11 april 2008
Opinie
In Nederland hebben we op het gebied van topsport enorm ambitieuze doelstellingen. We willen bij de beste tien landen van de wereld gaan behoren, we willen in 2018 het WK Voetbal organiseren en in 2028 de Olympische Spelen. Om dergelijke doelstellingen te behalen is professionalisering in de volle breedte vereist. En ‘we’ zijn goed op weg. Topsporters krijgen steeds betere (financiële) mogelijkheden om zich op hun vak te focussen, de sportaccommodaties worden steeds mooier en beter, we organiseren al regelmatig prachtige evenementen van mondiale betekenis én we hebben de afgelopen jaren meer oog gekregen voor het belang van trainers en coaches. Tot zover hoeven we dus niet te klagen.
Toch is de vraag of de professionalisering wel is doorgedrongen tot alle lagen van de sport. Ook bijvoorbeeld tot de sportbonden, de basis van de sport in Nederland? Ik waag het te betwijfelen. Om tot de beste tien landen van de wereld te gaan behoren, is het zaak om tijdens grote toernooien excellente prestaties te leveren. De Olympische Spelen zijn het grootste sporttoernooi in de wereld. Dus moeten we naar de Olympische Spelen excellente atleten afvaardigen. In ieder geval per tak van sport de beste in hun klasse. Om daarvan verzekerd te zijn, moeten de beste atleten met elkaar worden vergeleken en vervolgens moeten de besten worden gekozen.
De Nederlandse judobond lijkt echter een geheel andere koers te varen. Deze bond heeft ten aanzien van de prestigieuze zwaargewichtklasse al in maart 2007 (!) besloten dat in principe Dennis van der Geest als zwaargewicht zou worden afgevaardigd. Althans, mits Van der Geest zou voldoen aan de daarvoor gestelde normen. Als ook een ander uit zijn gewichtsklasse aan die normen zou voldoen, zou dat niet uitmaken. Want in maart 2007 heeft de judobond per e-mail een memo naar de belangrijkste coaches gestuurd waarin stond omschreven welke judoka’s een ‘Olympisch traject’ zouden volgen en welke bijvoorbeeld een zogenaamd ‘ontwikkeltraject’. Tot deze laatste categorie behoren judoka’s die weliswaar getalenteerd zijn, maar niet capabel werden geacht om een kleine anderhalf jaar later tijdens de Olympische Spelen de Nederlandse eer hoog te houden.
Zo ook Grim Vuijsters. Dit zwaargewicht is echter sinds maart 2007 heel goed gaan presteren tijdens zijn ‘ontwikkeltraject’. Beter dan Van der Geest, die in 2005 zijn laatste grote toernooi gewonnen heeft (overigens in een niet-Olympische discipline). Vuijsters voldeed door zijn goede prestaties in 2007 aan de normen die NOC*NSF had vastgesteld voor uitzending naar de Olympische Spelen. In januari 2008 werd Vuijsters zelfs per brief door de judobond gefeliciteerd met zijn Olympische nominatie. Ook in het voorjaar presteerde Vuijsters uitstekend, wederom veel beter dan Van der Geest. Zo won Vuijsters onder meer in een tijdsbestek van zes weken van drie (voormalige) wereldkampioenen, waaronder van Van der Geest zelf. Ook Van der Geest verdiende echter een nominatie door te voldoen aan twee eisen: vijfde worden tijdens een belangrijk toernooi en bij de beste negen behoren op de wereldranglijst. Vuijsters werd drie maal derde tijdens dergelijke belangrijke toernooien. En hij kwam daarmee hoger dan Van der Geest op de ranglijst te staan. Vuijsters had dan ook goede hoop gekregen op uitzending naar de Olympische Spelen. Immers, zou de Nederlandse judobond niet de beste judoka willen uitzenden?
Nee, dat lijkt er niet op. De judobond besloot onlangs dat Van der Geest naar
Beijing mag. En de bond meldde daarbij zelfs dat Vuijsters eigenlijk nooit
kandidaat is geweest voor de Olympische Spelen. Maar diezelfde bond had
Vuijsters een paar maanden eerder wel per officiële brief gefeliciteerd met zijn
Olympische nominatie… Vuijsters mag van de bond wel meedoen aan het EK, omdat
Van der Geest daar niet fit genoeg voor is. De judobond wacht dus niet af hoe
Vuijsters zal presteren tijdens het EK en wil ook niet weten hoe de conditie van
Van der Geest – die begin 2008 ook al wegens een blessure langdurig uit de
roulatie was- zich ontwikkelt. Dennis van der Geest geniet al ruim een jaar een
beschermde status en blijft die status behouden.
De judobond beroept
zich na klachten van Vuijsters over de selectieprocedure op de regels die – ook
in maart 2007 – zijn bijgesteld. Want toen is besloten dat als twee judoka’s in
dezelfde klasse zouden voldoen aan de Olympische normen voor uitzending niet per
sé de hoogste op de wereldranglijst wordt afgevaardigd, maar degene die door de
Technische Commissie (TC) wordt aangewezen. De selectiecriteria die de TC
daarbij hanteert zijn echter volstrekt onduidelijk. De voorzitter van die TC is…
Cor van der Geest, de vader van Dennis. Hij zegt zich niet bemoeid te hebben met
de selectie, maar het had hem gesierd als hij vanwege belangenverstrengeling
helemaal geen zitting in die commissie had genomen. Dat de judobond niet is
opgetreden tegen (de schijn van) deze verstrengeling, is ook al niet erg
professioneel. Inmiddels heeft Vuijsters juridische hulp ingeschakeld om alsnog
naar Beijing te kunnen worden uitgezonden.
In het televisieprogramma ‘Holland Sport’ werd Dennis van der Geest op 7 april jl. stevig aan de tand gevoeld over de hele gang van zaken. Hem werd onder meer gevraagd of hij er voor zou voelen om het op de judomat uit te vechten met Vuijsters. Nee, daar voelde hij niets voor. In Nederland had hij het wel ‘gezien’ met de tegenstanders, aan de nationale kampioenschappen deed hij daarom ook al jaren niet meer mee. Zijn uitdaging was om buitenlanders te verslaan, niet om van landgenoten te winnen.
In Japan, het mekka van het judo, pakken ze het anders aan. Daar werd op 6 april jl. een nationaal kampioenschap gehouden waarbij uitzending naar de Olympische Spelen kon worden afgedwongen. Nomura - drievoudig Olympisch kampioen onder de 60 kilogram - bleef steken in de halve finale en kan zijn ticket naar Beijing daardoor vergeten. Ishii - in 2006 Japans kampioen zwaargewicht - moet op 29 april a.s. - als in zijn gewichtsklasse een belangrijk toernooi in Japan wordt gehouden - niet alleen eerste worden, maar ook nog op een overtuigende wijze. Want Ishii is… geblesseerd geweest en de Japanse judobond wil de volle overtuiging hebben dat zijn blessure 100% genezen is.
In Nederland wordt daarentegen een geblesseerde judoka voor uitzending naar
de Olympische Spelen aangewezen, terwijl hij een concurrent heeft die de
afgelopen twee jaren beter heeft gepresteerd en daardoor hoger op de
wereldranglijst staat. Van der Geest brengt daar tegenin dat het erom gaat wie
in Beijing zal gaan pieken, niet wie er nu beter presteert. Het ‘kamp Vuijsters’
merkt daarbij terecht op dat Van der Geest al meer dan drie jaar niet gepiekt
heeft.
Als Nederland tot de beste tien landen van de wereld wil gaan
behoren, moeten we echt iets gaan doen aan de manier waarop ‘we’ atleten
selecteren die ‘ons’ naar de top tien-positie moeten brengen. De
verantwoordelijk daarvoor ligt bij de sportbonden, in dit geval de judobond. Ik
zou tegen de judobond willen zeggen: néém die verantwoordelijkheid. En
leg dan meteen de wijze waarop je communiceert kritisch onder een
vergrootglas!
Peter Hopstaken is de initiatiefnemer van Sport Knowhow XL, digitaal informatieplatform voor de zakelijke sportwereld.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.