18 januari 2011
Opinie
Na een intensief WK voetbal direct door met het trainen voor de competitie. Het zorgde bij veel Nederlandse voetballers voor blessures. Ook zijn er regelmatig vermoeide schaatsers in het nieuws die achteraf een verloren seizoen proberen te verklaren. ‘Topsport is grenzen verleggen en balanceren op het randje’. Maar waar ligt de grens en wat moet er gebalanceerd worden?
Wanneer gewenste prestaties uitblijven zijn sporters geneigd vaker, langer en harder te trainen. In combinatie met te weinig herstel kan dit leiden tot ‘lokale overbelasting’ van bijvoorbeeld spieren of pezen, maar ook tot ‘algemene overbelasting’, overtraindheid genoemd. Overtraindheid wordt gekenmerkt door een achteruitgang in prestatie in combinatie met vermoeidheidsklachten, andere eet- en slaappatronen, concentratieproblemen en depressieve gevoelens. Gedacht wordt dat overbelasting niet alleen veroorzaakt wordt door te veel trainen, maar ook door mentale of sociale stress, bijvoorbeeld door hoge verwachtingen van de omgeving.
Hoe vaak komt overbelasting voor?
Precieze cijfers over
hoeveel sporters overbelast raken zijn er nog niet. Voor blessures kan gezegd
worden dat van het totale aantal blessures twintig tot dertig procent door
overbelasting ontstaat. Geschat wordt dat twintig tot zestig procent van de
sporters te
maken krijgt met overtraindheid. Overbelasting is dus een
belangrijke oorzaak van sportmedische problemen. Vaak verloopt het herstel van
overbelasting langzaam en heeft het flinke invloed op het dagelijkse leven van
de sporter. Omdat er voor overtraindheid nog geen eenduidige diagnose voorhanden
is, zien veel sporters niet in dat ze hun training moeten aanpassen. Onderzoek
naar kenmerken van overtraindheid is dus belangrijk, zodat sporters tijdig
kunnen worden gewaarschuwd.
Survival of the fittest
Er wordt verschillend naar
overbelasting gekeken. De eerste manier is dat sporters die - ten opzichte van
teamgenoten - vaker te maken krijgen met overbelasting niet geschikt zijn voor
de topsport. Blijkbaar is het lichaam niet ‘gemaakt’ voor de belasting die bij
die tak van sport komt kijken. De vraag is of deze visie - waarbij de trainer
kiest voor het ‘survival of the fittest’ principe - te verdedigen is. De oorzaak
van overbelasting kan namelijk evengoed liggen in de aard van het
trainingprogramma of de manier waarop een trainer rekening houdt met de
persoonlijke omstandigheden van de sporter. Het toepassen van deze visie kan
betekenen dat er talenten met uitstekende technische of tactische kwaliteiten
vanwege overbelasting verloren gaan. De tweede visie is dat alle sporters die
relatief vaak overbelast raken een betere begeleiding nodig hebben. Blijkbaar is
het trainingsschema niet goed afgestemd op het individu en wordt er te weinig
rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden. Zeker in teamsporten is het
moeilijk om een trainingsprogramma af te stemmen op de individuele sporter omdat
er vaak in partijvormen getraind wordt.
Bepalen van individuele grenzen
Omdat de oorzaak van
overbelasting ligt in een disbalans tussen lichamelijke en mentale stress en
herstel is het monitoren van deze factoren een goede manier om het proces te
sturen. Een voorbeeld van het monitoren van het trainingsproces is het bijhouden
van een trainingsdagboek. Hierin kan de sporter opnemen hoe zwaar de training is
ervaren en hoe goed de sporter is hersteld van een voorgaande training.
Daarnaast kunnen mentale en sociale stress en herstel in kaart worden gebracht
met vragenlijsten. Deze methode vormde de basis van het promotieonderzoek dat ik
op 6 december jl. met het proefschrift ‘Balancing stress and recovery in sports’
heb afgerond.
Uitkomsten onderzoek
Het eerste deel van het proefschrift
beschrijft een theoretisch model dat bestaat uit fysieke en psychosociale
stress- en herstelfactoren. Uitgangspunt is dat het totaal aan stressbronnen in
evenwicht moet zijn met het totaal aan herstel voor optimale prestaties. Op
basis van bestaande literatuur wordt geconcludeerd dat de diagnose van
overtraindheid gesteld wordt door het uitsluiten van andere aandoeningen, er
geen goede behandeling is en vroegtijdige markers ontbreken. Dit benadrukt het
belang van preventie.
Daarna volgde een serie studies waarin gedurende twee jaar een groot aantal jeugdige topsporters werd gevolgd. Informatie over stress en herstel uit trainingslogboeken en vragenlijsten werd gekoppeld aan prestatie op veldtesten en het ontstaan van blessures, ziekte en overtraindheid. Daarnaast werden klinische kenmerken van overtraindheid onderzocht, zoals de gemoedstoestand, hormonale reactie op dubbele maximale inspanning en reactietijd. Het onderzoek laat zien dat het monitoren van belasting en belastbaarheid belangrijke aanknopingpunten geeft om prestaties te optimaliseren en overbelasting in een vroegtijdig stadium te herkennen. De gemoedstoestand en hormonale profielen lijken de diagnose van overtraindheid te kunnen ondersteunen.
Aanbevelingen voor de praktijk
Trainingsdagboeken en
vragenlijsten kunnen op papier of via internet worden ingevuld. Voordeel van
online registratie is dat informatie overal ter wereld kan worden ingevuld en
direct in een centrale database wordt verzameld. Op die manier kan de sporter
ook tijdens trainingskampen en wedstrijden in het buitenland de gegevens
invoeren en is deze informatie ook voor begeleiders toegankelijk. Een ander
voordeel van het digitaal invoeren is de mogelijkheid van geautomatiseerde
feedback. In de vorm van overzichtelijke grafieken wordt voor de sporter het
trainingsproces duidelijk in beeld gebracht.
Naast het monitoren van stress- en herstelfactoren is het belangrijk om ook het ontstaan van blessures en ziektes systematisch te registeren. De sporter kan samen met de trainer of sportmedische begeleiders terugzoeken welke omstandigheden voorafgingen aan de blessure of periode van ziekte. Door een combinatie van deze gegevens kunnen de individuele grenzen in kaart worden gebracht. In het geval van overtraindheid is prestatieachteruitgang het belangrijkste kenmerk. Door het herhaaldelijk meten van de prestatie met veldtesten wordt het prestatieprofiel duidelijk. Onverklaarbare prestatievermindering kan overigens naast te veel trainen ook liggen aan te weinig trainen. Het volgen van het trainingsproces kan zo niet alleen bijdragen aan het voorkomen van overbelasting, maar mogelijk ook aan de optimalisatie van prestatie.
Samenvattend spelen zowel de trainer, de medische begeleiders als de sporter een belangrijk rol in de zoektocht naar de optimale balans. Zoals een voetballer die technisch minder vaardig is meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld het dribbelen, kan de kwetsbare sporter meer aandacht besteden aan het optimaliseren van de stress-herstelbalans. De slimme sporter brengt dus de ervaren mate van stress en herstel in kaart en past op basis van blessures of verminderde prestatie het schema aan. In de tussentijd zoekt de wetenschap verder naar andere middelen om wedstrijdprestatie en trainingsbelasting objectief te kunnen meten. Binnen de teamsporten biedt innovatieve technologie waarmee tijdens trainingen en wedstrijden gelopen afstand, snelheden en versnellingen van spelers kunnen worden bepaald nieuwe mogelijkheden.
Op 1 januari 2011 is een nieuw vierjarig project gestart waarin twee onderzoekers bij zowel duur als balteamsporters op dit thema verder zullen werken. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het SportsFieldLab aan de Hanzehogeschool in Groningen waar deze ‘embedded scientists’ samen met sportpraktijk opzoek zullen gaan optimale balans tussen stress en herstel in de sport.
Michel Brink (Hengelo, 1981) is fysiotherapeut en bewegingswetenschapper en deed zijn promotieonderzoek bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het UMCG en bij de Graduate School for Behavioural and Cognitive Neurosciences (BCN) van de RuG/UMCG. Zijn onderzoek werd medegefinancierd door ZonMw. Brink werkt als docent bij het Centrum voor Bewegingswetenschappen. Sinds september coördineert hij daarnaast bij het Hanze Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool in Groningen onderzoek naar de optimalisatie van sportprestaties. Hij is daar tevens als inhoudelijk begeleider betrokken bij het vervolgonderzoek naar de balans tussen stress en herstel in de sport. Zie ook dit artikel op Sport Knowhow XL.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.