Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Oranje rijp voor nieuw europees goud

Oranje rijp voor nieuw Europees goud

7 september 2010

Opinie

door: Gerard Sierksma en Bertus Talsma

Met een relatief onervaren selectie is Nederland dit jaar bijna wereldkampioen voetbal geworden. Econometristen van de Groningse universiteit hebben uitgerekend dat - ondanks het vertrek van aanvoerder Giovanni van Bronckhorst - het ervaringsniveau de komende tijd fors zal toenemen en het niveau van de Cruijff-Krol generatie bereikt kan worden. Een nieuw Europees kampioenschap ligt in het verschiet.

Dertien wedstrijden op een rij winnen vervolgens de belangrijkste met 1-0 verliezen. Kan het zuurder? Waarom de botte bijl gehanteerd in Zuid-Afrika? Was het gebrek aan voetbaltalent? Was het onervarenheid?

Econometristen hebben van alle Oranjespelers vanaf 1974 het ervaringsniveau bij aanvang van de toernooien bepaald. Dat is gedaan op basis van speelminuten in Europese en interlandwedstrijden, waarbij statistische correcties zijn uitgevoerd op het feit dat aanvallers gemiddeld meer geblesseerd zijn dan bijvoorbeeld keepers. Het niveau van de competitie en de toernooironde bepalen de ervarenheid; hoe prestigieuzer het toernooi en hoe verder in het toernooi, hoe hoger de ervaringsscore. Voor iedere Europees en Wereldkampioenschap is vervolgens het ervaringsniveau van de selectie uitgerekend. Dit heeft geresulteerd in deze figuur, klik HIER!

Opvallend is dat de Cruijff-Krol generatie met een hoog ervaringsniveau aan de Wereldkampioenschappen van 1974 en 1978 heeft deelgenomen. Veel minder door de wol geverfd was de generatie van Van Basten en Gullit, die in 1988 Europees kampioen werd, maar vervolgens met een gelouterde selectie bleef steken in de achtste finale van het WK’90.

De huidige generatie heeft met het bereiken van de WK-finale de stijgende lijn te pakken en een aantal spelers scoort hoog in de Europese bekertoernooien. Ondanks het verlies van de ervaring van Van Bronckhorst, kan de stijgende trend zich de komende jaren doorzetten en kunnen we mooie resultaten verwachten. Tenzij door te veel Europese successen bij te veel spelers het vuur te vroeg gedoofd is, zoals in 1990 en in 2002.

In de hierboven aangehaalde figuur is het ervaringniveau van het Nederlandse elftal voor elke groot toernooi grafisch weergegeven. Op de toernooien die ontbreken in deze grafiek was Oranje afwezig. In de tijdsbalk onder de grafiek staan de namen van toenmalige bondscoaches. Als ervaringsscore is de som van alle ervaringspunten van de gehele selectie genomen.

Dat een zeer hoge ervaringsscore geen garantie is voor het allergrootste succes is duidelijk uit de grafiek. In de jaren zeventig bezit de Oranjeselectie een groot aantal ervaren spelers die vier keer op rij de Europa Cup I – de voorloper van de huidige Champions League - hadden gewonnen. Ondanks de zeer hoge ervaringsscore wordt twee keer achtereen een WK-finale verloren. Na de totaalvoetbalgeneratie Cruijff- Krol-Neeskens valt de ervaring in de jaren 1980-1986 ver terug.

In 1988 reist Michels met een relatief onervaren selectie af naar West-Duitsland waar Van Basten en Gullit c.s. de Europese titel veroveren. Het daaropvolgende WK - onder leiding van Beenhakker - loopt uit op een fiasco.

In 1994 staat een nieuwe generatie in de startblokken die in 2000 klaar lijkt om fors te oogsten. Edwin van der Sar, Clarence Seedorf, Dennis Bergkamp, Frank en Ronald de Boer, Jaap Stam, Patrick Kluivert en Philip Cocu stranden met een ton aan internationale ervaring in de halve finale op het WK’98 tegen Brazilië en in de halve finale op het EK’00 tegen Italië en zullen daardoor altijd te boek blijven staan als ‘de tweede gouden generatie zonder goud’.

In 2006 begint Marco van Basten met het opbouwen van een nieuw Oranje, met als ruggengraat Van der Sar en Cocu. De relatief jonge selectie mist ervaring en kan niet overtuigen op de grote eindtoernooien. Opvolger Bert van Marwijk zet het werk van Van Basten voort en heeft het voordeel dat de meeste selectiespelers inmiddels bij grote clubs in het buitenland spelen en daar successen boeken. Deze selectie zal, met uitzondering van Van Bronckhorst en Ooijer, voorlopig in tact blijven. Figuur 1 laat zien dat met een WK-finale op zak en de komende Europese seizoenen voor de boeg de ervaring alleen nog kan toenemen. Oranje lijkt in 2012 klaar voor nieuw Europees goud.

De meest succesvolle speler is - ook na het Zuid-Afrikaanse WK - Ruud Krol gevolgd door Arie Haan en Johan Cruijff. Cruijff is nog steeds onze beste aanvaller aller tijden, zoals uit de ranglijst hieronder blijkt. Uit deze ranglijst blijkt ook dat de huidige selectie zich nog niet kan meten met de meest succesvolle spelers die Nederland ooit heeft gekend. Mark van Bommel komt met zijn 18de plek nog het dichts in de buurt van de huidige top 10 aller tijden.

De grootste sprong is gemaakt door Wesley Sneijder. De winnaar van de Champions League en verliezend WK-finalist behaalde in het seizoen 09/10 een totaal van 496 punten en stijgt daarmee van plek 116 naar 36. De verliezers van de CL-finale - Arjen Robben ( 41) en Mark van Bommel (18) - behaalden net iets minder punten, namelijk 365 en 379, respectievelijk. Verder zijn alle basisspelers van het afgelopen WK de top 100 aller tijden binnengedrongen.

In het afgelopen decennium is Mark van Bommel de meest succesvolle speler geweest. Hij speelde twee CL-finales - waarvan er een werd gewonnen - en een WK finale. Clarence Seedorf - die de afgelopen tien jaar nog maar amper voor het Nederlandse elftal uitkwam - staat tweede. Seedorf haalde vooral op clubniveau zijn successen en blijft dan ook Nederlands meest succesvolle clubspeler aller tijden.

Tabel 1: Successcores, seizoen 2009/2010

1 Wesley Sneijder (36) 496
2 Mark van Bommel (18) 379
3 Arjen Robben (41) 365
4 Dirk Kuijt (35) 302
5 John Heitinga (59) 255
6 Maarten Stekelenburg (67) 251
7 Robin van Persie (49) 250
8 Giovanni van Bronckhorst (23) 248
9 Joris Mathijsen (55) 232
10 Gregory van der Wiel (115) 149
11 Nigel de Jong (84) 146
12 Klaas-Jan Huntelaar (112) 121
13 Khalid Boulahrouz (107) 114
14 Rafael van der Vaart (87) 85
15 Demy de Zeeuw (143) 63
16 André Ooijer (70) 59
17 Edwin van der Sar (6) 50
18 Eljero Elia (200) 41
19 Ruud van Nistelrooij (52) 26
20 Ryan Babel (121) 19
21 Clarence Seedorf (5) 17
22 Hedwiges Maduro (191) 12
23 Stijn Schaars (218) 10
24 David Mendes da Silva (243) 9
25 Edson Braafheid (230) 9


Tabel 2: Successcores, decennium 2001-2010

1 Mark van Bommel 884,4
2 Clarence Seedorf  821,8
3 Giovanni van Bronckhorst 710,1
4 Edwin van der Sar  669,3
5 Dirk Kuijt  654,1
6 Wesley Sneijder  646,5
7 Arjen Robben  592,9
8 Phillip Cocu  475,4
9 Robin van Persie  459,0
10 Ruud van Nistelrooij  402,5
11 Joris Mathijsen  401,8
12 John Heitinga  369,1
13 Maarten Stekelenburg  325,4
14 Jaap Stam  310,7
15 André Ooijer  282,8
16 Nigel de Jong  270,3
17 Rafael van der Vaart 257,6
18 Roy Makaay  243,4
19 Edgar Davids  239,9
20 Wilfred Bouma  238,3
21 Patrick Kluivert  230,6
22 Frank de Boer  215,7
23 Khalid Boulahrouz  195,1
24 Boudewijn Zenden  188,9
25 Klaas-Jan Huntelaar  188,6


Tabel 3: Top 100 Aller Tijden

Periode Totaal Oranje Club
1 Ruud Krol verdediger 1970-1983 1534,5 739,8 794,7
2 Arie Haan middenvelder 1971-1984 1482,6 673,0 809,6
3 Johan Cruijff aanvaller 1967-1984 1475,4 380,1 1095,3
4 Johan Neeskens middenvelder 1971-1981 1405,8 494,0 911,7
5 Clarence Seedorf middenvelder 1993-2010 1403,8 216,7 1187,1
6 Edwin van der Sar keeper 1993-2010 1398,3 410,2 988,2
7 Frank Rijkaard verdediger 1981-1995 1348,2 448,4 899,8
8 Wim Suurbier verdediger 1967-1978 1325,4 389,0 936,4
9 Frank de Boer verdediger 1990-2004 1141,0 375,6 765,4
10 Ronald Koeman verdediger 1983-1997 1134,1 444,6 689,6
11 Marco van Basten aanvaller 1983-1993 1120,1 443,6 676,5
12 Wim Jansen middenvelder 1967-1982 1084,9 600,2 484,8
13 Piet Keizer aanvaller 1963-1975 1004,3 39,3 964,9
14 Johnny Rep aanvaller 1972-1986 973,6 616,0 357,6
15 Edgar Davids middenvelder 1992-2007 921,1 319,5 601,6
16 Barry Hulshoff verdediger 1967-1983 918,3 22,5 895,8
17 Phillip Cocu middenvelder 1993-2007 910,3 394,4 516,0
18 Mark van Bommel middenvelder 2000-2010 891,2 330,3 560,8
19 Rob Rensenbrink aanvaller 1967-1980 886,1 555,2 330,9
20 Willy van de Kerkhof middenvelder 1971-1988 859,7 485,8 373,9
21 Ruud Gullit aanvaller 1983-1995 834,4 450,1 384,3
22 Jaap Stam verdediger 1997-2008 833,2 317,0 516,2
23 Giovanni van Bronckhorst verdediger 1996-2010 831,8 444,5 387,3
24 Hans van Breukelen keeper 1981-1994 794,3 412,9 381,3
25 Gerrie Mühren middenvelder 1970-1976 778,4 10,2 768,2
26 Dennis Bergkamp aanvaller 1987-2006 775,9 420,0 355,9
27 Wim van Hanegem middenvelder 1969-1982 770,1 344,4 425,7
28 Sjaak Swart aanvaller 1958-1973 768,4 22,6 745,8
29 Michael Reiziger verdediger 1995-2007 760,2 237,5 522,8
30 Patrick Kluivert aanvaller 1995-2007 727,3 240,4 487,0
31 Ronald de Boer      middenvelder 1988-2003 719,2 181,1 538,2
32 Gerald Vanenburg      middenvelder 1982-1993 714,6 332,9 381,7
33 Berry van Aerle      verdediger 1983-1994 672,4 342,8 329,6
34 Marc Overmars      aanvaller 1993-2004 671,3 271,8 399,5
35 Dirk Kuijt      aanvaller 2002-2010 654,1 346,7 307,4
36 Wesley Sneijder      middenvelder 2003-2010 646,5 347,1 299,5
37 Arnold Mühren      middenvelder 1973-1989 644,9 287,8 357,1
38 René van de Kerkhof      aanvaller 1971-1983 643,3 399,7 243,6
39 Danny Blind      verdediger 1984-1999 627,1 52,7 574,4
40 Jan Wouters      middenvelder 1982-1996 619,9 457,6 162,2
41 Arjen Robben      aanvaller 2003-2010 592,9 375,4 217,5
42 Adri van Tiggelen      verdediger 1983-1993 560,3 402,9 157,4
43 Aron Winter      middenvelder 1987-2003 543,6 185,7 357,9
44 Erwin Koeman      middenvelder 1982-1994 507,9 319,8 188,1
45 Theo van Duivenbode    verdediger 1967-1973 501,5 12,2 489,2
46 Jan Poortvliet     verdediger 1976-1984 491,4  263,3 228,1
47 Jan Jongbloed      keeper 1965-1978 461,4 386,7 74,6
48 Piet Schrijvers      keeper 1967-1983 460,4 189,5 270,9
49 Robin van Persie      aanvaller 2002-2010 459,0 306,0 153,0
50 Wim Rijsbergen      verdediger 1973-1986 433,4 314,3 119,1
51 Wim Kieft      aanvaller 1981-1994 431,9 86,9 345,0
52 Ruud van Nistelrooij      aanvaller 1999-2010 429,5 141,2 288,3
53 Rinus Israel      verdediger 1965-1974 419,4 55,1 364,3
54 Wim Jonk      middenvelder 1989-1998 407,1 206,6 200,5
55 Joris Mathijsen      verdediger 2005-2010 401,8 276,0 125,8
56 Eddy Treijtel      keeper 1969-1983 393,6 3,3 390,2
57 Coen Moulijn      aanvaller 1962-1972 387,4 17,5 369,9
58 Henk Wery      aanvaller 1965-1974 374,5 7,2 367,3
59 John Heitinga      verdediger 2002-2010 369,1 314,5 54,6
60 John Bosman     aanvaller 1985-1998 364,6 32,6 332,1
61 Graeme Rutjes      verdediger 1988-1995 363,8 14,3 349,5
62 Boudewijn Zenden      aanvaller 1995-2009 354,3 118,6 235,7
63 Ernie Brandts      verdediger 1978-1989 346,2 210,3 135,9
64 Ed de Goeij      keeper 1992-2001 340,9 70,1 270,8
65 Adrie van Kraaij      verdediger 1972-1982 340,5 77,3 263,2
66 Richard Witschge      middenvelder 1988-2003 340,1 52,4 287,7
67 Maarten Stekelenburg      keeper 2003-2010 325,4 267,2 58,2
68 Winston Bogarde      verdediger 1995-2001 321,8 32,1 289,6
69 Willy van der Kuijlen      aanvaller 1967-1982 318,5 21,2 297,3
70 André Ooijer      verdediger 1996-2010 309,2 129,0 180,2
71 Rob Witschge      middenvelder 1987-1996 307,8 128,7 179,1
72 Sonny Silooy      verdediger 1982-1996 297,6 27,2 270,4
73 Huub Stevens      verdediger 1976-1986 294,4 111,9 182,6
74 Theo Laseroms      verdediger 1965-1972 289,8 7,7 282,1
75 Dick van Dijk      aanvaller 1969-1974 285,4 10,2 275,2
76 Arthur Numan      verdediger 1993-2003 279,5 156,6 122,9
77 Ben Wijnstekers      verdediger 1979-1988 277,5 183,1 94,4
78 Jan van Beveren      keeper 1969-1980 277,4 39,8 237,6
79 Eddy Pieters Graafland keeper 1957-1970 277,3 35,6 241,7
80 Roy Makaay      aanvaller 1997-2009 277,1 39,0 238,1
81 John van 't Schip     aanvaller 1984-1995 275,4 76,4 199,1
82 Hugo Hovenkamp      verdediger 1977-1984 274,0 165,2 108,9
83 Dick Schoenaker      middenvelder 1977-1985 273,4 41,0 232,5
84 Nigel de Jong      middenvelder 2003-2010 270,3 195,4 74,9
85 Peter Ressel      aanvaller 1970-1979 269,4 2,8 266,6
86 Henk Groot      aanvaller 1961-1969 259,3 36,6 222,7
87 Rafael van der Vaart  middenvelder 2001-2010 257,6 159,3 98,3
88 Kees Kist      aanvaller 1977-1983 256,4 153,0 103,4
89 Paul Bosvelt      middenvelder 1995-2007 248,1 76,3 171,8
90 Hans Gillhaus      aanvaller 1987-1995 242,6 7,2 235,4
91 Harry Lubse     aanvaller 1975-1980 239,4 2,8 236,6
92 Wilfred Bouma      verdediger 2000-2008 239,0 64,0 175,0
93 Bennie Muller      middenvelder 1961-1970 234,3 28,4 205,9
94 Tonnie Pronk      middenvelder 1961-1970 232,0 23,6 208,4
95 Kees Krijgh jr      verdediger 1974-1979 224,2 3,3 220,9
96 Peter Boeve      verdediger 1980-1988 221,4 21,6 199,8
97 Nico Rijnders      middenvelder 1968-1971 217,5 6,7 210,8
98 Ronald Spelbos      verdediger 1978-1993 216,0 53,0 162,9
99 Frans Thijssen      middenvelder 1974-1991 213,8 16,5 197,3

100

Stanley Menzo      keeper 1986-1996 212,3 1,5 210,8

Prof. dr. Gerard Sierksma is hoogleraar Kwantitatieve Logistiek aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Rijks Universiteit Groningen. Voor meer informatie: 050-363 3805, 06-1002 0296 of
g.sierksma@rug.nl.
Bertus Talsma is sinds 2006 PhD student aan Rijksuniversiteit en is daarnaast sinds 2009 gedeeltelijk aan het werk voor ORTEC TSS. In zijn proefschrift past hij wiskundige en statistische technieken toe om de prestaties van sporters te kunnen meten en te kunnen vergelijken. Zo is o.a. in samenwerking met Gerard Sierksma in 2007 de lijst met beste schaatsers aller tijden gepubliceerd. De titel van zijn proefschrift luidt: ‘Measuring the Performance of Individuals within Teams’. Voor meer informatie: 06-2919 2613 of
b.g.talsma@rug.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.