23 augustus 2011
Opinie
Het Nederlandse sportlandschap verandert en wordt de laatste decennia voortdurend verrijkt met nieuwe vormen van sport. Sommige nieuwe sporten verdwijnen ook weer even snel als ze opgekomen zijn, anderen lijken een langer leven beschoren. In de afgelopen maanden werd op Sport Knowhow XL in de rubriek ‘Nieuwe sporten’ regelmatig aandacht besteed aan een sport in deze categorie. Ook het W.J.H. Mulier Instituut heeft zich in het afgelopen meerjarenonderzoeksprogramma (2007-2010) bezig gehouden met de ontwikkeling van dit soort sporten. Zij presenteert in oktober 2011 het boek ‘Sporten op de grens; studies over leefstijlsporten’ (Lucassen & Wisse 2011). In dit boek worden aan de hand van casestudies in verschillende leefstijlsporten verschillende thema’s die binnen deze sporten leven, uitgelicht.
Een gezamenlijk kenmerk van deze sporten is dat ze in het beginsel over het algemeen op een ongestructureerde en informele wijze worden beoefend, dit in tegenstelling tot de in verenigingsverband beoefende traditionele sporten die Nederlandse sportcultuur lange tijd gedomineerd hebben. De opkomst van ‘niet-traditionele’ sporten is overigens niet alleen iets van de laatste jaren. Vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw is reeds een geleidelijke verschuiving in de sportbeoefening zichtbaar naar minder traditionele vormen. Deze vormen werden in ons land in eerste instantie bestempeld als recreatieve sport. Vanaf de jaren tachtig zien we in Nederland een grote opkomst van individuele sporten zoals hardlopen, fietsen en fitness, die ook in minder vaste verbanden beoefend kunnen worden. In het verlengde van deze ‘informalisering’ deed zich een proces van differentiatie voor, waardoor de sportwereld werd uitgebreid met ‘nieuwe’ sporten die verschillende benamingen dragen zoals leefstijlsporten, extreme sporten of alternatieve sporten. Deze activiteiten waren lange tijd onbekend of werden niet als sportactiviteit gezien. Hoewel deze sporten tegenwoordig ook commerciële en competitieve elementen hebben, worden ze in de kern door de beoefenaars benaderd als fysieke belevingen, als ‘doen’ en ‘meemaken’.
Hoewel deze ontwikkelingen van verschillende kanten zijn toegejuicht en gestimuleerd, is er in ons land pas relatief laat onderzoek gedaan naar de sociaal-culturele achtergrond van deze ontwikkeling. In ons omringende landen als België, Duitsland en Frankrijk verschijnen al in de jaren zeventig en tachtig studies over de ontwikkeling van deze alternatieve sport of ‘nicht-sportliche Sport’ (o.a.Vanreusel & Renson 1982) . De studie van Crum (1991) over versporting van de samenleving - enkele jaren daarna gevolgd door Van Bottenburgs proefschrift (1994) over de uiteenlopende populariteit van sporten - vormt in Nederland de opmaat voor wetenschappelijke belangstelling voor de alternatieve sport. In beide publicaties wordt de differentiatie in de sport in algemene zin beschreven en geanalyseerd, waarbij de alternatieve sport wel aan de orde komt, maar niet centaal staat. In het onderzoeksprogramma van het W.J.H. Mulier Instituut was dit wel het geval.
Wat kunt u van het boek verwachten
Het onderzoek zoomt vooral in op de beleving en betrokkenheid van de beoefenaars van nieuwe sportvormen in relatie tot veranderingen in de organisatievormen. In eerste instantie worden deze sporten vaak op een informele manier gedaan in groepen of ‘lichte gemeenschappen’ (Hurenkamp & Duyvendak 2008). Daarna pas in meer georganiseerd verband, ontstaan er competities of worden ze in een commerciële setting aangeboden. Daarbij aansluitend besteedt het onderzoek aandacht aan het verloop van processen van sportificering en commercialisering die zich voltrekken rond deze leefstijlsporten en de gevolgen daarvan voor de beleving en betrokkenheid van de beoefenaars. Het onderzoek is uitgevoerd binnen verschillende leefstijlsporten. Bij de keuze daarvan is de persoonlijke interesse en ervaring met de sport van de onderzoekers zelf leidend geweest.
Het boek begint met een inleiding waarin onder andere de opkomst van leefstijlsporten wordt beschreven en de conceptualisering van het begrip nader wordt uitgewerkt. In de overige hoofdstukken van het boek worden de resultaten van de verschillende onderzoeken naar specifieke sporten gepresenteerd. In ieder van de hoofdstukken krijgt een bepaald aspect van de ontwikkeling van leefstijlsporten iets nadrukkelijker aandacht.
Lotte Salome beschrijft in hoofdstuk 2 de ‘indoorisation’ van typische outdoorsporten zoals klimmen, skiën en raften en gaat daarbij in het bijzonder in op de motieven van verschillende groepen beoefenaars. In hoofdstuk 3 laat Froukje Smits zien welke specifieke betekenisgeving kitesurfende jongeren aan de sport geven en in het bijzonder aan het element vrijheid. Roelien Luijt bespreekt in hoofdstuk 4 de ontwikkeling van parkour en wijdt extra aandacht aan de beeldvorming onder meer via de media. In hoofdstuk 5 over golfsurfen gaat Niels Reigersberg dieper in op de spanning tussen optimale beleving en regulering. De commercialisering van een leefstijlsport komt in het bijzonder ter sprake in hoofdstuk 6 van Ward Trutmans en Jo Lucassen over snowboarden. De specifieke positie en beleving van vrouwen binnen de windsurfsport wordt behandeld door Mara van der Schaaf in hoofdstuk 7. Hoe de ontwikkeling van een leefstijlsport vervlochten kan zijn met de wereldwijde verspreiding en uitwisseling van mensen en culturen (globalisering) komt tot ter sprake in de analyse die Ester Wisse maakt van capoeira in hoofdstuk 8.
Het boek wordt afgesloten met een epiloog, waarin enkele meer algemene inzichten uit de studies worden gepresenteerd en suggesties worden gedaan voor toekomstig onderzoek naar dit boeiende deelgebied van de veranderende sportcultuur. Wanneer het boek dit najaar verschijnt, zal op Sport Knowhow XL een artikel geplaatst worden met daarin de belangrijkste resultaten uit het boek.
Aan de hand van het onderzoek verscheen eerder al een artikel in Vrijetijdstudies, zie hier
Bronnen:
• Bottenburg, M., van (1994). Verborgen competitie : over de uiteenlopende populariteit van sporten. Amsterdam, Bert Bakker.
• Crum, B. J. (1991). Over versporting van de samenleving. Reflecties over bewegingsculturele ontwikkelingen met het oog op sportbeleid. Rijswijk, Ministerie van WVC.
• Hurenkamp, M. and J. W. Duyvendak (2008). De zware plicht van de lichte gemeenschap. Krisis (1): 1-14.
• Vanreusel, B., & Renson, R. (1984). Sport als subcultuur. Een andere kijk op sport als vrijetijdsgedrag. Vrije tijd en Samenleving, 2(3), 243-272.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.