1 december 2009
Opinie
door: Michel van Slobbe
De uitspraak ‘Sport is passie en emotie’ is aantrekkelijk, maar tegelijkertijd misleidend als het gaat om het organiseren en besturen van sport. Passie en emotie zijn belangrijk voor sportverenigingen. Het zorgt voor onbetaalbare inzet van vrijwilligers die samen sporten of zorgen dat anderen samen kunnen sporten. Als gepassioneerd sporter en vrijwilliger is het niet makkelijk kritisch bij sport en passie stil te staan, maar ik ga toch een poging wagen. Ik maak een kanttekening bij een eenduidige benadering van het begrip ‘passie’. De sportpraktijk laat zich namelijk kenmerken door meerduidigheid, gelaagdheid en strijd.
Zo herinner ik mij een emotionele Algemene Ledenvergadering bij een roeivereniging. Ik vertegenwoordigde destijds in het bestuur van een 75-jarige vereniging de pas opgezette, snel groeiende en actieve studentenafdeling. Op de agenda stond de aanschaf van een dure wedstrijdboot die de financiering van een gewenste verbouwing van de kantine en kleedkamers bedreigde. Ik was student en wedstrijdroeier en had mijn achterban gemobiliseerd naar de ALV te komen. Voorafgaand aan de ALV probeerde ik de materiaalcommissaris en medebestuurder (zelf in zijn studententijd succesvol wedstrijdroeier en nu gerespecteerd lid van de vereniging) te overtuigen. Hij was gevoelig voor mijn argumenten. Het bestuur kwam niet tot consensus en de voorzitter deed tijdens de ALV het voorstel om de wedstrijdboot nog niet aan te schaffen en daarmee de verbouwing sneller te kunnen realiseren. De emoties liepen hoog op. De recreatieve roeiers maakten veel gebruik van de kantine en waren voor en spraken over ‘de studentjes’, de studerende leden spraken over ‘de burgers’ en waren tegen.
De druk op de materiaalcommissaris, die in de discussie lang stil was gebleven, was groot. In een zichtbaar geëmotioneerd betoog steunde hij uiteindelijk het voorstel van de voorzitter en verliet daarna de vergadering. Het voorstel werd met nipte meerderheid aangenomen. Na die ALV bleef de kwestie nog lang spelen en een groot aantal leden verliet de vereniging. Enige tijd later is toch een wedstrijdboot aangeschaft, maar dan met cofinanciering met een sponsor. De huidige voorzitter vertelde mij jaren later dat het aantal studentleden sterk was afgenomen en de studentenafdeling na tien jaar is opgeheven. Hoewel een voorbeeld uit het verleden, is dit nog steeds praktijk van alledag in het verenigingsleven.
In de sport(vereniging) worden veel groepen onderscheiden. Hierbij kun je denken aan onder meer zaterdag- en zondagteams, junioren en senioren, mannen- en vrouwenteams, oude en nieuwe leden en competitie(selectie) en recreatieve teams. Rondom structurele en materiële kwesties - zoals de openings- en trainingstijden, het gebruik van de kantine, het spelmateriaal en de velden - worden de verschillen en belangen zichtbaar.
De ‘bootkwestie’ in bovenstaand voorbeeld laat zien dat passie en emotie samenhangen met identificatie. Uiteindelijk maakten verschillende loyaliteiten, de hoog opgelopen emoties en de situationele context het verschil. De vraag is of bij een volgende kwestie wederom voor dezelfde ‘partij’ wordt gekozen.
Bij identificatie gaat het om twee vragen, namelijk: bij welke groep hoor ik? en bij welke groep hoor ik niet? Hierbij kan het antwoord op de eerste vraag niet zonder het antwoord op de tweede vraag. Je bent voor één club en daarmee niet voor een andere club. De kracht van het wij-gevoel bestaat door de kracht van het zij-gevoel en identificatie snijdt daarmee aan twee kanten. Voor sportverenigingen in zwaar weer met teruglopende ledenaantallen, kadertekort en begrotingsproblemen is een ‘goede’ sfeer en minimaal het behoud van leden en de kantine-inkomsten van groot belang. Een bestuur dat bestaat uit vrijwilligers en is gekozen door de leden, zou boven de partijen moeten staan en geen voorkeursbeleid moeten voeren. Echter, vrijwilligheid en passie horen bij elkaar en de valkuil voor een bestuur is dat de individuele passie regeert in plaats van de rechtvaardigheid.
Ruim 2400 jaar geleden werkte Plato zijn ideeën over rechtvaardige staatsbestuurders uit. Hij onderscheidde daarin drie zielsdelen van de mens, namelijk: het kennen (ratio), het streven (passie) en het begeren (de emotie) en was van mening dat bij bestuurders het kennen de overhand zou moeten hebben. Rechtvaardigheid vatte hij op als de toestand van orde en evenwicht in de staat.
Passie en emotie zijn en zullen altijd aanwezig zijn. Echter, gedeelde passie is niet vanzelfsprekend en statisch, maar wordt continue op de proef gesteld door leden met verschillende individuele passies. Deze passies kun je zien als het kloppend hart van de vrijwillige vereniging en is daarmee zowel haar kracht als haar zwakte. Aan bestuurders de taak om passie te verbinden met kennis in plaats van de emotie rondom de passie voorop te stellen. Maar ga daar maar aan staan als je hart ergens vol van is…
Michel van Slobbe is werkzaam als docent/onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Voor reacties: m.g.vanslobbe@uu.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.