15 mei 2012
Opinie
Op 19 april jl. is er op deze website een artikel geplaatst over het gebrek aan cijfers aangaande de maatschappelijke spin-off van evenementen. Dit gebrek is zeer verrassend aangezien een vooraf gestelde subsidie-eis van VWS was dat de spin-off meetbaar moest zijn. Cijfers over de spin-off zijn ook hard nodig om uitspraken te kunnen doen over wat, hoe en onder welke omstandigheden sportevenementen positief kunnen bijdragen aan de maatschappij.
In het DSP rapport1 waar ook het artikel naar verwijst wordt een onderverdeling gemaakt in zes verschillende thema’s van maatschappelijke spin-off. Een van deze thema’s is gezondheid en vitaliteit. Voorbeeldindicatoren die DSP noemt om de spin-off op dit terrein te bepalen zijn:
• afname van het aantal blessures onder deelnemers;
• het aantal deelnemers en bezoekers dat de leefstijl positief heeft aangepast n.a.v. evenement;
• toename gebruik gezonde voeding (minder vet eten en minder alcohol bijvoorbeeld) onder deelnemers/bezoekers van het evenement;
• toename aantal werknemers dat sport en bewegen heeft geïntegreerd op het werk;
• toename in investering (door bijvoorbeeld overheden maar ook het bedrijfsleven) in sportprojecten gericht op een actieve leefstijl.
Hoewel DSP zelf aangeeft dat dit slechts voorbeeldindicatoren zijn verbaast het mij dat er niets is opgenomen over de sportparticipatie. We willen in Nederland een vitale samenleving waarbij een hoge sportparticipatie hoort. Voor 2016 is het doel dat 75% van de Nederlanders minstens eenmaal per maand sport beoefent. Volgens o.a. Olympisch Vuur kunnen sportevenementen bijdragen aan het verhogen van de sportparticipatie. Zo laat Olympisch Vuur op haar site het volgende weten:
"Ieder groot sportevenement moet leiden tot een aantoonbare stijging van de sportparticipatie in desbetreffende tak van sport.”
Waarom het effect van evenementen op de sportparticipatie dan niet als voorbeeldindicator door DSP is meegenomen is mij niet duidelijk. Het is namelijk niet zo vanzelfsprekend dat sportevenementen leiden tot hogere sportparticipatie. Van een eenduidig ‘Ard en Keessie-effect’ of - afhankelijk van de generatie – ‘Pieter en Inge-effect’ is namelijk geen sprake. Zo was er in de jaren zestig en zeventig geen effect te zien op de schaatsparticipatie en begin 2000 geen effect op de ledenaantallen van de KNZB (Van Bottenburg et al. 2011). Wel lijkt er een motiverend effect van topprestaties te zijn bij relatief nieuwe sporten die nog weinig bekendheid genieten, en voor sporten met een goede organisatie en infrastructuur (Van Bottenburg et al. 2011).
Onderzoek in het Verenigd Koningrijk (Weed 2009) heeft wel bepaalde groepen aangewezen die wellicht geactiveerd kunnen worden door het kijken naar sportevenementen. Namelijk mensen die al sporten en vaker gaan sporten danwel gaan wisselen van sport of mensen die vroeger gesport hebben en dit weer oppakken. Of hetzelfde voor Nederland geldt weten we niet aangezien hier nauwelijks gegevens over bestaan. Ook over het effect van side-events op sportparticipatie weten we zeer weinig. In het DSP rapport zijn tien side-events achteraf bekeken en geen van de onderzochte side-events heeft gekeken naar het effect op sportparticipatie.
De nu vaak gedane uitspraken dat sportevenementen zo belangrijk zijn voor het verhogen van de sportparticipatie kunnen we dus niet goed staven. Ook hebben we geen enkel inzicht in de manier waarop evenementen mogelijk bijdragen aan de participatie en of er een effect is van type sport of van type side-event. Naar mijn idee zou VWS deze informatie wel nodig hebben om prioritering aan te brengen in hun eigen evenementen- en subsidiebeleid. Daarnaast kan een - door sportevenementen veroorzaakte - verhoging van de sportparticipatie en daarmee van de gezondheid positief werken op de publieke beeldvorming over sportevenementen. Dit kan zeker gezien het dalende draagvlak rondom 2028 belangrijk zijn.
Bureau Beweeg is daarom nu in opdracht van Nieuw-West Topsport Series begonnen met een onderzoeksproject om zes verschillende evenementen en hun gekoppelde side-events gedurende twee jaar te evalueren. Doel is om inzicht te krijgen in de sportachtergrond van bezoekers en deelnemers en hun intentie om naar aanleiding van het evenement hun sportgedrag te veranderen. In beide groepen worden vragenlijsten verspreid. Deze vragenlijsten zijn ontwikkeld met een theoretisch model omtrent gedragsverandering als leidraad. Met dit onderzoek willen we een start maken met meten van het effect van evenementen en side-events op sportparticipatie. Vragen die we daarmee kunnen beantwoorden zijn:
- welke groepen mensen denken meer te gaan sporten na een evenement of side-event?
- bestaat er een effect tussen verschillende sporten op de stimulering van sportparticipatie?
- bestaat er een effect tussen verschillende type side-events op de stimulering van sportparticipatie?
We hopen de eerste resultaten te kunnen bespreken tijdens de Dag van het Sportonderzoek en tussentijds zullen gegevens op onze website (www.bureaubeweeg.nl) geplaatst worden.
De kennis die met dit onderzoek opgedaan wordt is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat evenementen en daaraan gekoppelde side-events daadwerkelijk de sportparticipatie gaan verhogen. Het lopende onderzoek wint uiteraard aan kracht bij het toevoegen van aanvullende gegevens. Ook zijn we dan in staat om goed te benchmarken tussen verschillende evenementen en side-events in hun bijdrage voor sportparticipatie. Graag gaan we met organisaties in gesprek om dit te bereiken, zie op www.bureaubeweeg.nl voor meer info of mail naar marije@bureaubeweeg.nl.
Noten
1. DSP-rapport ‘Meer halen uit sportevenementen. Evaluatie VWS beleidskader pilots sportevenementen’, auteurs Marieke de Groot, Stella Blom en Martin van der Gugten, 2012
Referenties
Bottenburg, M. van, Elling, A., Hover, P., Brinkhof, S. & Romijn, D. (2011). De maatschappelijke betekenis van topsport. Literatuurstudie in opdracht van het ministerie van VWS. Utrecht: Universiteit Utrecht/Mulier Instituut.
Weed, M. (2009). The potential of the demonstration effect to grow and sustain participation in sport. Canterbury: Canterbury Christ Church University (SPEAR).
Marije Baart de la Faille - Deutekom is in 2000 afgestudeerd als bewegingswetenschapper en is vervolgens in 2005 gepromoveerd in de Geneeskunde. Daarnaast is zij geregistreerd als epidemioloog A. Bureau Beweeg is ontstaan uit een passie voor sport, bewegen en gezondheid en uit de wens om onderzoek een prominentere rol in de praktijk te laten hebben. Voor meer informatie: marije@bureaubeweeg.nl.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.