28 juni 2011
Opinie
De sinds juni 2008 geldende ‘Osaka rule’ 1 - ook wel ‘Rule 45’ 2 genoemd - luidt: ‘[a]ny person who has been sanctioned with a suspension of more than six months by any anti-doping organisation for any violation of any anti-doping regulations may not participate, in any capacity, in the next edition of the Games of the Olympiad and of the Winter Olympic Games following the date of expiry of such suspension’3. Kort gezegd komt het er dus op neer dat sporters die naar aanleiding van een dopingovertreding langer dan zes maanden zijn uitgesloten van deelname aan sportwedstrijden, niet mogen meedoen aan de eerstvolgende Olympische (zomer of winter) Spelen.
Het USOC (Unites States Olympic Committee) heeft de geldigheid en afdwingbaarheid van deze Rule 45 betwist. In overleg met het IOC is een procedure bij het CAS gestart. Eind september wordt de uitspraak verwacht waarvan de uitkomst zeer belangrijk is met het oog op de Spelen in Londen. Het CAS kan het IOC overrulen en bepalen dat Rule 45 ‘niet bindend’ is. Dit artikel beschrijft de achtergronden van Rule 45 en de procedure bij het CAS.
Uitsluiting van dopingzondaars
De sprinter Justin Gatlin, de 400-meter loper LaShawn Merrit, de turner Yuri van Gelder en nu ook de hordeloper Gregory Sedoc worden allen geraakt door Rule 45. Zij kunnen niet deelnemen aan de naderende Olympische Spelen in Londen in 2012, tenzij het CAS anders beslist. De BOA (British Olympic Association) hanteert al langer de regel dat sporters met een dopingverleden niet mogen deelnemen aan de selectiewedstrijden - de zogeheten trials - waardoor ze zijn uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen. Dit raakte bijvoorbeeld de sprinter Dwain Chambers in 2008, die via een gerechtelijke procedure tevergeefs deelname aan deze trials en de Spelen in Beijing wilde afdwingen4. Maar ook buiten de olympische beweging valt waar te nemen dat dopingzondaars niet welkom zijn. Chambers werd bijvoorbeeld dit jaar niet geïnviteerd voor de lucratieve Diamond League (atletiek)wedstrijden en ook werd onlangs bekend dat de Italiaanse wielerbond geen renners met een dopingverleden zal selecteren voor het eerstkomende WK.
Formeel
Rule 45 kan worden beschouwd als een additionele dopingstraf. Deze straf volgt niet uit de in dit geval leidende World Anti-Doping Code (WAD-code). De WAD-code kent een gesloten sanctiestelsel en heeft als uitgangspunt – juist om globale uniformering van dopingbestraffing te effectueren – dat afwijking van dit sanctiestelsel niet mogelijk is. Daarbij speelt dat van het ne bis in idem-principe in sportzaken een zekere reflexwerking uitgaat5. De vraag die nu voorligt is of additionele bestraffing wel mogelijk is en daarnaast of het IOC de macht heeft om sporters via deze regel uit te sluiten van deelname aan de Olympische Spelen. De Executive Board van het IOC beschouwt Rule 45 overigens zelf niet als sanctie. Een daarmee samenhangend formeel punt is dat Rule 45 niet behoort tot de formele regels van het zogeheten Olympic Charter6. Rule 45 is schriftelijk uitgevaardigd in een door Jacques Rogge namens het IOC Executive Board ondertekende brief van 27 juni 2008 aan alle Nationaal Olympisch Comités, getiteld ‘Regulations Regarding Participation in the Olympic Games’. Het is dus de vraag in hoeverre deze Rule 45 wel afdwingbaar is nu deze niet is gecodificeerd in het formele Olympic Charter7.
Tot slot leidt Rule 45 tot een onderscheid in dopingbestraffing tussen sporters die lid zijn van olympische bonden en sporters die lid zijn van niet-olympische bonden. Dit onderscheid wordt niet gemaakt in de WAD-Code8 en valt ook niet te rechtvaardigen. In dopingpraktijk valt overigens altijd een (materieel) onderscheid waar te nemen tussen enerzijds professionele atleten en anderzijds amateurs. Professionele atleten zijn veelal krachtens arbeidsovereenkomst in dienst (bij clubs, wielerploegen, merkenteams etc) of beschikken over individuele sponsorcontracten. Bij een dopingovertreding worden deze arbeidsovereenkomsten en sponsorcontracten veelal direct opgezegd, terwijl dit bij amateurs niet het geval is.
CAS-Arbitration
De Amerikaanse atleet LaShawn Merrit is tweevoudig olympisch kampioen op de 400 meter en op de 4 x 400 meter9. Op 22 april 2010 werd bekend dat Merrit doping had gebruikt in 2009 en hij werd direct geschorst. Op basis van Rule 45 kan hij deelname aan de Olympische Spelen in Londen (in beginsel) vergeten en zijn olympische titels dus niet verdedigen. Dit was de aanleiding voor het USOC om een procedure te starten bij het CAS. Dit gebeurde in samenspraak met het IOC.
Op basis van de CAS-code kan het CAS niet alleen worden ingezet als (hoogste) beroepsorgaan in tuchtprocedures maar ook als mediator en - zoals in de onderhavige kwestie - in arbitragezaken waar een opinion wordt gevraagd10. Beide partijen hebben het CAS verzocht zich uit te laten over de geldigheid van Rule 45.
In een recent persbericht heeft het CAS belanghebbenden opgeroepen om zich over de geldigheid van Rule 45 uit te laten. Belanghebbenden die menen dat de regel niet geldig is konden dit tot 15 juni doen. Zij die menen dat de regel wel geldig is kunnen dit nog tot 13 juli doen. Op 17 augustus aanstaande vindt de zogeheten hearing plaats en de uitspraak wordt eind september 2011 verwacht. Hoewel uitstel mogelijk is, is de inschatting dat het CAS daadwerkelijk in september met een eindoordeel zal komen.
Hoop voor Yuri van Gelder c.s.?
Er is dus hoop voor Yuri van Gelder, Gregory Sedoc en de andere atleten die onder de werking van Rule 45 vallen. Vanwege de eerdergenoemde formele redenen valt niet uit te sluiten dat Rule 45 terzijde wordt geschoven. Of dit in het belang is van de schone sport – en daarmee de olympische gedachte – is natuurlijk een andere discussie. Het CAS zal zich over deze laatste, meer ethische vraag niet uitlaten. Wordt dus vervolgd.
NOTEN:
1. Zo genoemd omdat deze regel werd aangenomen tijdens een bijeenkomst van de Executive Board van het IOC in Osaka in 2007.
2. Omdat wordt gerefereerd aan artikel 45 van het Olympic Charter.
3. Rule 45 wordt daarom ook wel genoemd ‘6 Month’ rule.
4. High Court of Justice, Queen's Bench Division, [2008] EWHC2028(QB), case no: IHQ/08/0558
5. Zie onder meer het artikel van J.W. Soek, The strict liability principle and the human rights of athletes in doping cases, Asser International Sports Law Centre, TMC Asser Press 2006. Uit een zaak die het CAS in 1996 behandelde, kan overigens worden afgeleid dat er geen sprake is van ne bis in idem (CAS 96/156, Jessica Foschi v. Fina, award dated 6 oktober 1997).
6. Terwijl dit document wordt gezien als ‘The codification of the Fundamental Principles of Olympism, Rules, and By-Laws adopted by the [IOC]’.
7. Only a general meeting of the members of the IOC […] can amend the Olympic Charter….’. Zie P.J Greene, Is the International Olympic Committee above the law?, Entertainment & Sports Lawyer, Volume 28, no 2, pag. 25.
8. Met dank aan mr. Herman Ram.
9. Olympische Spelen Beijng 2008.
10. Art. S20 en R27, CAS-code.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.