Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Noc nsf regie en olympisch plan 2028

NOC*NSF, regie en Olympisch Plan 2028

20 april 2010

Opinie

door: Loek Jorritsma

Het verhaal luidt als volgt: George Best had weer eens een fabelachtige wedstrijd gespeeld (ik hoef  hier vast niet uit te leggen wie George Best was), ging na afloop het nachtleven in, won enkele tienduizenden ponden in het casino, pikte de mooiste meid op, samen naar de suite van het duurste hotel, bestelde via roomservice de meest exclusieve champagne. De ober zag het tafereel en zei: ‘Mijnheer Best, waar ging het verkeerd?

Ik dacht aan dit verhaal na lezing van de notitie van verontruste bonden, getiteld: ‘Op zoek naar evenwicht’ en het artikel in de Volkskrant van Poul Annema op dinsdag 13 april jl. Waarom ik aan dit verhaal dacht? Welnu, in mijn ‘liber amicis’ van april 2006 schreef ik het volgende:

“Het verdient ten sterkste aanbeveling om alle functies van NOC*NSF eens goed in kaart te brengen. De functies die maatschappelijk gezien inderdaad bij de koepel moeten behoren vervolgens bij wet vast te leggen en als publieke taken te definiëren”.

Ik was nu juist bezig om alle huidige bemoeienissen van NOC*NSF eens op een rijtje te zetten:
    1. Belangenbehartiger van de georganiseerde en ongeorganiseerde sport in Nederland.
    2. Advies inzake sportbeleid aan de (gehele) rijksoverheid.
    3. Advies inzake subsidietoewijzingen van de rijksoverheid (Directie Sport).
    4. Zelfstandig actief op de nationale sportsponsoring markt.
    5. Actieve vraag naar overheidssubsidie (Papendal / OTC)
    6. Beheerder van de Olympische ringen.
    7. Hoofdvertegenwoordiging in de (sport)bestuursstructuur van De Lotto.
    8. Bepalend bij de toewijzingen van de (sport)financiële middelen van De Lotto.
    9. Bepalend bij de bestuurssamenstelling van de Stichting Waarborgfonds Sport.
    10. Bepalend bij toelating tot het predikaat ‘sportorganisatie’ via het lidmaatschap.
    11. Bepalend bij de criteria ‘topsporter’.
    12. Bestuur en beheer fonds voor de topsporter.
    13. Bepalend bij toewijzing van gelden uit het fonds voor de topsporter.
    14. Bepalend bij ‘deelname aan Olympische Spelen’.
    15. Bemensing en huisvesting secretariaat Olympisch Vuur.
    16. Bestuur Stichting InnosportNL.
    17. Nationaal Sportcentrum Papendal (o.a. Sportmedisch centrum)
    18. Opdrachtgever / cofinancier van divers wetenschappelijk onderzoek.
    19. Opdrachtgever / cofinancier van divers beleidsflankerend onderzoek.
    20. De Nationale Sportpas.
    21. ISA Sport Instituut voor sportaccommodaties.
    22. Kennis en Informatiecentrum topsportevenementen.
    23. Stichting Sport en Zaken.

Wat doen ze veel! En vermoedelijk is het rijtje nog langer. Ik was er een beetje verbaasd over.
Om vast te stellen welke taken nu inderdaad bij NOC*NSF thuishoren en welke niet, zou je per onderwerp het hele hoofdstuk dat erbij hoort moeten uitschrijven. Onderzoeksjournalisten kunnen dat bijvoorbeeld heel goed. Financiering, aantal mensen dat er werkt, beleidsdoelstellingen, missies, netwerken, concrete projecten, alles ten dienste van…

Ja waarvan eigenlijk? De sport? Maar wie is ‘de sport’ dan? Is dat NOC*NSF? Of zijn dat de bonden die het échte werk doen, de lokale verenigingen, de vrijwilligers?

In de notitie ‘Op zoek naar evenwicht’ schetsen de bonden het tafereel van George Best en waar het verkeerd was gegaan en hoe het verder moet. Op naar de afkickkliniek. Dat zal lastig worden. Want in de loop der jaren heeft NOC*NSF zich - niet gehinderd door welke tegenkracht dan ook - ontwikkeld tot dé sport.

Toen de rijksoverheid zich via het Project Herinrichting Landelijk Sportbeleid (PHLS) wat terugtrad uit de sport, was dat niet voldoende in de ogen van NOC*NSF. Ik hoor nog hoe een directeur van NOC*NSF in Nieuwspoort meende dat er een kwart van de ambtenaren bij de Directie Sport kon worden geloosd. Dat verleidde Joop Atsma tot de wedervraag naar het aantal ‘ambtenaren’ bij NOC*NSF. Dat waren er veel meer. Maar intussen zijn de rijksambtenaren wel weg!

De sport kreeg de laatste jaren de wind mee met een explosief stijgende financiering door de rijksoverheid. Belangrijke kanttekening: die stijging kwam niet ten goede aan de sportorganisaties. Subsidie voor hun organisatiestructuur werd stopgezet. Voor de rijksoverheid was het een van de consequenties van het jarenlang beleden adagium van NOC*NSF dat de sport op eigen benen kon staan. Eigen schuld, dikke bult?

Een enkele kritische opmerking over het functioneren van NOC*NSF - bijvoorbeeld in de Tweede Kamer waar via een aangenomen motie werd gepleit voor onderzoek naar een Sportautoriteit (motie Atsma, Rijpstra) - had een te smalle basis. De vraag naar een Raad voor de Sport (Rijpstra en Middel) en vragen van Jan Rijpstra aan Margo Vliegenthart over de overheidsgeldstromen naar NOC*NSF (mei 2002) werden ook al netjes geparkeerd. 
De Sportautoriteit: dat is NOC*NSF en de directie sport van VWS. Zo was de visie van de staatssecretaris. En een enkele oprisping van een bond - soms meerdere bonden - tegen al te veel macht van NOC*NSF werd behendig gepareerd.

Regie OP2028
Laat ik me tot één onderdeel van al die bemoeienissen van NOC*NSF beperken, te weten tot die van het Olympisch Plan 2028. Het gehele team van het ‘Olympisch Vuur’ is gesitueerd op Papendal (026 in voetbaltermen) en is via Council en Adviesraad krachtig geworteld in alle geledingen van de samenleving. Heeft dus ook onmiddellijke raakvlakken met Innosport, de Lotto, het OTC, Sport & Zaken, etc., bemoeienissen die ook door NOC*NSF worden aangestuurd. Daar ligt ook het antwoord op de vraag waar de regie inzake het OP2028 wordt gevoerd: bij het gehele netwerk van NOC*NSF. Is dat erg?

Laten we eens kijken naar de belangrijkste vraag die voorligt. Dat is die naar de besluitvorming over de aanwijzing van de speelstad. Wordt dat Rotterdam of Amsterdam? Op welke gronden zal dat besluit worden gebaseerd? Denk alleen al aan de kosten die gemoeid zijn met het Olympisch Stadion. In Rotterdam maakt het onderdeel uit van een miljardenplan, terwijl het stadion in Amsterdam op relatief eenvoudige manier geschikt kan worden gemaakt. En denk aan de kosten voor de gehele infrastructuur zoals aangegeven in het Schetsboek van VROM. Het gaat om miljarden en de daarbij behorende exploitatielasten voor de gehele bevolking voor een reeks van jaren. En daarover beslist dit netwerk van NOC*NSF? Niet de rijksoverheid, zoals terecht door VROM bepleit.

Nu kan mij worden gevraagd waar ik me mee bemoei. Want iedereen weet dit toch al lang en het is prima zo. Maar dat is voor mij nog maar de vraag. Want is er niet een zekere mate van afhankelijkheid bij al die organisaties van dit netwerk van NOC*NSF? Heeft kritiek geen consequenties voor toewijzing van de Lotto-gelden, voor geld voor onderzoek? Voor besluiten over deelname aan projecten, etc. Het hoeft niet, maar het zou zo maar eens kunnen.

En de rijksoverheid dan, het vakdepartement? Netjes op afstand, ook letterlijk. Wordt daar ook op gewezen. Ik herinner me nog de voorpagina van De Volkskrant van zaterdag 21 augustus 2004. Olympische Spelen te Athene. ‘Niet meer dan twee ministers naar de spelen’, dat was de richtlijn van de regering. Dus alleen staatssecretaris Ross en premier Balkenende gaven acte de presence. Commentaar van de directeur NOC*NSF: “Enige bescheidenheid bij de overheid is ook op zijn plaats. De financiële toezeggingen in Sydney werden immers niet waargemaakt”.

De rijksoverheid is er door NOC*NSF vaker van beschuldigd zogenaamd ‘finishgedrag’ te vertonen. Dat wil zeggen alleen maar aanwezig zijn bij successen, profiteren van de media-aandacht maar vervolgens niet thuis geven. Er is weinig moed voor nodig om die kritiek van je af te laten glijden.

Het is een goede zaak dat de bonden zich er tegen verzetten om als ‘franchisehouders’ van NOC*NSF te worden behandeld. De rijksoverheid mag hierbij niet aan de kant blijven staan.
Daarvoor is het belang van en het vertrouwen van de bevolking in het Olympisch Plan 2028 te groot. Ontvlechting van het ‘Olympisch Vuur’ van NOC*NSF verdient daarom zeker aanbeveling. Maar dat het lastig zal worden is wel duidelijk. Om met een citaat van George Best te eindigen:

“In 1969 stopte ik met drank en vrouwen, het waren de ergste twintig minuten van mijn leven”.

Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.