5 oktober 2010
Opinie
door: Bram Brouwer
Enkele dagen voor de halve finale van het WK-voetbal werd ik benaderd door een journaliste van Achter het Nieuws. Ze vroeg naar mijn mening als sportpsycholoog over de balansbandjes, het geheime wapen van Oranje. Ik wist niets van balansbandjes. Maar één keer googlen volstond om die omissie op te heffen. Het zijn kunststof armbandjes, met twee hologrammen erin verwerkt. Die hologrammen brengen lichaam en geest in evenwicht. Dat verbetert de kracht, balans en lenigheid. Ze halen het beste in je boven, zoals beter voetballen. Althans volgens de fabrikanten.
De journaliste vertelde over coaches en sporters die overtuigd waren van de werking van de bandjes. Mijn oordeel was sceptisch. Ik kon mij niet voorstellen dat balansbandjes iets anders verbeterden dan de winst van de fabrikant. Natuurlijk, als mensen ergens in geloven, kan dat hun prestaties verbeteren. Maar dat komt dan niet door het middel (balansbandjes) maar door het geloof in dat middel: het placebo-effect. Je kunt ook in jezelf leren te geloven. Ik kreeg het gevoel dat de journaliste nogal teleurgesteld was over mijn antwoord. Afsluitend vroeg ze of ze opnieuw contact op mocht nemen, als Achter het Nieuws daadwerkelijk een item over de bandjes ging maken.
Ik was het telefoontje al vergeten, toen daags na de halve finales Achter het Nieuws toch een item over balansbandjes aankondigde. Had het geheime wapen van Oranje gewerkt of was Nederland gewoon net iets beter dan de Brazilianen? Het nieuwsitem bracht slechts bevestigende opvattingen over de bandjes. Mijn scepsis paste blijkbaar niet in het beeld dat men wilde uitdragen. Het bewijs over de werking van de bandjes werd geleverd met simpele proefjes. Proefpersonen moesten hun armen spreiden, waarna één arm naar beneden werd gedrukt. Vervolgens werd een balansbandje omgedaan en het proefje herhaald. Met bandje zou meer kracht nodig zijn de arm naar beneden te drukken, dan zonder. Resultaten werden niet gemeten, maar overgelaten aan de subjectieve waarneming. Er werden coaches en sporters gepresenteerd, die met een balansbandje beter presteerden. Tenminste in hun waarneming. Dat is echter niet gelijk aan daadwerkelijk beter presteren. Maar zelfs als prestaties wel echt verbeteren, is dat geen bewijs dat de bandjes daarvoor zorgen. Er zijn diverse psychologische verklaringen voor dergelijke effecten, zoals het al genoemde placebo-effect. Ook treedt er een leereffect op. De proefpersoon leert in het eerste proefje hoeveel druk hij mag verwachten. In het tweede proefje anticipeert hij daarop. Deze onbewuste reacties worden niet veroorzaakt door het balansbandje.
In opdracht van het TROS consumentenprogramma Radar onderzocht de Vrije Universiteit in Amsterdam de werking van balansbandjes. Onder leiding van emeritus hoogleraar inspanningsfysiologie Peter Hollander zijn twintig proefpersonen getest op de punten waarin de bandjes verbetering beloven: balans, lenigheid en kracht. Voor het meten van deze grootheden zijn gangbare fysiologische tests gebruikt. Iedere proefpersoon deed alle tests vijf keer: een keet zonder bandje, twee keer met twee merken bandjes (Power Balance en Extreme Balance) en twee keer met een vals bandje (zonder hologrammen). De volgorde werd door loting bepaald. Niemand wist of kon zien wat de echte c.q. de valse bandjes waren.
Figuur 1, gemiddelde testresultaten in drie van de vijf condities: zonder bandje, met Power Balance en met Extreme Balance. (bron: Tros Radar)
Figuur 1 toont de gemiddelde testresultaten in drie van de vijf condities (zonder bandje, met Power Balance en met Extreme Balance). In geen van de condities laten de onderzoeksresultaten significante verschillen zien. Samengevat: balansbandjes doen niets. Omdat er geen meetbare verschillen zijn, zijn de resultaten van de valse bandjes niet meer van belang. Die bepalen de mate van het placebo-effect. Als er echter geen effect is, is er ook geen placebo-effect. Door training verbeterden de testresultaten (vooral lenigheid) van alle proefpersonen in iedere volgende testronde. Deze verbetering was onafhankelijk van de volgorde van de condities.
In een afsluitend interview met Hollander vraagt de interviewster van Radar aan Hollander hoe Oranje de finale gehaald kan hebben, als de bandjes niet werken? Hollander antwoord met een tegenvraag: hoe kan het dat we de finale verloren hebben met de bandjes?
Keulemans (Volkskrant 18-09-2010) betwijfelt de resultaten van het onderzoek van Hollander, onder verwijzing naar experimenten die de effectiviteit van attributen als balansbandjes aantonen. In deze onderzoeken presteerden (volgens Keulemans, zonder verwijzing naar deze onderzoeken, zodat ze niet te verifiëren waren) sporters die hun geluksattributen/ritueeltjes mochten houden beter dan sporters die dit niet mochten. Attributen zijn konijnenpootjes, armbandjes, enzovoort. Geluksrituelen zijn: altijd met het linkerbeen het veld in stappen, drie maal stuiteren met de bal, en dergelijke. Dit soort experimenten zegt echter niets over de werking van die attributen of rituelen. Ze zeggen wat over het geloof in die attributen en rituelen, zoals al besproken. Als je mensen hun geloof afpakt worden ze onzeker. Dat verstoort de concentratie, waardoor ze slechter presteren. Kortom: de conclusie dat balansbandjes geen effect hebben, zegt niet dat het geloven in attributen of rituelen geen effect heeft. Sporters worden dan echter afhankelijk van het geloof in externe attributen en/of rituelen. Ze kunnen beter afhankelijk zijn van het geloof in zichzelf. Overigens vermeldt de Reclame Code Commissie in haar uitspraak over een klacht over de Power balace bandjes: Power Balance heeft geen wetenschappelijke of andere publicatie met betrekking tot de (werking van) Power Balace armbanden overlegd. Deze uitspraak is niet betwist.
In een column op NWF-Regiosport schreef ik tussen de halve finales dat ik op zich niet veel bezwaar heb tegen balansbandjes. Ze vallen binnen het kader ‘baat het niet, het schaad ook niet’ (hooguit vijfendertig euro). Ernstiger is het als voetballers liever geloven in balansbandjes dan in reguliere mentale begeleiding. Collega sportpsycholoog Rico Schuiers kreeg van de KNVB te horen dat voetballers dat niet nodig hebben. Schuiers begeleide de hockeydames (wereldkampioen) en de waterpolodames. Laatstgenoemd team leerde hij om in het heetst van de strijd bij de les te blijven en te scoren, op momenten waarop ze eerder altijd verloren. Hun beloning: Olympisch goud. Mijn column sloot af met de verwachting dat Oranje in de finale tegen Duitsland dergelijke vaardigheden hard nodig zou hebben. Duitsland werd Spanje, maar verder klopte mijn verwachting.
Onder de spanning van de finale vergat het Nederlands elftal te doen waarvoor ze in Zuid-Afrika waren: goed voetballen. Tegen Brazilië toonden ze dat te kunnen. In de finale zetten ze hun onzekerheid om in ruw spel. Dezelfde fout die Brazilië in de halve finale tegen Oranje maakte. Vlak voor het einde van de verlenging verloor Oranje de controle over het spel, mogelijk omdat ze in hun hoofd al met de strafschoppen bezig waren. Daardoor kon Spanje zegevieren en kwamen er helemaal geen strafschoppen. Je daar te vroeg door laten afleiden is dus contraproductief. Voor sportpsychologen een voorbeeld uit het boekje. Oranjes onzekerheid bleek uit hun behoefte aan iets als balansbandjes. Een sportpsycholoog was een waardevolle aanvulling op het begeleidingsteam geweest. Helaas zonder garantie. Maar de kans op het gewenste resultaat neemt toe. Bij de kleine verschillen als die tussen Nederland en Spanje slaat de balans dan al snel door naar de andere kant.
Wat maakt bovenstaand verhaal interessant? Het laat zien hoe mythes ontstaan. Nederland wilde wereldkampioen worden en als balansbandjes daarbij kunnen helpen, dan graag. Mensen neigen dan bevestiging van de werking van balansbandjes te zoeken. Contrasterende informatie, zoals mijn scepsis, wordt dan genegeerd. Mogelijk ook bij de Journaliste van Achter het Nieuws. Zij leek immers teleurgesteld in mijn antwoord. Het leidde in ieder geval tot een nieuwsitem met slechts positieve opvattingen over de bandjes. Alle publiciteit rond de bandjes zorgde voor een enorme hype. Er zijn honderdduizenden bandjes over de toonbank gegaan. De kopers van die bandjes willen graag in de positieve effecten ervan geloven. Anders ben je immers voor € 35 bedot. Dat tast het zelfbeeld aan en dat willen mensen vermijden. Ze zoeken opnieuw naar bevestiging van hun opvatting en vermijden, negeren of betwisten de juistheid van niet binnen die opvatting passende informatie. Een mythe is geboren. Het betwisten en negeren van informatie weerspiegelt zich in het artikel van Keulemans. Hij betwist het volgens de regels van de wetenschappen uitgevoerde onderzoek van Hollander met verkeerde argumenten en negeert de uitspraak van de Reclame Code Commissie.
Dat mensen primair naar bevestiging van hun bestaande opvattingen zoeken is een in de psychologie veel beschreven verschijnsel dat confirmation bias (bevestigingsvertekening) wordt genoemd. Buiten de psychologie spreekt men vaak over tunnelvisie, hoewel dat feitelijk een breder begrip is. Dat mensen (inclusief journalisten) beïnvloed worden door zulke verschijnselen is minder vreemd dan het lijkt. De gerechtelijke dwalingen die Nederland de laatste tijd gekend heeft (Schiedammer parkmoord, Lucia de Berk, etc.) zijn onder meer door deze verschijnselen veroorzaakt. Ook problemen bij grote infrastructurele werken (Betuwelijn, Noord-Zuid lijn, etc.) worden vaak aan tunnelvisie toegeschreven. Zelfs wetenschappers moeten constant alert zijn om niet in deze aangeboren psychologisch val te trappen.
Geraadpleegde literatuur:
• Achter het Nieuws (2010, 8 juni) Nieuwsitem Balansbandjes.
• Derksen, T. (2006) Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling. Diemen: Veen Magazines.
• Keulemans, M. (2010, 18 september) Balansbandjes. Volkskrant
Rassin, E. (2007) Waarom ik altijd gelijk heb: Over tunnelvisie. Schiedam: Scriptum psychologie
• Schuijers, R. (2002) Effects of Mental Training Consultancy in elite Sports: Theoretical considerations and field studies on mental skills, mental concepts and sport performance of international level elite athletes and national level juvenile ten-pin bowlers.
• Köln: Deutschen Sporthochschule [Dissertation].
• Schuijers, R. (2004) Mentale training in de sport. Toepassing en effecten. Maarsen: Elsevier
• Tros radar (2010) Onderzoek naar balansbandjes. Op 23-09-2010 gedownload van http://www.trosradar.nl/artikel_detail/bericht/balansbandjes/
• Wagenaar, W.A., Israëls, H. & Koppen, P.J. van (2009) De slapende rechter. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker.
Bram Brouwer is ruim dertig jaar schaatstrainer en was een van de eerste gediplomeerde wielrentrainers in Nederlanden. Hij heeft 15 jaar professioneel duursporters begeleid en is daarna psychologie gaan studeren aan de Open Universiteit. Hier studeerde hij in 2009 cum laude af als arbeids en organisatiepsycholoog op het onderwerp ‘Doping als drogreden’ en behaalde de basisaantekening sportpsychologie. Momenteel werkt hij aan zijn proefschrift met als werktitel ‘De mythen van epo bij wielrennen’. Daarnaast werkt hij in zijn eigen praktijk, als adviseur/coach voor mensen en organisaties die willen presteren en verzorgt lezingen over deze onderwerpen. Voor meer informatie: info@brambrouwer.nl of www.brambrouwer.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.