1 juni 2010
Opinie
door: Anton Geesink
Als de IOC-vertegenwoordiger in het NOC*NSF-bestuur deel ik de recent uitgesproken zorg van de bonden. Niet vanaf het verschijnen van hun notitie 'Op zoek naar evenwicht', maar aantoonbaar in veel eerdere notities. Ik reageerde per omgaande naar bestuur en leden en herhaalde mijn in oktober gedane aanbeveling aan het zittend bestuur collectief af te treden.
Het Afstemmings Overleg Sport (afgekort AOS, bestaat uit 17 sportbonden) luidde bij monde van KNVB-directeur Ruud Bruijnis begin april de alarmbel. Saillant detail: niet bij het NOC*NSF bestuur, maar bij André Bolhuis, de nieuwe NOC*NSF-voorzitter, nog voor hij officieel in functie was. In de notitie 'Op zoek naar evenwicht' staken de 17 AOS-bonden hun ontevredenheid over het NOC*NSF-bestuur (bestuurders moeten herkenbaar zijn voor de sport en weten wat in de sport leeft; open en transparante bestuurscultuur), de organisatie (concentratie op kerntaken; teveel middelen in overhead; onvoldoende begrotingsbeheersing), de afstand tussen NOC*NSF met de leden (nog steeds geen ledenorganisatie) en het niet vorderen van de in de Algemene Leden Vergadering (ALV) afgesproken verbeteringen. Later sloten ook andere bonden bij de kritiek aan.
Mijn visie op de kritiek
Voor de lezers van Sport Knowhow XL licht ik mijn motivatie voor die zware adviezen en mijn visie op het Plan van Aanpak toe.
Taskforce en Plan van Aanpak
Inmiddels is een Taskforce ingesteld bestaande uit bestuurders en directie van bonden en NOC*NSF. In de ALV van 18 mei 2010 is het Plan van Aanpak voor de periode tot de AV van november 2010 gepresenteerd. In het einddocument van de Taskforce dat in de AV van november 2010 wordt gepresenteerd, zal vervolgens worden aangegeven op welke manier de transitie van NOC*NSF gericht op een hernieuwd evenwicht met de sportbonden vorm krijgt. Het einddocument zal gericht zijn op de onderdelen: ‘Kerntaken’, ‘Professionele organisatie’, ‘Bestuur’ en ‘Middelen’.
De Taskforce bestaat uit: Karin van Bijsterveld (voorzitter KNLTB), Martien van den Heuvel (voorzitter KNHS), Ruud Bruijnis (directeur KNVB), Jan Kossen (directeur KNZB), André Bolhuis (nieuwe NOC*NSF voorzitter) en Gerard Dielessen (nieuwe NOC*NSF-directeur). Deze Taskforce wordt ondersteund door een NOC*NSF en een KNVB staflid en werd na 18 mei aangevuld met een vertegenwoordiger van de ‘kleinere’ bonden: Miel Termont, voorzitter van de KNBLO-NL Wandelsportorganisatie Nederland.
Schaakspel van woorden
De Taskforce is ingesteld door het bestuur, maar het bestuur schrok blijkbaar al snel van zijn eigen besluiten, toen de Taskforce volkomen binnen de door het bestuur gestelde kaders zijn Plan van Aanpak presenteerde.
Dat vertrouwen in de Taskforce bleek dus van korte duur. Nog voor 18 mei amendeerde het zittend NOC*NSF-bestuur het Plan van Aanpak. Daardoor lag plots de eindverantwoordelijkheid voor het Plan van Aanpak niet meer bij de Taskforce, maar bij het zittend NOC*NSF-bestuur. Dat geldt ook voor de einddocumenten. De poging van het zittend bestuur alsnog een tweede NOC*NSF-bestuurslid aan de Taskforce toe te voegen (naast voorzitter André Bolhuis, directeur Gerard Dielessen en NOC*NSF projectbureau-lid Erik Lenselink) mislukte terecht: een slager kan zijn eigen vlees niet keuren. Ik zie in de aanpassingen van het Plan van Aanpak vooral een schaakspel van woorden, waarbij het zittend bestuur zijn invloed denkt te versterken en de bonden en Taskforce zichzelf toch de invloed toekennen die nodig is om in november eigen voorstellen te doen aan de ALV.
Principieel is het onjuist als het NOC*NSF-bestuur de voorstellen van de Taskforce wil accorderen of censureren. Het bestuur moet alleen agenderen. De Taskforce moet rechtstreeks zijn eigen documenten kunnen aanbieden aan de algemene vergadering. Bestuur en leden/bonden worden vooraf gehoord. Ik adviseerde een ‘Open Venster-aanpak’. Vervolgens moet de algemene vergadering de koers uitzetten. Dat betekent ook dat de algemene vergadering moet kunnen besluiten om in november al dan niet verder te gaan met een nieuw bestuur. Dat (nieuwe) bestuur zal een loodzware klus krijgen, want met de nu op tafel liggende bezuinigingsvoorstellen zijn we er nog lang niet.
Uit de bestuursinterne toelichting van de nieuwe voorzitter op het nieuwe Plan van Aanpak, leid ik af dat hij helder doel en plaats van de Taskforce voor ogen heeft. Ook de bonden stemden in. Daarom heeft de Taskforce mijn vertrouwen.
Frontale aanval op bonden
Niettemin is de beginsituatie verre van ideaal. Ook al omdat het bestuur niet instemde met het voorstel van het AOS om de herbenoemingstermijn van twee bestuursleden te beperken tot de volgende ALV. Dan is immers het werk van de Taskforce klaar en zijn de bestuurlijke consequenties duidelijk. Erica Terpstra deelde het AOS mee dat dat strijdig was met de statuten. Daarmee koos zij - zonder alle bestuursleden te raadplegen - enkele dagen voor haar afscheid frontaal voor de aanval op het AOS. Zij liet het AOS geen enkele andere mogelijkheid dan zijn ‘dringend advies’ in te trekken en het probleem vooruit te schuiven. Alternatief was dat de bonden de zaak op scherp zetten. Dan moest een bond (of ik) een geheime stemming vragen en vervolgens tegen herbenoeming stemmen. Daarmee zou de ALV van 18 mei de boeken ingaan als openlijke revolte. Een onreëel scenario voor deze ALV die een feestvergadering moest worden. Bovendien zal bij bonden de vermeende financiële afhankelijkheid van NOC*NSF altijd een zekere terughoudendheid stimuleren.
Formeel (vanwege de statuten) waren er geen onomkeerbare belemmeringen om tegemoet te komen aan de wens van het AOS. Bovendien spelen de beginselen van redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol. Dit brengt met zich mee dat het bestuur moet doen wat de Algemene Vergadering (tenslotte het hoogste orgaan) wil. Doet het bestuur dat niet dan blijft alleen opstappen over.
Noodzaak aftreden zittend bestuur
Mijn motieven als de IOC-vertegenwoordiger in het NOC*NSF-bestuur voor mijn advies aan het zittend bestuur vrijwillig af te treden zijn talrijk. Niet alleen uit het oogpunt van veranderkunde is een dergelijke stap logisch. Het zittend bestuur maakt zich ook volkomen ongeloofwaardig als het straks in te verwachten voorstellen meegaat waarvoor het eerder doof was. Dat kan een bestuur niet dat:
Zachte heelmeesters maken stinkende wonden
Als de IOC-vertegenwoordiger kan ik - in tegenstelling tot de andere bestuurders - niet uit het bestuur stappen als ik het niet eens ben met besluiten. Daarom heb ik in het verleden een ‘dissenting opinion’ bedongen, die ik altijd op schrift heb gezet bij voorkomende agenda-punten. Dat is mij zelden in dank afgenomen door de bestuursleden. Toch ben ik blij dat ik mijn visie op thema’s altijd zuiver heb kunnen houden, onafhankelijk van de visie van andere bestuursleden. Nederland is echter ook het poldermodelland. Bestuurders zijn daarom doorgaans bruggenbouwers die proberen de scherpste tegenstellingen met een consensus te overbruggen. Met het risico dat zachte heelmeesters stinkende wonden kunnen maken (deze keer kwam de pus naar buiten in het rapport ‘Op zoek naar evenwicht’) .
Je leeft niet om oud te worden maar je wilt oud worden om iets te bereiken
In het judo heb ik dertig jaar lang (vanaf 1961) tegen alle verdrukking in mijn idealen zuiver kunnen houden. Ik ijverde voor wat toen als revolutionair en nu als vanzelfsprekend wordt ervaren: afschaffing van het op de knieën moeten ondergaan van waarschuwingen en ombuigen van negatieve straffen naar positief voordeel voor de gedupeerde, de invoering van contrasterende judopakken, een andere puntentelling, een ander logo en contrasterende matkleuren. Daardoor groeide het judo door een Nederlander uit van culturele activiteit tot moderne Olympische sport en heb ik ook een uitstekende relatie met de JBN-voorzitter. Ofschoon geduld niet mijn sterkste eigenschap is, heb ik dat kunnen opbrengen omdat ik wist dat ik voor een goede zaak streed. Zo ook in mijn werk als de IOC-vertegenwoordiger in Nederland.
Vanaf mijn verkiezing tot IOC-lid in 1987 heb ik ervoor gestreden dat atleten, naar voorbeeld van het IOC-model, de plaats en de invloed kregen waar ze recht op hebben. Na vele jaren van steeds weer herhalen van mijn streven, kwam de NOC*NSF-atletencommissie met een kwaliteitszetel voor atleten in het NOC*NSF-bestuur. Vanaf 1993 (fusie NOC en NSF) probeer ik het uitsluiten van bondbestuurders in het NOC*NSF-bestuur bespreekbaar te maken. Zij moeten het recht krijgen - zonder bevoogd te worden door de statuten - hun beste bestuurders - al dan niet bondsbestuurders - te kiezen (in een geheime stemming). Dan gaan ook de poorten open naar belangrijke internationale Olympische posities, want ook daar wordt zo gekozen.
Tot slot: de vermeende dubbelrol van NOC*NSF bij de werving en verdeling van de middelen is natuurlijk ook een belangrijk thema. Niettemin zie ik als mijn belangrijkst streven dat de bonden over een half jaar niet de vis maar de hengel krijgen. Herziening van art 5 lid 4 van de NOC*NSF-statuten staat voor mij dus centraal. Daar ligt de oorzaak van de problemen. Als de Taskforce dat doel bereikt ben ik tevreden.
Ook niet onbelangrijk voor de bonden zijn daarna de invoeringsafspraken. Die bepalen wanneer de effecten van de herzieningen zichtbaar worden. Daaronder ook de vraag hoe wordt omgegaan met zittende bestuurders. Mijn voorkeur is duidelijk. Het is echter aan de leden/bonden te bepalen of dat via natuurlijk verloop gebeurt, dan wel zo nodig in november a.s..
Vanaf 1993 denk ik steeds maar ‘liever een hengel dan een vis’. Als in november artikel 5.4 wordt aangepast, heb ik bereikt dat zowel atleten als leden/bonden bij NOC*NSF de plaats hebben waar ze recht op hebben. Dan zijn mijn hoofddoelstellingen bereikt. Of mij op mijn leeftijd de tijd is gegund ook de effecten van de aanpassing van 5.4 te zien staat in de sterren en is afhankelijk van de invoeringsafspraken. Daar kan ik goed mee leven.
Anton J. Geesink is de vertegenwoordiger van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Nederland.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.