29 augustus 2023
Opinie
door: Kirsten Verkooijen & Liselot ter Harmsel – Nieuwenhuis
Het verkleinen van sociale ongelijkheid is misschien wel de grootste maatschappelijke uitdaging van deze tijd. Terwijl een grote groep Nederlanders een kwalitatief goed leven leidt, is er tegelijkertijd sprake van een groeiende groep burgers die niet of nauwelijks kan meekomen in de maatschappij. Sport kan veel betekenen voor mensen die zich in een sociaal kwetsbare positie bevinden. De deelname aan sport onder deze groep is echter zeer beperkt. Willen we de kracht van sport meer benutten dan is meer inclusief onderzoek nodig naar de drempels die deze burgers ervaren en naar innovatieve manieren om die drempels te verlagen.
Ongeveer één op de zes volwassen Nederlanders (16%) bevindt zich in een sociaal kwetsbare positie en ervaart een opeenstapeling van problemen zoals schulden, zorgen over huisvesting, laaggeletterdheid, (mentale) gezondheidsklachten en werkeloosheid. Mensen in een sociaal kwetsbare positie hebben moeite om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Ook deelname aan sport ligt meestal ver buiten het bereik van deze burgers. Het aandeel Nederlanders dat aangeeft wekelijks te sporten is het hoogst onder hoogopgeleiden met een hoog inkomen (72.5%) en het laagst onder mensen met een lage opleiding en laag inkomen (19.2%). Het recente Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) van gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars en VWS zet zich dan ook terecht in op het terugdringen van gezondheidsachterstanden door onder meer het bevorderen van een actieve leefstijl.
Persoonlijke hulpbronnen
Sport kan voor mensen in een sociaal kwetsbare positie veel betekenen voor hun kansen op een meer volwaardige deelname aan de maatschappij. In het project Life Experience Through Sports (LETS: ZonMW projectnummer 546003001) onderzoeken Wageningen University & Research, Hogeschool Windesheim, InHolland en Stichting Life Goals Nederland de effecten van sport op volwassenen in een sociaal kwetsbare positie. Het onderzoek heeft belangrijke inzichten opgeleverd over de sociale, cognitieve en emotionele effecten van sportdeelname op deze burgers. Naast dat sport zorgt voor plezier en ontspanning (een ‘uitlaatklep’), geven deelnemers aan zich gesterkt te voelen wat betreft zelfvertrouwen, sociale vaardigheden, het opbouwen van een sociaal netwerk, omgaan met emoties en doorzettingsvermogen. Dit soort persoonlijke hulpbronnen (of ‘levensvaardigheden’) zijn essentieel om uitdagingen in het leven aan te gaan. Daarnaast heeft het LETS-onderzoek relevante kennis opgeleverd over de ‘werkzame elementen’ van sportprogramma’s die speciaal ontwikkeld zijn voor mensen in een kwetsbare positie. Werkzame elementen zijn bijvoorbeeld een goed opgeleide maatschappelijke sportcoach en de mogelijkheid voor deelnemers om aan persoonlijke doelen te werken.
Inzichten in de effecten en werkzame elementen van sport zijn belangrijk om het sportaanbod voor mensen in een sociaal kwetsbare positie zo optimaal mogelijk in te richten. Goede sportprogramma’s zijn echter nutteloos als deze vervolgens de doelgroep überhaupt niet bereiken. De landelijke ‘Alliantie sport en bewegen voor iedereen’ heeft als ambitie dat iedere Nederlander een leven lang moet kunnen sporten en bewegen en richt zich daarom op het wegnemen van belemmeringen en het creëren van belangrijke randvoorwaarden voor sporten en bewegen. Een voor de hand liggende belemmering is geldgebrek. In 2020 is daarom, in navolging van het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur opgericht. Volwassenen die rond het bestaansminimum leven kunnen uit dit fonds lesgeld en/of materialen vergoed krijgen.
In 2022 hebben ruim vijfduizend volwassenen in Nederland via dit fonds gesport. Hoewel een prachtig en broodnodig initiatief waarvan het gebruik vast nog wel zal stijgen, is de kans groot dat het aantal deelnemers in schril contrast zal blijven staan tot het aantal mensen dat in aanmerking komt voor steun, namelijk een geschat aantal van ruim een miljoen.
Geld is namelijk niet de enige drempel om deel te nemen aan (reguliere) sportactiviteiten. In de periode 2013-2017 deed Wageningen University & Research onderzoek naar de meerwaarde van sport voor jongeren in een kwetsbare positie, in dit geval jongeren die met jeugdzorg te maken hadden (Jeugd, Zorg en Sport; NWO projectnummer: 328-98-007). Voor die groep bleek deelname aan reguliere sport vaak een brug te ver. Niet goed kunnen meekomen of inpassen met leeftijdsgenootjes leidt eerder tot een gevoel van exclusie dan inclusie. Voor volwassenen zal dit niet anders zijn, ook daar horen we dat mensen het liefst met gelijkgestemden sporten.
Maatschappelijke sportprogramma’s spelen op deze behoefte in: de programma’s zijn specifiek gericht op burgers die met elkaar delen dat ze zich allen in een kwetsbare positie bevinden. In combinatie met geen of een zeer lage contributie bieden deze programma’s zo een laagdrempelig sportaanbod.
Instroom kan veel beter
Hoewel maatschappelijke sportprogramma’s relatief meer kwetsbare burgers weten te bereiken dan het reguliere sportaanbod, kan de instroom nog altijd vele malen beter. Om dat te bereiken is gedegen kennis nodig over welke belemmeringen, naast financiële drempels, burgers ervaren en hoe deze op een effectieve wijze kunnen worden ondervangen. Systematisch onderzoek ontbreekt naar de precieze rol die bepaalde factoren spelen bij het willen en kunnen deelnemen aan sport door mensen in een sociaal kwetsbare positie. Denk aan vindbaarheid van het sportaanbod, bureaucratie rondom het aanmelden, schaamte en stigma om van fondsen of speciaal sportaanbod gebruik te maken en mentale ruimte creëren voor vrijetijd. Cruciaal hierbij is dat we goed luisteren naar de mensen om wie het gaat en samen met hen op zoek gaan naar oplossingen.
In het veelbesproken boek Beledigende broccoli legt Tim ’S Jongers - directeur van de Wiardi Beckman Stichting (wetenschappelijk bureau voor sociaal-democratie) - immers haarfijn uit hoe het mis kan gaan als oplossingen worden bedacht op basis van verkeerde aannamen over mensen in een kwetsbare positie. Inclusief onderzoek is dus nodig waarbij de mensen om wie het gaat centraal staan en waarbij er gebouwd wordt op wat er al is en wat wel werkt. Alleen als we weten wat mensen nodig hebben om te gaan sporten kunnen we hierop inspelen en daadwerkelijk toewerken naar een meer inclusieve samenleving waarin iedereen profiteert van de kracht van sport.
Kirsten Verkooijen is universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep gezondheid en maatschappij van Wageningen University & Research.
Liselot ter Harmsel – Nieuwenhuis is onderzoeker bij het lectoraat bewegen school en sport van Hogeschool Windesheim.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.