15 februari 2008
Opinie
door: Loek Jorritsma
Zo eind jaren negentig werd er door sportief Nederland behoorlijk gekankerd op het sportbeleid van de rijksoverheid. Met de kabinetsnota’s 'Wat sport beweegt' van november 1996 en 'Kansen voor Topsport' van april 1999 werd dat weinig minder. Wat betreft het topsportbeleid werd het de overheid vooral verweten dat het in Nederland aan een topsportklimaat ontbrak. Het antwoord van de overheid op dat verwijt: wat is dan ‘een topsportklimaat’? En als we dat antwoord kennen: hoe kunnen we met z’n allen aan de slag om dat topsportklimaat te realiseren?
Dus werd door de rijksoverheid aan Maarten van Bottenburg gevraagd daar inzicht in te bieden. Zijn onderzoek (2000) wees uit dat er drie niet-beïnvloedbare factoren zijn voor de verklaring van internationaal sportief succes. Deze drie hangen nauw met elkaar samen: het gaat om het inwoneraantal, grondoppervlak en bruto nationaal product. Het zijn ook de belangrijkste factoren die dat succes bepalen!
Factoren die wél via beleid zijn te beïnvloeden zijn: sport- en topsportcultuur, topsportvoorzieningen en topsportfaciliteiten, een talentherkennings- en begeleidingssysteem, de individuele leefsituatie topsporters en de individuele begeleiding van topsporters. Met een actief beleid kunnen wel veel, ook dat wees het onderzoek uit.
Maar het is goed dit in het achterhoofd te hebben als we Nederland bij de top tien van de wereld willen zien. Je zou dan de vraag moeten beantwoorden welke landen je achter je zou willen laten op die mondiale lijst. Denk aan landen als: Amerika, Rusland, China, Cuba, Duitsland, Canada, Mexico, Zuid Afrika, Kenia, Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Japan, Zuid Korea, Argentinië, Brazilië, Australië, Turkije, Polen, Noorwegen, Zweden, Oekraïne en Griekenland.
Het lijkt me een illusie te denken dat in deze landen geen actief sportbeleid zal worden gevoerd. En dan is het de vraag hoe serieus we vooral onszelf moeten nemen wanneer we zo manmoedig vaststellen dat we wel veertig medailles kunnen gaan halen straks bij de Olympische Spelen in Beijing en daarna in Londen.
Loek Jorritsma werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.