Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Niek pot reageert op nieuwsbericht adviescentrum helpt kinderen door fysieke testen bij sportkeuze

Niek Pot reageert op nieuwsbericht ‘Adviescentrum helpt kinderen door fysieke testen bij sportkeuze’

2 maart 2010

Opinie

Reactie op nieuwsbericht 'Adviescentrum helpt kinderen door fysieke testen bij sportkeuze 18 februari 2010’

Het doel van het Kind Ouder Sport Advies Centrum (KOSAC) is tweeledig: enerzijds het testen van kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar. Anderzijds het adviseren van 12- tot 18-jarigen, die twijfelen over de ontwikkelingmogelijkheden van hun sporttalent. Hoewel ook over het advies aan 12- tot 18 jarigen te debatteren valt, gaan we er even vanuit dat kinderen vanaf 12 jaar voor zich zelf kunnen beslissen. Het probleem zit hem in het testen van de jonge kinderen. Bij het initiatief van KOSAC wordt namelijk uitgegaan van het axioma dat ook jonge kinderen een sport vooral leuk vinden als ze er goed in zijn. Maar is dat ooit echt bewezen? Is het niet de zienswijze van volwassenen die dit idee ingeeft?

Jonge kinderen staan nog volledig open voor verschillende sporten. Ze zijn wars van de inbedding van de sport in de samenleving, het algemene beeld dat de sport oproept bij mensen, de potentiële roem die ze ermee kunnen vergaren en wat het betekent om uit te blinken in die sport. Ze kunnen de eigenheid van een sport nog waarderen zonder beïnvloed te zijn door de factoren die buiten de sport zelf liggen. Ik zou bijna durven zeggen: gewoon omdat ze de sport leuk vinden, of ze er nou goed in zijn of niet. Ze houden van  de bewegingen, de doelen, de regels en de middelen. Of ze kiezen een sport omdat hun beste vriendje, klasgenootjes of hun ouders die sport ook beoefenen. Een kind zal op zo’n jonge leeftijd in ieder geval een sport niet waarderen omdat hij of zij er zo goed in kan worden, een criterium van volwassenen dat wel wordt verondersteld door het KOSAC.

Wat is nu het probleem met het testen van kinderen (de 6- tot 12-jarigen) met als doel een ‘passende’ sport voor hen te vinden? Uitgaande van de kundigheid en kennis van de initiatiefnemers zal er uit de testbatterij waarschijnlijk een sport komen waarin de kinderen mogelijk kunnen uitblinken: ouders blij (“mijn kind is de beste van zijn team”), NOC*NSF blij (steeds meer potentiële topsporters) en misschien zelfs de regering blij (steeds meer prestige door meer medailles). Maar zijn de kinderen ook blij? Wat gebeurt er nu als een kind altijd al heeft willen voetballen, maar er uit de test komt dat hij of zij beter kan gaan tafeltennissen, omdat zijn of haar lichaam daar beter voor geschikt is? Of een kind is geschikt voor een sport die geen enkel vriendje beoefent. Of erger nog: er komt uit de test dat een kind eigenlijk bij geen een sport echt past? Draagt het testen dan bij aan een ‘verhoging van de kans op bewegingsplezier’? Hoewel de andere twee doelen, de kans op ‘succes’ en ‘sportief rendement’,  op het eerste gezicht wel reëel lijken met een dergelijke screening, is het echter de vraag of het succes en rendement echt hoog zal zijn als een kind niet op basis van eigen criteria kan kiezen en dus misschien wel minder bewegingsplezier ervaart.

Hoewel er ongetwijfeld zal worden aangedragen dat er geen verplichting voortvloeit uit het advies, kan niet ontkend worden dat de opgedane kennis over ‘geschiktheid’ voor een bepaalde sport zal kunnen bijdragen aan de uiteindelijke sportkeuze van de kinderen. Vooral omdat er nog steeds ouders zijn die koste wat kost hun kinderen op sportief gebied willen laten slagen op door volwassenen gehanteerde criteria zoals winnen, succes en populariteit. Daarnaast is het nog maar de vraag of kinderen uiteindelijk beter gaan presteren als ze op vroege leeftijd gaan trainen in een voor hen ‘geschikte’ sport. Uit diverse onderzoeken blijkt namelijk dat juist een rijke ontdek-, zoek- en uitprobeerperiode bij veel sporten bijdraagt aan het bereiken van topsportniveau. Dus ouders: mocht je als ideaal hebben dat je kind later rijk en beroemd (en misschien zelfs wel gelukkig) wordt door topsport, laat het dan vooral niet te vroeg testen en volledig storten op hun ‘passende’ sport.

Niek Pot is onderzoeker bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en lid van het lectoraat Bewegen, School en Sport (Windesheim Zwolle).

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.