9 maart 2010
Opinie
Reactie op column ‘Olympisch Plan 2028: waar is de regie? Wie is de regisseur?’
Met een naschrift van Jan Rijpstra
Jan Rijpstra stel op zijn eigen, mooie en bijna gepassioneerde wijze de vraag aan de orde of er niet centrale regie op het Olympisch Plan 2028 zou moeten komen. Dat is een goede vraag, en we zijn blij dat hij dit aan de orde stelt. We gaan dan ook graag op zijn vraag in.
Voor dat we echter aan die vraag over de regie toekomen, is het belangrijk vast te stellen dat Hein Verbruggen de spijker vaak goed op zijn kop slaat en dat nu in het stuk waar Jan aan refereert, ook weer doet. Het belangrijkste van het Olympisch Plan 2028 is immers dat het van Nederland een echt sportland maakt en dat het heel Nederland - ook dus op economisch, sociaal en ruimtelijk terrein - daadwerkelijk vooruit gaat helpen. Of zoals IOC-voorzitter Jacques Rogge hierover na afloop Vancouver 2010 in een programma van Mart Smeets uitsprak:
‘Ik vind het mooi dat er in Nederland een langetermijnvisie is. En 2028 is natuurlijk het einddoel, maar 2028 is niet alles. De weg naar 2028 moet een verbetering brengen in de sportinfrastructuur, maar ook de algemene infrastructuur van Nederland. Dus of jullie uiteindelijk de Spelen gaan behalen of niet is nog zeer de vraag, want dat is een beslissing voor 2021. En daar zullen ook andere kandidaten opkomen. Maar als u werkelijk met een doel werkt naar 2028 gaat u een zeer positieve erfenis hebben van deze inspanning.’
Terecht merkt Hein Verbruggen dan ook op dat het ons om dat hogere doel moet gaan en dat we ons zeker niet rijk moeten rekenen aan een mogelijke toewijzing van een mogelijke kandidaatstelling voor 2028.
Ook de minister van Sport van het huidige kabinet liet zich in soortgelijke bewoordingen uit bij de huldiging van de Nederlandse Olympische Ploeg door het kabinet en NOC*NSF op 3 maart jl. in Den Haag. Tegen de sporters die net terug waren uit Vancouver zei Ab Klink:
'In het Olympisch Plan gaan we er vanuit dat het organiseren van de Olympische Spelen pas mogelijk is als we ook op andere terreinen goed scoren. Niet alleen in de sport. Het organiseren van de Spelen is daarom ook niet het enige en ook niet het belangrijkste doel van het Olympisch Plan. Het kabinet wil sport in Nederland op een hoger niveau brengen en sport inzetten als middel en inspiratiebron voor andere sectoren.
En daarvoor zijn jullie onontbeerlijk!'
Met dit op het netvlies is de vraag van Jan Rijpstra naar de regie goed te beantwoorden. De kracht van het Olympisch Plan is dat vele sectoren en vele organisaties vanuit hun eigen kracht en dus ook onder eigen regie naar hetzelfde toewerken: heel Nederland op Olympisch Niveau. Dagelijks wordt op tientallen plekken - zoals bij het rijk, bij de provincies, bij de gemeenten, in de sportwereld, in het bedrijfsleven en in toenemende mate bij welzijnsinstellingen - aan het OP2028 gewerkt en over het OP2028 gesproken. Dat is pure winst, zeker als je bedenkt dat het Olympisch Plan 2028 nog geen jaar geleden pas is vastgesteld.
Dit impliceert echter ook dat iedereen binnen het raamwerk van het OP2028 zijn specifieke accenten zet, de voor zijn organisatie relevante aspecten benadrukt en overeenkomstig handelt en spreekt. Deze specifieke lijnen komen dan samen in de Council van de Alliantie Olympisch Vuur die wordt voorgezeten en aangevoerd door Ivo Opstelten. Centrale regie voeren op ieders eigen activiteit is ongewenst en slaat de boel dood. Juist door de gekozen werkwijze is iedereen gemotiveerd om daadwerkelijk wat te doen, en blijft het draagvlak behouden.
Graag besluiten wij met nog een uitspraak uit hetzelfde interview met Jacques Rogge die, zonder dat daar vanuit één centraal punt regie op is gevoerd, als voorzitter van het IOC goed heeft opgepakt waar het ons om gaat. Rogge zei tegen Mart Smeets sprekend over het Olympisch Plan 2028:
‘Sport is opvoeding. De sport versterkt de geest en het lichaam, sport brengt sociale waarden aan. Sport leert het individu en het jonge individu zich aan te passen aan de samenleving. Hij of zij zal eerst de regel van de referee respecteren en dan die van de samenleving. Sport is gezondheid en sporten is uiteindelijk iets dat zeer moeilijk te geven is aan de jeugd van deze tijd. Sport is een droom en deze droom is kostbaar.’
Gerben Eggink is Kwartiermaker Olympisch Plan 2028.
Naschrift door Jan Rijpstra
Gerben Eggink gaat in zijn reactie in op het grote belang om van onderop brede steun te krijgen om ‘Nederland op Olympisch Niveau te brengen’. Zonder die steun zal het niet lukken en het is goed dat op elk afzonderlijk terrein men plannen ontwikkelt en zelf tot uitvoering overgaat. Dus hoeft er geen regie gevoerd te worden, is in het kort zijn redenering.
Het Olympisch Plan 2028 is ambitieus en bestrijkt alle facetten van onze samenleving. Je kunt niet meer om sport en bewegen heen en het is te hopen dat op al die terreinen, zowel op rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau het sportinclusieve denken - voor het eerst beschreven in de sportnota ‘Wat Sport Beweegt’ van 1997 - daadwerkelijk zal worden toegepast. Maar ik vraag mij nog steeds af: redden we het op deze manier? Immers, nog nooit hebben we in Nederland een benadering van een onderwerp gehad dat zo verweven is met onze samenleving. Of het nu infrastructuur is, gezondheid, onderwijs of vrije tijdsbesteding, het staat allemaal in de plannen om Nederland op Olympisch Niveau te brengen. Hoe dat gaat lopen weet niemand, omdat we er ook geen ervaring mee hebben.
Het is een goed initiatief geweest om een Council op te richten waarin al die onderwerpen die in de plannen staan min of meer een vertegenwoordiger hebben. Daarnaast zijn er convenanten afgesloten waarin men de plannen onderschrijft. Dat is mooi van onderop geregeld, zo wordt er gedacht. Helaas, onderwijsbond CNV voelt zich hier niet bijhoren: kijk naar de reactie van het CNV op de uitspraken van Prins Willem-Alexander over de vakleerkracht op de basisschool. Zolang het CNV zich op deze manier tegen kwaliteit blijft verzetten (en ik denk: ook al krijgen ze de vakleerkracht gratis, dan nog zijn ze tegen) dan houd ik mijn hart vast voor Nederland Sportland en het verder in gang zetten van de sportcultuur.
De opmerkingen van Hein Verbruggen worden door Eggink onderschreven. Dat zal best, maar zijn we ermee gebaat dat Nederland op deze manier in het nieuws komt, ook in het buitenland? En heeft Hein Verbruggen alle ontwikkelingen op het Nederlandse sportgebied exact voor ogen gehad toen hij zijn uitlatingen deed? Johan Cruijff en Richard Krajicek hebben in hun columns regelmatig kritische geluiden laten horen over het feit dat er volgens hen steeds minder geld naar de sport ging. Tja, als zij dat schrijven denken de lezers dat het zo is. Echter, het tegendeel is waar! Er is de afgelopen jaren nog nooit zoveel geld in de sport geïnvesteerd op zowel Rijks, provinciaal als gemeentelijk niveau. Dat zij misschien vinden dat er meer geld nodig is, wordt door mij gedeeld.
Wanneer zowel Poetin als Medjejev schande spreken over de Russische prestaties op de Winterspelen in Vancouver en de eerste koppen al hebben gerold en er van hoger hand wordt ingegrepen, dan ben ik dik tevreden hoe wij het sportbeleid de afgelopen vijftien jaar opgebouwd en ontwikkeld hebben. En dan ben ik het met Gerben Eggink eens dat we het ook zonder een regievoerder en het vooral ook decentraal kunnen. Maar - en daar verschil ik van mening - dit project, Nederland op Olympisch niveau te brengen en te houden, is meer dan het sportbeleid van de afgelopen vijftien jaar. Willen we de vrijblijvendheid loslaten dan zal er op de één of andere manier gecoördineerd moeten worden en zal er met regelmaat gerapporteerd moeten worden hoe het ervoor staat.
De boodschap - Nederland op Olympisch niveau brengen - zal dan eenvoudiger en eenduidiger door bijvoorbeeld topsporters, topssportbestuurders en invloedrijke diplomaten uitgedragen kunnen worden. Want dan kunnen we laten zien hoe wij in Nederland met een geïntegreerde aanpak bezig zijn en welke resultaten dat geeft.
Tot slot, ik ben vorige week geëindigd met een vraag en ik dank Gerben Eggink voor zijn reactie. De verkiezingen staan voor de deur en ik wil van de politiek horen dat zij achter de plannen staan om Nederland op Olympisch niveau te brengen. Het wordt tijd dat dit debat in de volle breedte gevoerd gaat worden zodat in het nieuwe regeerakkoord een meerjaren investeringsplan voor de sport wordt opgenomen. En daar zal toch een regisseur m/v voor nodig zijn!
Jan Rijpstra was van 2005 tot 2008 burgemeester van Tynaarlo en daarvoor elf jaar lid van de Tweede Kamer; voor de VVD was hij gedurende die periode onder meer woordvoerder sport. Hij vervulde en vervult verschillende bestuursfuncties in de sport en doet onderzoek naar de relatie tussen Sport en politiek en met name de rol van het Nederlandse parlement.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.