5 oktober 2010
Opinie
Het Wereldkampioenschap Voetbal 2010 kende scheidsrechterlijke ‘dwalingen’ en onaantrekkelijk spel. Huijbregsten – voormalig voorzitter van NOC*NSF - gaf als oorzaak voor de sportieve armoede de remmende voorsprong van een bedrijfstak die al decennia geen concurrentie kent en zich dus niet aanpast aan de ontwikkelingen anno 2010 (de Volkskrant, 30 juni 2010). Kun je namelijk van scheidsrechters (verlengstuk FIFA) verlangen de regels te bewaken onder de huidige voorwaarden en omstandigheden? Bij voetbalevenementen op het hoogste niveau is de prestatiedruk op het arbitrale trio huizenhoog. Voormalig topscheidsrechter Mario van der Ende beaamde dat op Sport Knowhow XL (28 september 2010). Het is feitelijk onmogelijk om als scheidsrechter foutloos te opereren binnen het spel met de huidige opzet en wedstrijdreglementen.
Onmogelijke taak scheidsrechters
De term ‘dwaling’ duidt mijns inziens op het disfunctioneren van de official, het verkeerd beoordelen van een handeling van een speler en dus het verkeerd toepassen van de maatregelen/spelregels (bijvoorbeeld een gele kaart geven voor een tackle van achteren, waar volgens het reglement een rode kaart voor staat), terwijl de beslissingen of niet genomen beslissingen staan of vallen met het waarnemingsvermogen van de arbiter. Op de voetbalvelden met afmetingen van 100-120 meter bij 64-75 meter, is het niet zo verrassend dat de scheidrechter met zijn twee assistenten beperkt kunnen waarnemen. De beelden voor de kijkers thuis en op de tribune leggen veel vast, maar lang niet genoeg. Maar zelfs dát beetje bewijsmateriaal van verkeerde interpretaties en besluiten van arbiters mag niet tijdens de wedstrijden worden gebruikt. Herziening van cruciale misinterpretaties aan de hand van haarscherpe en desgewenst vertraagde beelden is daarmee uitgesloten. Hierdoor blijft het onnodig mensenwerk, dat oeverloze discussies met zich meebrengt en niet in de laatste plaats pijnlijke consequenties voor de scheidsrechter(s) in kwestie, zoals degradatie, non-actiefstelling of jarenlange achtervolging door de media. Ook Claussen (2007) schetst de noodzaak voor het gebruik van televisiebeelden in zijn artikel On Stupidity in Football.
‘Television may help to elucidate whether something really was offside, whether the ball had crossed the goal line – the recording serves to demythologize the action. It turns the referee back into a fallible human person. Professional football should make use of the technical possibilities for enlightenment.’
Net als overigens vele andere voormalige gezaghebbende functionarissen worden scheidsrechters niet meer als autoriteit gezien en bejegend. Spreekkoren zijn er nog, ondanks de aangescherpte maatregelen op nationaal niveau. Met behulp van deze maatregelen probeert de KNVB het gedrag van supporters te beïnvloeden, maar dat doet niets af aan de onmogelijke taak van scheidsrechters om tijdens de wedstrijd de regels te bewaken. Bij de UEFA is het besef er gedeeltelijk wel en wordt met ingang van dit seizoen (2010-2011) in de Champions- en Europa League geëxperimenteerd met een tweetal extra assistent-scheidsrechters. Naar de argumenten van deze opzet van dit experiment ben ik erg benieuwd. Een scheidsrechters- of reglementencommissie zal hier verantwoordelijk voor zijn, maar binnen welke kaders mogen zij ideeën lanceren of uitproberen? Waarvoor is vooralsnog gekozen voor het mensenwerk?
Normvervaging
Dan het spel en het gedrag van de voetballers. Tekortkomingen worden gecompenseerd door onreglementair gedrag. Voorbeelden zijn tackles van achteren en aan het shirtje trekken. Wie de wedstrijden op de televisie bekijkt kan constateren dat het manipuleren en misleiden van een scheidsrechter gemeengoed is geworden, want dáár valt blijkbaar nog de meeste winst te behalen. Veel doelpunten vallen uit ‘dode’ spelmomenten bij corners, vrije trappen en penalty’s, dus wordt het interessant om ze uit te lokken (schwalbes).
Is het niet zorgwekkend dat topvoetballers, topcoaches, maar ook trainers op amateurniveau het verkeerde voorbeeld geven aan bijvoorbeeld de jeugd? Ter informatie: de slotfase van de WK-finale 2010 (Nederland-Spanje) is door 9,1 miljoen (bron: Villamedia.nl) mensen bekeken - de kijkers buitenshuis buiten beschouwing gelaten – dus het heeft nogal impact. Dat het gros van de wedstrijden vrij blijft van ernstige misdragingen, houdt geenszins in dat de normvervaging terugloopt, integendeel. Bij het amateur- en jeugdvoetbal wordt soms al bewust op misleiding getraind. Daarnaast doen wedstrijdverslaggevers soms ook een duit in het zakje door suggestief commentaar te leveren, zoals ‘hij maakte een slimme overtreding.’ Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat het klimaat is veranderd.
Nu heeft onderzoek (SCP, 2008) aangetoond dat de beeldvorming over onwenselijk gedrag in de sport negatiever is dan de incidentiecijfers weergeven. ‘Slechts’ één op de vijf Nederlanders van 12 jaar of ouder heeft als slachtoffer of als getuige onwenselijk gedrag in de sport meegemaakt, waarvan 11% zelf slachtoffer was (2% Nederlandse bevolking). Maar dankzij de normvervaging kan de beleving of de betekenisverlening van onwenselijk gedrag veranderd zijn ten opzichte van vroeger. De term ‘verbaal geweld’ wordt nu vermoedelijk anders geïnterpreteerd dan vijftig jaar geleden.
Het is wellicht de moeite waard om de uitgedeelde straffen te onderzoeken. Hoeveel gele en rode kaarten zijn de afgelopen decennia geregistreerd en voor welk vergrijp? Is er een patroon in te ontdekken? Zijn de mate en ernst van de voetbalovertredingen vergelijkbaar met die van andere bal- of teamsporten? Tegelijk zal de uitkomst moeten worden genuanceerd, want hoe dicht komen deze data in de buurt van de werkelijkheid? Een deel van de genomen maatregelen is vanwege verkeerde perceptie vermoedelijk onterecht gegeven, en een deel van de uitgedeelde terechte of onterechte kaarten is na afloop van de wedstrijd ingetrokken, dus niet eens gemeld bij de KNVB.
Gevolgen huidig voetbalbeleid
Welke gevolgen mogen worden verwacht als de situatie bij voetbal onveranderd blijft? In elk geval een verdere verschraling van het gedrag in de top- en in de breedtevoetbal, dat zich als volgt uit:
1) meer afschuiven van verantwoordelijkheid van spelers;
2) nog minder acceptatie van foutieve beoordelingen met toenemende agressieve bejegening van de scheidsrechters (en afhakers) als gevolg;
3) grotere kans op escalatie tussen spelers onderling (fysieke- en mentale agressie);
4) omkoping (in topsport);
5) negatieve beïnvloeding van bovenstaande ontwikkelingen op andere teamsporten;
6) negatieve beïnvloeding van bovenstaande ontwikkelingen in het amateurvoetbal en op andere maatschappelijke sectoren.
Een andere reden voor herziening van de reglementen of aanpassingen in de organisatie van het voetbalspel is de enorme geldverspilling die gestoken wordt in Fair Play-beleid. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen ervan en ben zelf hartgrondig voorstander van sportief gedrag, maar zoals het nu gaat, is het water naar de zee dragen. Met de komst van de International Committee for Fair Play en European Fair Play Movement is in de jaren negentig flink ingezet op Fair Play interventies. Ook in Nederland werken koepels en sportbonden samen om onsportief gedrag uit te bannen (SCP, 2007; SCP, 2008; NOC*NSF, 2002; elf sportbonden, 2010).
De interventies kenmerken zich door de focus op het onsportieve, intolerante gedrag van spelers, trainers, officials en supporters te leggen (Steenbergen en Vloet, 2007), maar het heeft weinig zin als de spelregels zelf niet- of onvoldoende helder zijn of adequaat bewaakt kunnen worden. Onterecht afgekeurde doelpunten verklaart de onvrede onder spelers, staf en supporters. Dat de onvrede zich vertaalt naar onsportief gedrag is betreurenswaardig en natuurlijk niet goed te praten. Des te belangrijker is het om de oorzaak van de problemen aan te pakken. Men legt zich er snel bij neer als beeldmateriaal laat zien dat het tegendeel waar is, zoals bij tennis aan de hand van de Hawk-eye gebeurt. Met Fair Play -beleid pretendeert men preventief te werken, maar het getuigt misschien meer van reactief beleid als blijkt dat de randvoorwaarden voor de uitvoering van wedstrijden en toernooien nooit optimaal zullen zijn.
Benchmark
Dit alles overdenkend en ervan bewust te zijn dat sportieve armoede niet op stel op sprong kan worden stopgezet, lijkt het me interessant om na te gaan, waarom bepaalde reglementwijzigingen in een bepaalde periode zijn doorgevoerd, en de situatie van de periode vóór en ná de verandering te beoordelen. Is de voetbalsport conservatiever en bureaucratischer dan andere teamsporten? Bij hockey is de buitenspelval afgeschaft en bij korfbal is de schotklok ingevoerd om het spel attractiever te maken. Welke motieven lagen eraan ten grondslag en wat zijn daar ervaringen met de veranderingen? Hoe en hoe snel zijn deze wijzigingen tot stand gekomen?
Al met al pleit ik voor het doen van een benchmark naar reglementenwijzigingen, waarin voetbal wordt vergeleken met andere teamsporten met veel beoefenaars en kapitaalkrachtige federaties, zoals hockey en basketball. Wie wil en kan mij daarbij helpen? Stuur je mail naar a.cevaal@mulierinstituut.nl
Bronnen:
• Tiessen-Raaphorst, A., Breedveld, K. (2007) Een gele kaart voor de sport: een quick scan naar wenselijke en onwenselijke praktijken in en rondom de breedtesport. Den Haag: SCP.
• Claussen, D. (2007) On Stupidity in Football, Soccer & Society (download)
• Tiessen-Raaphorst, A., Dool, R. van den, Kalmthout, J. van, Lucassen, J. (2008) Weinig over de schreef: een onderzoek naar onwenselijk gedrag in de breedtesport. Den Haag: SCP.
• Steenbergen, J., Vloet, L. (2007) Fair play…over de regels en de geest. Van begripsverheldering tot beleid. Deventer: daM uitgeverij.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.