6 juli 2010
Opinie
Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. De iPlay-studie is een onderzoek naar de ontwikkeling en evaluatie van een lesprogramma ter voorkoming van blessures bij kinderen op de basisschool. Dit lesprogramma, genaamd iPlay - dat staat voor ‘Injury Prevention Lessons Affecting Youth’ - is gericht op het voorkomen van sport- en spelblessures bij kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool.
Een groot deel van de lichamelijk activiteit van kinderen op de basisschool bestaat uit spelen in vrije tijd. Daarom richtte het iPlay-lesprogramma zich niet alleen op het voorkomen van blessures tijdens georganiseerde sportactiviteiten, maar ook op het voorkomen van blessures tijdens het ongeorganiseerd spelen. Om zowel de lichamelijk actieve als de minder actieve kinderen te bereiken zijn scholen een ideale omgeving om lesprogramma’s ter voorkoming van blessures te geven.
Doelen van het iPlay-programma zijn:
1. kinderen leren minder blessuregerelateerde risico’s te nemen;
2. ouders informeren zodat zij een veilige speelomgeving voor hun kinderen creëren;
3. docenten stimuleren om preventielessen, zoals iPlay, te integreren in hun lesprogramma.
Het iPlay-lesprogramma bestaat uit de volgende elementen:
1. nieuwsbrieven voor kinderen en ouders over blessures en hoe blessures voorkomen kunnen worden;
2. posters die in het klaslokaal hangen met informatie over de oorzaak van blessures en hoe deze te voorkomen;
3. oefeningen die uitgevoerd worden tijdens de gymles om motorische vaardigheden zoals snelheid, kracht, lenigheid en coördinatie te verbeteren;
4. een website voor kinderen en ouders over het iPlay-lesprogramma.
De iPlay-studie
Om de effectiviteit van het iPlay-programma te kunnen evalueren is een studie opgezet waaraan meer dan tweeduizend kinderen uit groep 7 en 8 van veertig basisscholen door heel Nederland deelnamen. De helft van de scholen voerden gedurende een schooljaar het iPlay-lesprogramma uit (interventiegroep). De andere helft van de scholen volgden het gewone curriculum (controlegroep).
Het aantal blessures, de ernst van de blessures en de kosten gerelateerd aan de blessures werden tijdens de studie gemeten. Tijdens het schooljaar 2006-2007 werden blessures die opgelopen waren tijdens het georganiseerd sporten, ongeorganiseerd spelen en tijdens de gymlessen geregistreerd. Daarnaast werd aan de ouders van kinderen die een blessure hadden opgelopen gevraagd alle kosten als gevolg van deze blessure te registreren.
Ook werd in het begin en aan het eind van de studie het gedrag en de determinanten van gedrag (attitude, sociale norm, self-efficacy en intentie) ten aanzien van het voorkomen van blessures gemeten met behulp van een vragenlijst. Bovendien werden bij alle kinderen fitheidtesten afgenomen om veranderingen in motorische vaardigheden te meten.
Resultaten
In het schooljaar 2006-2007 werden 119 blessures geregistreerd bij 104 van de 1.000 kinderen. Het aantal blessures per 1.000 uur fysieke activiteit was 0.48 (met een betrouwbaarheid van 95% tussen 0.38 en 0.57). De minste blessures werden opgelopen tijdens het ongeorganiseerd buiten spelen, gevolgd door de gymlessen. De meeste blessures kwamen voor bij het georganiseerd sporten. Over het algemeen hadden meisjes meer blessures dan jongens. 40% van de kinderen die een blessure opliepen had medische hulp nodig. 68% van de kinderen met een blessure kon een tijdje niet deelnemen aan fysieke activiteiten. De gemiddelde kosten die geregistreerd werden als gevolg van een blessure bij een kind waren 188 euro. De hoogste kosten werden geregistreerd bij blessures aan de bovenste extremiteiten en bij blessures opgelopen tijdens ongeorganiseerd buiten spelen.
De resultaten laten een positief maar niet significant effect zien van het iPlay-lesprogramma op het aantal blessures per 1.000 uur fysieke activiteit. Interessant is het resultaat dat kinderen die weinig fysiek actief waren meer profijt hadden van het iPlay-lesprogramma dan kinderen die vaak fysiek actief waren. In deze weinig actieve groep bleek dat kinderen die het iPlay lesprogramma volgden veel minder blessures per 1.000 uur bewegen opliepen dan controle kinderen die het iPlay-lesprogramma niet hadden gevolgd. Ook hadden deze weinig actieve kinderen in de interventiegroep minder spelblessures per 1.000 uur spelen. Wat sportblessures betreft bleek zelfs dat kinderen die weinig fysiek actief waren en het iPlay-lesprogramma volgden significant minder sportblessures per 1.000 uur sporten hadden dan kinderen die het lesprogramma niet kregen. In het algemeen bleek het iPlaylesprogramma dus het beste te werken bij kinderen die weinig fysiek actief waren.
Het iPlay lesprogramma verbeterde de kennis over en de houding ten aanzien van het voorkomen van blessures bij kinderen. Het lesprogramma was niet in staat het gedrag ten aanzien van het voorkomen van blessures bij kinderen te beïnvloeden. Een verbeterde houding, sociale norm, self-efficacy en intentie ten aanzien van het voorkomen van blessures waren significant gerelateerd aan het gedrag om blessures te voorkomen. Verder bleek dat de oefeningen gegeven tijdens de gymles als onderdeel van het iPlay-lesprogramma leidde tot een kleine maar niet significante verbetering van de motorische fitheid van kinderen.
Aanvullend worden de scores van kinderen behaald op de fitheidstesten in het jaar 2006 (gemeten in het kader van de iPlay-studie) vergeleken met de fitheidscores van kinderen in het jaar 1980. De fitheidstesten meten de motorische vaardigheden van kinderen. Motorische vaardigheden zijn belangrijk omdat een groot deel van de fysieke activiteiten van kinderen bestaat uit korte intensieve bewegingen zoals sprinten en springen. Een slechte motorische fitheid van een kind kan het dagelijkse activiteiten niveau en de gezondheid op lange termijn beïnvloeden.
In de iPlay-studie is de MOtor PERformance fitness test uitgevoerd. Deze test meet snelheid, kracht, lenigheid en coördinatie. Daarnaast is bij alle kinderen (N=2.200) lengte en gewicht gemeten. De resultaten laten zien dat kinderen in 2006 significant groter en zwaarder zijn dan hun leeftijdsgenoten uit 1980. Ook bleek dat de BMI (Body Mass Index) bij alle meisjes en jongens in 2006 hoger was dan in 1980. Uit de scores behaald op de fitheidstest bleek dat de kinderen in 2006 op alle onderdelen van de test significant slechter scoorden dan hun leeftijdsgenoten uit 1980. Het blijft dus belangrijk om motorische fitheid bij hedendaagse kinderen te verbeteren.
Samenvattend
Door lesprogramma’s op basisscholen te geven worden fysiek actieve- en weinig fysiek actieve kinderen bij het preventieprogramma betrokken. Met name de weinig fysiek actieve kinderen bleken profijt van het iPlay-programma te hebben. In deze weinig fysiek actieve groep bleek dat kinderen die het iPlay-lesprogramma hadden gevolgd minder blessures per 1.000 uur fysieke activiteit opliepen dan controle kinderen. Het iPlay-lesprogramma leidde ook tot een significant betere kennis en houding ten aanzien van het voorkomen van blessures maar niet tot een verbetering van gedrag ten aanzien van het voorkomen van blessures. Het iPlay-lesprogramma
lijkt een succesvol programma voor het voorkomen van sport- en spelblessures bij kinderen op de basisschool, vooral voor kinderen die weinig fysiek actief zijn. Het bestaande programma kan wel aangepast en verbeterd worden om meer succesvol te zijn.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.