27 juni 2023
Opinie
door: Feike Tibben
Zo in de aanloop naar de zomervakantie en we in Nederland weer eens zuchten onder een droge zomer gaan we graag het water op. Watersport is ongemeen populair. Volgens onderzoek van het Nederlands bureau voor toerisme en stichting waterrecreatie beoefenen 3,4 miljoen mensen in Nederland een vorm van watersport. Eén op de vijf Nederlanders zoekt regelmatig het water op. Bij een even groot deel van de Nederlandse huishoudens is een watersportuitrusting aanwezig. En samen bezitten we ruim een half miljoen vaartuigen. Indrukwekkende aantallen.
Maar is u aan bovenstaande tekst naast de aantallen ook wat anders opgevallen? Nee? Laat ik u helpen: als het om activiteiten op of in het water gaat gebruiken we de termen toerisme, recreatie en sport door elkaar, alsof het allemaal hetzelfde is. Eén pot nat zo u wilt. Termen die flink door elkaar gebruikt worden maar op de keper beschouwd ieder eigen kenmerken en belangen hebben. De toeristische sector: zwaar commercieel en gericht op beleving. Dagje uit, bootverhuur en rondvaarten. De recreatieven: tochtjes varen, ontspanning en even helemaal niets. En tot slot de sporters.. tja… sport…. juist de term watersport is in de praktijk wel heel erg rekbaar geworden. De relatie met sport is daarbij soms ver te zoeken. Misschien wordt het tijd dat we wat zuiverder omgaan met dat begrip en watersport beperken tot sportieve activiteiten.
Functies scheiden
Want dat de termen watertoerisme, waterrecreatie en watersport door elkaar worden gebruikt is misschien nog wel te billijken, ingewikkelder is dat het gebruik óók door elkaar loopt. Watertoeristen (rondvaartboten), waterrecreanten en watersporters maken, ieder met een eigen belang en eigen kenmerken, allemaal gebruik van hetzelfde water, op hetzelfde moment. Eerlijk is eerlijk, dat roept een romantisch beeld van vrijheid op, al die boten die door elkaar heen krioelen en met ‘goed zeemanschap’ hun eigen weg vinden. Een sectorbrede campagne als ‘Varen doe je samen’ waarbij partijen opgeroepen en geleerd wordt om soepel in het vaarverkeer om elkaar heen te bewegen zou in het wegverkeer ondenkbaar zijn. Op het land wordt er voor gekozen om functies zorgvuldig scheiden: fietspaden, voetpaden, woonerven, autowegen, ruiterpaden... Allemaal hebben ze een eigen domein.
Op het water is zo’n ruimtelijke scheiding van verkeersstromen, op een paar plekken na, niet zo maar mogelijk. Naast de praktische handvaten die ‘varen doe je samen’ biedt is daarom in de wet geregeld dat de verschillende soorten vaartuigen onderling een andere voorrangspositie hebben: beroeps heeft voorrang boven niet-beroeps, spier boven zeil, zeil boven motor, groot boven klein. En we zijn er nog niet want hierboven op komen nog regels over hoofd- en nevenvaarweg, verschillende scheepvaarreglementen en waterbeheerders met eigen snelheidsbepalingen. Een best wel onoverzichtelijk geheel, zeker als je beseft dat voor veel vaaractiviteiten mensen het water opgaan zonder diploma of ervaring. Met de opkomst van het elektrisch varen (‘plug & play’) zal dit toenemen.
Suggesties
Met de toegenomen drukte op het water en een groei die naar verwachting de komende jaren alleen maar doorgaat is het de vraag hoe lang het bestaande model overal houdbaar is. Op diverse plekken zie ik watersport in de verdrukking komen. Daarom een paar suggesties:
Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Infrastructuur en Innovatie. Samengevat betekent dat aandacht voor: nieuwe roeiverenigingen, nieuw roeiwater, nieuwe sportvormen, nieuwe doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.