Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Open brief aan commissaris almunia verantwoordelijk voor de portefeuille mededinging van de europese commissie

Open brief aan Commissaris Almunia, verantwoordelijk voor de portefeuille ‘Mededinging’ van de Europese Commissie

2 maart 2010

Opinie

door: Loek Jorritsma

Zeer geachte mijnheer Almunia

Als nieuwe commissaris van de Europese Commissie met de portefeuille ‘Mededinging’ denk ik dat u zich momenteel druk aan het inlezen bent in de voorliggende dossiers. Daarbij zult u het straks heel erg druk hebben om enige ordening aan te brengen in de relatie tussen de betrokken overheden en  de financiële instellingen, resp. de banken en de toezichthouders in de Lidstaten. Toch wil ik uw aandacht vragen voor diezelfde relatie, maar dan met een andere sector waar soms ook heel veel geld omgaat: de professionele sport, met name het betaald voetbal. Ik meen dat ook te kunnen doen omdat de relatie tussen een aantal van die financiële instellingen en de professionele sport - met name in het betaald voetbal – niet alleen in ons land zo groot is dat die door u meteen kan worden meegenomen. Ik durf het zelfs aan om financiële instellingen als banken en verzekeringsmaatschappijen in één adem te noemen met de professionele sport. De professionele sport, met name het betaald voetbal, zit namelijk voor een groot deel aard en nagelvast aan deze instellingen en is daarvan voor haar voortbestaan vrijwel afhankelijk geworden. En met het wegvallen van die steun wordt dan al gauw gekeken naar de (lokale) overheid om die rol over te nemen.

Waarom wil ik hiervoor uw aandacht vragen? Omdat uw departement op 7 juni 2005 een bericht liet uitgaan dat de Europese Commissie zojuist het Actieplan Staatssteun had goedgekeurd.

Dit Actieplan is op de volgende beginselen gebaseerd:
• minder verstorende en beter gerichte staatssteun in de lijn van de herhaalde verklaringen van de Europese Raad: zo wordt overheidsgeld ook echt in het belang van de EU-burgers gebruikt om de economische doelmatigheid te verbeteren, meer groei en duurzame banen te scheppen, sociale en regionale cohesie te versterken, diensten van algemeen economisch belang te verbeteren en duurzame ontwikkeling en culturele diversiteit te bevorderen;
• een verfijndere economische benadering, zodat minder verstorende steun (vooral wanneer het minder eenvoudig is middelen via de financiële markten aan te trekken) gemakkelijker en sneller kan worden goedgekeurd. Zo kan de Commissie haar onderzoeken ook concentreren op die zaken die de mededinging en het handelsverkeer het zwaarst kunnen verstoren
• verder gestroomlijnde en doelmatigere procedures, een verbetering van het handhavingsbeleid, een toenemende voorspelbaarheid en meer transparantie. Een voorbeeld: momenteel moeten lidstaten bijna alle overheidssubsidies die zij willen toekennen bij de Commissie melden. De Commissie stelt voor om meer maatregelen van deze aanmeldingsverplichting vrij te stellen en de procedure te vereenvoudigen;
• een gedeelde verantwoordelijkheid voor de Commissie en de lidstaten: de Commissie kan de regels en praktijken op het gebied van staatssteun niet verbeteren wanneer de Lidstaten haar daarbij niet daadwerkelijk steunen en zij zich ten volle verbinden om hun verplichtingen inzake de aanmelding van steunvoornemens na te komen en de regels correct te doen toepassen.

Wanneer men hier nu goed naar kijkt dan zou de sport best genoemd kunnen worden als onderdeel van dit Actieplan. Want - zo wordt gezegd - sport versterkt de sociale en regionale cohesie, bevordert de diensten van algemeen economisch belang en bevordert de culturele diversiteit. Handig ook omdat momenteel bijna alle overheidssubsidies - dus eigenlijk ook die aan de sport - bij de Commissie gemeld zou moeten worden. Via het Actieplan kan ook dat worden vereenvoudigd.

Aan alle Lid-Staten was gevraagd om hun visie. Maar - wat vervelend nu - sport wordt helemaal niet genoemd. En dus zeker niet de professionele sport en het betaald voetbal al helemaal niet! Ja, Cultuur wél, maar sport valt daar niet onder. Dat betekent dat noch de Lidstaten noch de Commissie van oordeel zijn dat de sport een zodanige doelstelling van maatschappelijk belang beoogt om in aanmerking te komen voor groepsvrijstelling in het Actieplan Staatssteun. En dat bij financiële steun aan sportorganisaties, met name aan betaald voetbal organisaties, als snel moet worden gedacht aan staatssteun.

En daar begint de ‘ellende’.

Een kleine zoektocht op het internet met de Nederlandse zoekwoorden als: ‘staatssteun betaald voetbal’, ‘Actieplan Staatssteun’, ‘staatssteun Vitesse’ en ‘staatssteun ADO’ levert al gauw een berg informatie op over de gang en stand van zaken op financieel en economisch gebied in deze bedrijfstak. Je treft zelfs een powerpointpresentatie aan inzake Sport & Recht waarbij wordt gemeld dat zeventien van de achttien eredivisieclubs steun ontvingen van de lokale overheid, alleen PSV niet. Nu heb ik geen inzicht in de juistheid van die bewering en ook niet of er dus in  alle gevallen sprake zou zijn van ongeoorloofde staatssteun, maar het signaal is wel duidelijk!

Daar komt nog bij dat in een voortreffelijk bijdrage aan de discussie over dit onderwerp door Bart Hessel bij het onderdeel ‘marktfalen’ wordt gesteld dat “voor een goed begrip van het Actieplan Staatssteun en het daarop gebaseerde beleid van de Commissie het dan ook noodzakelijk is dat men bekend is of bekend wordt met deze begrippen uit de economische theorie.” Die observatie is van groot belang omdat het maar de vraag is of de huidige, vooral juridisch geschoolde, beleidsadviseurs op het gebied van de sport inderdaad voldoende bekend zijn met deze begrippen.

Tegen die achtergrond zie ik nu dat in ons land zowel de lokale als de provinciale en rijksoverheid een financiële bemoeienis met de (top)sport, de professionele sport en met name met betaaldvoetbalorganisaties zijn aangegaan respectievelijk dreigen aan te gaan, waarbij in onvoldoende mate de vraag wordt gesteld of hiermee wellicht sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Zeer onlangs heeft de gemeente Zwolle bijvoorbeeld haar financiële bemoeienis met de plaatselijke betaald voetbal organisatie geïntensiveerd zonder zich hierbij deze vraag te stellen.

Ik vroeg mij af of ik een klachtenreeks zou moeten opstellen om u te overreden, net als u momenteel bij de financiële instellingen doet, aan deze praktijken een halt toe te roepen. Maar dat is weer een berg werk omdat ik dan bijvoorbeeld het hele dossier inzake Vitesse zou moeten doorspitten en aan u zou moeten toesturen. Om het eerlijk te doen zou ik dan ook van al die zeventien gemeenten de dossiers moeten opvragen, bestuderen en mijn bevindingen aan u door te sturen. Maar die gemeenten zien me al aankomen! Bovendien is de Wet Openbaarheid Bestuur voor een privépersoon misschien geen goed instrument.

Mijnheer Almunia, laat ik afronden met een paar slotopmerkingen. Het wordt volgens mij eens tijd dat zowel op Europees niveau als bij elk van de Lidstaten het besef doorkomt…
• …dat steun van de lokale of nationale overheid aan het betaald voetbal in het algemeen als aan elk van de betaald voetbal organisaties individueel niet is toegestaan;
• …dat het lokale overheden niet mag worden toegestaan hun gemeenteraden voorstellen voor te leggen om die financiële steun wél te verlenen! Want het is gewoon bestuurlijke doping!
• …dat Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën daarover een oekaze zouden moeten laten uitgaan naar alle gemeenten waar betaald voetbal organisaties in hun ‘zaak’ niet juist handelen;
• …dat de betrokken overkoepelende sportorganisaties als in ons land de KNVB en de vigerende licentiecommissie gedwongen worden om hun tak van sport gezond te maken.

En ik heb nog een suggestie: vervang in uw beleid en de betrokken dossiers het woord ‘bank’ door ‘betaald voetbal organisatie’. Het is namelijk een schande dat een ‘bedrijfstak’ als het betaald voetbal zich er op beroept een belangrijke maatschappelijke functie te vervullen en tegelijkertijd haar excessieve uitgavenpakket en de financiële consequenties daarvan wil zien afgewenteld op dat publiek dat niet naar haar wedstrijden komt kijken. Het lijken wel banken.

Ik moge u verzoeken het daarheen te leiden dat de overheden in de aangesloten Europese landen zich een en ander voldoende zullen realiseren en de juiste beleidsmaatregelen zullen treffen.

Ten slotte, ik ben er voor dat de landelijke organisaties op het gebied van de sport - denk bijvoorbeeld aan het Nederlands Handbal Verbond - bij wet de publieke taak hebben om de nationale competitie te organiseren, de nationale kampioen aan te wijzen en het nationale team en de trainingen daarvoor te organiseren. En dat de nationale bond de opbrengsten daarvan ten behoeve van de eigen organisatie mag aanwenden en staatssteun voor de instandhouding van dergelijke organisaties wél is toegestaan.

Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.