere sectoren en organisaties zou het voor al die goedwillende vrijwilligers in de sport lastiger maken gepassioneerd te blijven. Nee maar! Verweel kiest hiermee voor een onvervalst Cartesiaans dualisme: er zou sprake zijn van oud versus nieuw, passie versus ratio, amateurs versus professionals, en - nu komt het - dat staat ook nog eens gelijk aan ‘goed’ versus ‘fout’.
Verweel zet met deze normatieve schijntegenstelling de evolutie van de georganiseerde sport feitelijk op slot. Immers, we moeten ons niet inlaten met dat rationaliseren, zo luidt zijn pleidooi, want daardoor bloedt het hart van de sport dood. Hoe verleidelijk dit standpunt ook lijkt, mijn vraag is: waar leidt deze analyse toe? Opent of sluit zij deuren? Wordt hiermee recht gedaan aan het groeiend aantal professionals in de sport, die zich met hart en ziel inzetten voor de ondersteuning van de unieke vrijwilligerscultuur binnen de verenigingssport...? En wat te denken van die ambitieuze combinatiefunctionaris, die eindelijk de verbinding tussen school en sport heeft weten te leggen, en van daaruit op school het besef laat ontstaan dat het eigen bewegingsonderwijs ook beter moet, met gekwalificeerde vakleerkrachten...? Zouden deze mensen zich herkennen in de scherpe veroordeling van Verweel?
Ik vrees dat juist dit soort retoriek de sport niet verder brengt, omdat zij ons terug zet naar een tijd die al lang achter ons ligt. Want waar vind je nog die club die het enkel op ‘liefdewerk oud papier’ doet? Het is allang geen kwestie meer van kiezen tussen oud of nieuw, passie of rationalisering, hart versus ratio... Nee, het gaat om de vraag hoe we de passie kunnen borgen in het nieuwe, hoe we de verbinding met het hart in de sport kunnen behouden en tegelijkertijd een zekere - bij de sport passende - mate van rationalisering aanbrengen. Vergeet niet: adel verplicht! Dankzij de erkenning van de maatschappelijke betekenis van sport wordt steeds vaker een serieus beroep op de sport gedaan bij het aangaan van de vele sociaal-maatschappelijke uitdagingen, die het Nederland van de 21e eeuw rijk is. Laten we hier blij mee zijn, elkaar deze eer met verve gunnen en sport leading maken bij de sociale innovatie waar dit land rijp voor is. Juist de sport zou andere sectoren komend decennium de weg kunnen wijzen; laten we demonstreren hoe je de intrinsieke kracht van een sector vol passie zodanig kunt richten, dat zij vitaal en ondernemend wordt en blijft, en er juist meer duurzame sociaal-maatschappelijke winst geboekt wordt.
Terug naar die normatieve schijntegenstelling. Professionalisering en rationalisering zijn niet per definitie ‘fout’, en de ‘voor elkaar/door elkaar’ vrijwilligerscultuur is niet per definitie ‘goed’. Was het maar zo eenvoudig! Wie kent niet die kernvrijwilliger, die niet bij de club is weg te slaan en zich tot op het bot verzet tegen elke vorm van verandering? Brengt die attitude de sport soms verder? Moeten we blijven hangen in deze romantiek over de grenzeloze passie van Ome Jan en tante Truus...? Om nog maar te zwijgen van de categorie bestuurders, die zich vanwege een slecht huwelijk en een mislukte maatschappelijke carrière op het besturen van een sportorganisatie storten om hun persoonlijke ellende te compenseren.
Ja, sport is emotie, op het veld of voor de buis, maar vooral ook in de kantine of bestuurskamer! Is het niet eerder de uitdaging deze ongerichte passie uit de onderbuik, de Dionysische krachten van eenieder die in de sport werkt – vrijwillig of betaald – zodanig uit te zuiveren en te kanaliseren, dat er geweldige dingen mee tot stand worden gebracht, ten gunste van sport en maatschappij?
De andere pool van de tegenstelling is ook bij lange na niet zo absoluut als Verweel stelt. De vermeende ‘rationalisering’ van sport is niet per definitie ‘fout’. Sterker nog, doorontwikkeling van de georganiseerde sport is hard nodig om mee te groeien met de wensen van de markt. Laten we onze zegeningen tellen, en profiteren van de erkenning van het belang van sport door andere sectoren. Het vervlechten van sport met onderwijs, wijk- en welzijnsbeleid of zelfs commerciële sectoren biedt de sport volop kansen om door te groeien.
En dat daar dan managers aan te pas komen - die soms dezelfde fouten maken als al die goedwillende vrijwilligers - is logisch. Professionals zijn ook maar mensen... Het is een publiek geheim dat ook in het management van veel ‘gerationaliseerde’ bedrijven de opgave ligt passie en bezieling weer tot leven te wekken. De financiële crisis heeft pijnlijk aangetoond waar doorgeschoten bureaucratisering en een ego-gestuurde managementstijl toe kan leiden. Natuurlijk moeten we ons daar niet aan spiegelen in de sport!
De kritische analyse van Verweel wordt duidelijk ook gedreven door veel zorg en liefde voor de sport. Het levert meer op zijn analyse te lezen als een gepassioneerde oproep om vooral kritisch te blijven op ons eigen ontwikkelproces; dat is een mooie, maar stevige opdracht aan alle bestuurders in de sport. Het vraagt namelijk wel visie en leiderschap om de kansen die er zijn te benutten, zonder speelbal te worden van derde partijen. En juist daar hebben wij iets unieks in handen waar andere sectoren jaloers op kunnen zijn!
De passie, die intrinsiek met sport verbonden is, blijft in elke nieuwe situatie altijd het vertrekpunt. Dat is ons anker. Het gaat om het spelletje, en de positieve energie die daarbij vrij komt; van dat primaire proces hebben wij in de sport nog altijd het meeste verstand. Laten we daar trots en zuinig op zijn. Van samenwerking met derde partijen en de inzet van betaalde krachten hoeven we beslist niet slechter te worden, mits we in staat zijn het roer stevig in handen te houden, en de passie die de sport voedt loepzuiver in te zetten.
Maar dan hebben we intern nog wel wat huiswerk te doen! We zullen moeten experimenteren met hybride besturingsmodellen, waarin een goede balans zit tussen de vrijwilligersinzet en de inbreng van professionals in en rond de sport. Daar is geen universele blauwdruk voor te bedenken; zoveel clubs, zoveel besturingssystemen. Hoe dan ook zal het primaire proces, de kerntaak van een sportvereniging altijd leading moeten zijn, om structuur te bieden aan alle overige, daarvan afgeleide activiteiten. Daarmee is direct de passie geborgd, en dus de inzet van vrijwilligers, niet weg te denken uit de sport.
Op deze wijze organiseren we de unieke kracht van sport in een nieuwe setting, welke deze ook mag zijn. Dit vraagt wel het nodige zelfbewustzijn en dus veranderwerk op persoonlijk vlak, zowel bij coaches, als (vrijwillige) bestuurders en professionals in de sport. We zullen onze persoonlijke projecties, de niet dienende ego-gebonden verlangens die ons werk in de sport vervuilen, onder ogen moeten durven komen om ze vervolgens los te leren laten.
Hoe lastig dat is, valt af te leiden uit de aanhoudende problemen en conflicten binnen verenigingen en bonden. Op een bepaalde manier is dit vernieuwingsproces in de sport dus aan de orde van de dag, zij het versluierd en zonder passende bedding of voeding.
Laten we komende jaren vooral daar onze energie op richten, en elkaar vanuit
de passie die ooit ten grondslag lag aan het ontstaan van sport, gidsen naar een
toekomst die de sport past. Door elkaar, voor elkaar.
Voor
een reactie van Paul Verweel op deze column klik hier
Voor een
reactie van Jan Janssens op de discussie tussen Paul Verweel en Sandra Meeuwsen
klik hier
Sandra Meeuwsen werkte van 1994 tot 2007 bij NOC*NSF, en begeleidt nu vanuit haar bureau ‘Soulconsult’ beleids- en verandertrajecten binnen gemeenten, bonden en derdelijns organisaties in de sport. Zij is van origine filosoof en marketeer, en vertaalt de inzichten uit het veld van systeemdynamiek (Bert Hellinger), Theory U (Otto Scharmer) en Presence (Peter Senge) naar toepassingen in de sport (bestuur & coaching). Sandra presteerde in de jaren ‘90 als triatlete op nationaal niveau, en is nu bestuurslid van de Nederlandse Triathlon Bond (NTB). Voor meer informatie: www.soulconsult.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.