Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Platform sport bewegen en onderwijs bestaat twee jaar unieke samenwerking werpt vruchten af

Platform Sport, Bewegen en Onderwijs bestaat twee jaar: unieke samenwerking werpt vruchten af

22 maart 2011

Opinie

door: Karin van Bijsterveld

Op 26 maart 2009 ondertekenden 16 organisaties op het gebied van sport, onderwijs en kennis (NOOT 1) de intentieverklaring Sport, Bewegen en Onderwijs. Daarmee legden ze zich gezamenlijk toe op het uitvoeren van het Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs dat de ministeries van OCW en VWS in 2008 hadden opgesteld. Het Platform Sport, Bewegen en Onderwijs was een feit. Een bijzonder feit bovendien. Voor het eerst zaten de partijen uit het veld op de stoel van de uitvoerder en bleef de overheid op afstand.

Na twee jaren van intensieve samenwerking maken we de tussenbalans op en kunnen we constateren dat er resultaten worden geboekt. Op het ene punt meer dan op het andere. De samenwerking begint zijn vruchten af te werpen. Tegelijkertijd beseffen we terdege dat als we jongeren structureel meer in beweging willen krijgen, een iets andere aanpak nodig is en een volgende stap in de beleidsontwikkeling.

Het platform bestaat uit landelijke organisaties in sport, onderwijs, kinderopvang, jeugdwelzijnswerk en gemeenten. Samen hebben zij de belangrijke maatschappelijke taak om jongeren die niet of nauwelijks sporten meer in beweging te krijgen. Binnen en buiten de school. Meer concreet moet het percentage jongeren van 4 tot 17 jaar dat aan de beweegnorm voldoet, stijgen van 40% in 2005 tot minimaal 50% in 2012. Via vijf projecten probeert het platform die doelstelling te halen. Daarmee wil het platform tevens bijdragen aan kabinetsdoelen op het gebied van overgewicht, schooluitval en talentontwikkeling. Bij de uitvoering van het beleidskader worden de sectororganisaties ondersteund door onderzoeks- en kennisinstituten. Zij voorzien ons van de nodigde theoretische onderbouwing en bekijken of de inspanningen van het platform tot het gewenste resultaat leiden.

We zijn op de goede weg. Het voorbeeld van de vijftienjarige Hessel illustreert dit. “Ik was nogal lui. Ik zat liever achter de computer dan dat ik bewoog. Wat dat betreft is er veel veranderd.” Hessel gaat nu twee keer per week naar de sportschool. En hij probeert ook nog wat te joggen, tussendoor. Een enorme verandering voor iemand die ruim een jaar geleden nog nauwelijks bewoog. En niet geheel onbelangrijk. Hij voelt zich ook prettiger bij zijn nieuwe levensstijl. Ik ben trots op Hessel en al die andere jongeren die een paar uurtjes per week tv kijken of computeren hebben ingeleverd en in de benen zijn gekomen.

Investeren in het vmbo en het mbo
De meeste winst valt te behalen in het vmbo en het mbo. Twee van de vijf projecten richten zich daarom specifiek op deze doelgroep. Aan het project Vmbo in beweging doen al 75 vmbo-opleidingen mee, waaronder de school van Hessel. In 2010 heeft TNO een scan uitgevoerd onder 27.000 leerlingen van de deelnemende scholen om hun beweeggedrag en behoeften ten aanzien van het huidige sport- en beweegaanbod op school (zowel binnen als buiten de gymlessen) in kaart te brengen. Daaruit kwam onder andere naar voren dat leerlingen meer gymlessen en een breder sport- en beweegaanbod willen op school.

Ook in het mbo zitten we niet stil: 34 van de 41 ROC’s, 3 van de 12 AOC’s en 2 van de 14 vakscholen zijn al aangehaakt. Sport en bewegen ontbraken lange tijd in het lesrooster, maar hebben nu weer een vaste plek gekregen, onder leiding van een sportleraar.

600 schoolactieve sportverenigingen
Zoals de scan onder leerlingen laat zien, is een aantrekkelijk sport- en beweegaanbod een belangrijke voorwaarde om jongeren in beweging te krijgen en te houden. Met het project Sportaanbod voor het Onderwijs onder leiding van NOC*NSF maken we flinke stappen. Sportverenigingen verzorgen een duurzaam en aantrekkelijk sportaanbod voor de schoolgaande jeugd (veertig contacturen per jaar). De nadruk ligt daarbij ook heel sterk op het naschoolse aanbod. Juist in het vergroten van dit aanbod zit namelijk een belangrijk winstpunt, aangezien sport voor de jeugd een zeer aantrekkelijke en aansprekende vrijetijdsbesteding is. Liefst zeventien sportbonden zijn reeds betrokken bij dit project. Doelstelling is dat in het najaar van 2012 1.500 sportverenigingen de schoolgaande jeugd in hun omgeving bedienen. We zitten al bijna op de helft!

Lokale samenwerking
Naast een aantrekkelijk sport- en beweegaanbod, zijn er nog twee andere belangrijke voorwaarden om jongeren in beweging te kunnen krijgen. Het eerste is goede lokale samenwerking tussen gemeenten, sportverenigingen en scholen. Via het project Sport Lokaal Samen ondersteunt Vereniging Sport en Gemeenten partijen op diverse manieren bij het opzetten en versterken van lokale netwerken. Maar liefst 66 gemeenten hebben zich recent aangemeld voor ondersteuning, waarvan er 21 zijn geselecteerd. Aan de eerste tranche, die in september 2010 is begonnen, nemen al 19 gemeenten deel. In totaal doen op dit moment 40 gemeenten mee.

Effectiviteit van de interventies
De tweede voorwaarde is kwaliteitsvolle sport- en beweeginterventies. Binnen het onderwijs worden tal van interventies ingezet gericht op het vergroten van de deelname van jongeren aan sport- en beweegactiviteiten. Wat we echter niet goed weten, is welke interventies effectief zijn. Onze doelstelling is om de bewezen effectieve interventies in kaart te brengen, d??r te ontwikkelen en een aantal daarvan vervolgens landelijk uit te rollen.

NISB, het W.J.H. Mulier Instituut en TNO hebben inmiddels ruim 150 interventies opgespoord en onderzocht of deze bijdragen aan het verhogen van de sport- en beweegactiviteiten van jongeren. Het aantal interventies dat voldoet aan de kwaliteitscriteria valt echter tegen vergeleken met de verwachtingen vooraf. Op dit moment is er maar één interventie die bewezen effectief is, DOiT (Dutch Obesity Intervention in Teenagers), en in aanmerking komt voor landelijke uitrol. Twee andere interventies, sportMpower en Realfit, hebben voldoende potentie om voor een effectiviteitsstudie in aanmerking te komen, maar kunnen op dit moment nog niet landelijk worden uitgerold. We weten nu wel dat op het gebied van interventies over de hele linie dus nog een belangrijke slag te maken is om de kwaliteit te verhogen.

Visie op de toekomst
We hebben de afgelopen twee jaar veel voortgang geboekt met de vijf projecten. Daar zijn we met zijn allen enorm trots op. Uit diverse onderzoeksrapporten die vorig jaar zijn verschenen blijkt echter dat we er nog niet zijn. Het percentage jongeren dat niet of nauwelijks beweegt is nog steeds te hoog. Ook uit de Brede Analyse 2010 - in opdracht van de ministeries door het W.J.H. Mulier Instituut uitgevoerd - waarvan de resultaten op korte termijn openbaar worden gemaakt, blijkt dit. Als we nog veel meer jongeren aan het sporten en bewegen willen krijgen, is een koerswijziging noodzakelijk, die in Den Haag moet worden ingezet en op lokaal niveau moet worden doorgepakt.

Het platform heeft eind 2010 zijn ideeën hierover uiteengezet in een visienotitie. Wij adviseren de ministeries van OCW en VWS - met wie wij heel goed samenwerken - te kiezen voor een duurzame strategie met drie speerpunten: het implementeren en opschalen van bewezen effectieve interventies (in plaats van te investeren in steeds maar weer nieuwe interventies), het borgen van een doorlopend sportaanbod in de hele schoolcarrière en het stimuleren van samenwerking tussen sectoren op alle niveaus. Bovendien adviseren wij om vooral niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Samenwerking en afstemming met parallelle initiatieven zoals het Olympisch Plan, het convenant gezond gewicht en de combinatiefunctionarissen is daarom evenzeer van belang.

Het platform gaat spannende tijden tegemoet. De ministeries van OCW en VWS presenteren nog voor de zomer hun plannen voor sport en bewegen. Wij willen zoveel mogelijk jongeren van 4 tot 17 jaar aan het sporten krijgen. Want met een sportieve, gezonde jeugd wordt een stevig fundament gelegd voor een vitale, weerbare samenleving. Ik ben ervan overtuigd dat het kabinet daar ook van doordrongen is en zie dus met veel vertrouwen het nieuwe beleidskader tegemoet.

NOOT 1:
De intentieverklaring Sport, Bewegen en Onderwijs is getekend door Gehandicaptensport Nederland, KVLO, MBO Raad, MOgroep Kinderopvang, MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening, Netwerkbureau Kinderopvang, NISB, NOC*NSF, PO-raad, SLO, Stichting InnoSportNL, Stichting LOOT, TNO, Vereniging Sport en Gemeenten, VO-raad en W.J.H. Mulier Instituut

Karin van Bijsterveld is voorzitter van het Platform Sport, Bewegen en Onderwijs. Daarnaast bekleedt zij diverse andere functies in de sport en is zij oud-voorzitter (2006-2010) van de KNLTB. In het dagelijks leven is Karin advocaat.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.