26 januari 2010
Opinie
Mevrouw Kroes wordt de nieuwe Eurocommissaris Digitale Agenda. Met hand en tand moest mevrouw Kroes als kandidaat Eurocommissaris aantonen dat ze beter was dan andere kandidaten. Vervolgens ging die commissie in open discussie met de europarlementsfracties over de integrale samenstelling van de Europese Commissie. Mevrouw Kroes stelde zich strijdbaar op met het karakter van een topsporter. Ik heb enorm respect voor de wijze waarop mevrouw Kroes de discussie met die commissies (kranten spraken zelfs over herexamen) is aangegaan: ‘If you want to be a champion, you have to look like a champion’.
Haar verkiezing is het zoveelste bewijs dat je internationaal geen functie op een presenteerblaadje krijgt aangereikt. Ook niet in de sport. Els van Breda - ex-voorzitter van de Internationale Hockey Federatie en gedurende haar voorzitterschap van de FIH ook collega IOC-lid - heeft het allemaal van nabij meegemaakt. Ze werd één keer gekozen, één keer herkozen en één keer niet gekozen. En ook met verliezen is niets mis.
Winnen en verliezen in het openbaar is inherent aan de sport. Kijk naar Marianne Timmer. Ook zij verdient alle respect. ‘If you want to be a champion, you have to look like a champion’. Met tot de verbeelding sprekend doorzettingsvermogen probeerde ze na haar blessure terug te knokken tot het niveau dat haar in staat stelde nog één keer te stralen op het Olympisch podium. Zij is en blijft Olympian!
Doorstroomdrempels
In vergelijking met de prestaties van
onze atleten (we verwachten een toptien ranking op de wereldranglijst van NOC’s)
is Nederland sterk ondervertegenwoordigd op gezaghebbende internationale
Olympische bestuursfuncties. De oorzaak zit voor een deel in het ontbreken van
het competitie-element bij sportbestuurlijke verkiezingen in Nederland (bij
velen de cultuur van ‘Ik wil gevraagd worden en ben bereid de functie te
aanvaarden als er geen tegenkandidaten zijn’) en voor een deel in de drempel die
NOC*NSF zichzelf heeft opgeworpen wat betreft het doorstromen van bestuurlijk
talent van de aangesloten sportbonden naar een NOC*NSF-bestuursfunctie.
André Bolhuis
Ik steek niet onder stoelen of banken dat -
toen de NOC*NSF-bestuursleden de kans kregen zelf kandidaat-voorzitters voor te
dragen - ik 30 juli jl. schriftelijk per omgaande Olympian André Bolhuis als
ideale voorzitterskandidaat heb voorgedragen. Maar als die onzinnige drempel dat
bondsbestuurders geen bestuurder van NOC*NSF mogen zijn er niet was geweest had
Bolhuis misschien al jaren geleden voorzitter kunnen worden en had hij zich toen
al sterk internationaal kunnen profileren. Hij begint echter in internationale
zaken niet vanaf het nulpunt. Als ex-chef de mission en als ex-KNHB voorzitter
is hij geen onbekende in het international circuit. En in Beijing heb ik hem -
ook vanuit mijn werk als Delegate Member Games Observation - vanwege zijn
bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het Olympisch Plan - een rondleiding
gegeven langs alle burelen die met de organisatie van Olympische Spelen te maken
hebben. Nu heeft hij weer een afspraak gevraagd in Vancouver. Ikzelf en mijn
naaste medewerker Martin Franken zijn hem daar weer graag van dienst.
Historisch besef
Ook in Vancouver vinden in het Olympisch
dorp weer verkiezingen plaats voor de IOC Atletencommissie. Er zijn alweer geen
Nederlandse kandidaten. Ik ontkom er niet aan hier de naam van Pieter van den
Hoogenband te noemen. Zijn grote kans om lid van deze gezaghebbende commissie te
worden lag in Athene en Beijing. Als hij in een interview in de Volkskrant van
zaterdag 23 januari jl. goed is geciteerd, neemt hij die IOC Atletencommissie
niet serieus. Hij wil iets gedaan krijgen en kennelijk ziet hij de IOC
Atletencommissie daartoe niet in staat. In die commissie (citaat: ‘Ze kunnen
er een kartonnen Pieter neerzetten’) zou hij zijn ambities niet kwijt
kunnen. Wel zegt hij veel waardering voor Sebastian Coe te hebben met wie hij
graag een keer wil spreken. Dat laatste lijkt mij niet zo’n probleem, want
Sebastian Coe is een zeer toegankelijk man. Echter, Pieter van den Hoogenband is
nog jong en wat hij uit de geschiedenisboeken moet halen heb ik nog als kennis
paraat. Daarom adviseer ik hem toch wat voorzichtiger te zijn met denigrerende
opmerkingen over de IOC Atletencommissie voordat hij Coe voor een gesprek zal
vragen.
Slaat Pieter van den Hoogenband de plank mis?
Coe is
namelijk degene die zich hartstochtelijk heeft ingezet voor een sterke rol van
atleten in het IOC. Hij geldt als een van de initiatiefnemers van de IOC
Atletencommissie. De IOC Atletencommissie werd namelijk opgericht naar
aanleiding van toespraken van Sebastian Coe en mijn gerespecteerde huidige IOC
collega’s Dr. Thomas Bach en Kipchoge Keino tijdens het IOC Congress in
Baden-Baden (1981).
De IOC Atletencommissie is vertegenwoordigd in alle commissies van het IOC. De vijftien leden van de IOC Atletencommissie zijn ook volwaardig lid van het IOC, inclusief stemrecht. Beseft Pieter van den Hoogenband wel dat zijn uitspraken niet anders kunnen beduiden dan dat hij vindt dat mensen als Sergey Bubka, en Prins Albert van Monaco - tot voor kort de respectievelijke voorzitter en vice voorzitter van de IOC Atletencommissie - en zijn oud-collega Alex Popov en oud-voorzitter Peter Tallberg niets gedaan krijgen? En wat zou je denken van namen als Frank Fredericks (de huidige voorzitter), Manuala Di Centa, Jan Zelezny, Charmaine Crooks, Robert Ctvrtlik, Rania Elwani en de Nederlands-Duitse Claudia Bokel. Het is een vrij willekeurige greep uit de leden van de IOC atletencommissie. Stuk voor stuk hebben deze leden van de IOC Atletencommissie een enorme invloed op het IOC. En stuk voor stuk hebben zij in open verkiezingen geknokt voor het lidmaatschap van het IOC-Atletencommissie en het IOC-lidmaatschap. Pieter van den Hoogenband is die verkiezing uit de weg gegaan. Volgens de IOC-statuten was Vancouver zijn laatste kans om lid te worden van de atletencommissie. Dat is zijn goed recht, maar de IOC Atletencommissie bagatelliseren is fnuikend. Niet alleen voor hem, maar ook voor het Olympisch Plan, waar hij toch kennelijk voorstander van is.
Member Delegate for Games Observation
Voor de komende
Winterspelen in Vancouver heb ik als Delegate Member for Games Observation de
voorbereidingen die ik vanuit Utrecht en Lausanne kon plegen afgerond. De
IOC-sessie in Kopenhagen (oktober 2009) was niet alleen belangrijk omdat ik er
voor een volgende termijn als IOC-lid ben herkozen. Ze was ook erg belangrijk
voor de voorbereiding van de IOC-leden op hun werk in Vancouver. Na de sessie
heeft IOC voorzitter Dr. Rogge ongewijzigd mijn voordracht overgenomen van
IOC-leden die als IOC observers dagelijks op alle locaties aanwezig zijn en
dagelijks aan mij rapporteren. Ikzelf ben nu voor de elfde Spelen in successie
door de IOC-voorzitter als Delegate Member Games Observation uitgenodigd deel te
nemen aan de Daily Games Coördination Meeting onder voorzitterschap van de IOC
President. De CEO van het organisatiecomité (VANOC) brengt daar rapport uit en
ook het IOC rapporteert haar bevindingen. Waar nodig geef ik nog een toelichting
op mijn dagelijkse rapportage. Verbeterpunten, ook van de NOC’s en
Internationale Olympische Wintersportfederaties en IOC atletencommissie krijgen
er aandacht. Op die wijze kan op het hoogste niveau de organisatie dagelijks
bijgesteld worden. Voor mij is het vanzelfsprekend dat het optimaal kunnen
presteren van de atleten het belangrijkste aandachtspunt is. Alle te observeren
punten staan in dienst daarvan: het Olympisch dorp, de wedstrijd- en
trainingsfaciliteiten, de sfeer op de tribunes, werkomstandigheden media etc.
etc.
Anton J. Geesink is de vertegenwoordiger van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Nederland en voormalig topjudoka.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.