Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Meer aandacht voor sport vraagt financieel investeren hulp vragen en openstellen

Meer aandacht voor sport vraagt financieel investeren, hulp vragen en openstellen

6 september 2022

Opinie

door: Joscha de Vries

Het is niet moeilijk in beleidsvisies van gemeenten, en sinds 2019 ook in álle twaalf provincies, inspirerende inzichten en vanzelfsprekende ambities te vinden als het gaat om sporten en bewegen. ‘Sport en cultuur zijn onmisbaar voor een gezonde maatschappij, deelname aan de samenleving en onderlinge verbondenheid’ of ‘… waar iedereen, ongeacht leeftijd, seksuele geaardheid of achtergrond, onbezorgd kan sporten.’ Twee van vele voorbeelden hoe sport een vanzelfsprekende en belangrijke plek krijgt in het beleid van overheidsorganisaties. Maar hoe is het in de praktijk? 

Van een wijze oud-collega leerde ik al lang geleden: ‘hoe belangrijk een thema echt gevonden wordt, lees je niet in een beleidsstuk, maar zie je in de begroting’. En als je dan in die begrotingen duikt, wordt vaak al meteen duidelijk dat ‘sport’ zeker niet bovenaan het prioriteitenlijstje staat. Ondanks de vanzelfsprekende en grote ambities, zoals opgeschreven in beleidsstukken. 

Het is niet alleen heel jammer, maar vooral ook een gemiste kans dat sport er over het algemeen zo bekaaid afkomt in deze begrotingen. Maar in plaats van daarover te klagen, is het productiever te kijken wat we eraan kunnen doen. Bestuurlijk wordt het belang van sport en bewegen nergens ter discussie gesteld. Velen zijn fervent voorstander van het stimuleren van sport en bewegen en een gezonde leefstijl. En ten slotte wordt sport ook steeds vaker genoemd als manier om gezonder én gelukkiger te leven. Dan moet het toch ook mogelijk zijn dat sport wél een goede plek krijgt in die begrotingen? Ik denk dat we vanuit de sport de koers op drie punten kunnen wijzigen.

"Sporten is niet alleen van waarde op het moment dat je over het veld rent, maar is een investering in onder meer een leven lang sociale contacten en in fysieke en mentale gezondheid"

1. Investeringen in plaats van kostenposten
In de beeldvorming is sport vaak duur. Maar het is de vraag of dat beeld wel klopt. Het heeft veel te maken met framing. Als we geld uitgeven om iets te bouwen in de fysieke ruimte en als we spullen aanschaffen, vertalen deze uitgaven zich in de begroting niet in kostenposten maar in investeringen die we afschrijven over een langere periode. Als we geld uitgeven aan mensen - aan onderwijs, aan zorg en zeker aan sport – dan komt dat wel terug als kostenposten. Eenmalige of jaarlijkse uitgaven dus, die geen langere werking kennen. Financieel technisch, in de begroting, erkennen we dus niet het meerjarig effect van deze uitgaven dat er wel degelijk is. Immers, geld uitgeven aan sport(en) is bij uitstek investeren. Sporten is niet alleen van waarde op het moment dat je over het veld rent, maar is een investering in onder meer een leven lang sociale contacten en in fysieke en mentale gezondheid.

XL29SportbesturenIndePraktijk-JdV-begr-1Bij kinderen verdien je elke geïnvesteerde euro mogelijk nog sterker terug, zo zullen ook leefstijlcoaches en huisartsen beamen die nu geconfronteerd worden met veel overgewicht bij jonge kinderen. Sport zorgt voor fysieke en mentale gezondheid direct na het sporten, een betere gezondheid en een gezonder lijf ook in de toekomst, inclusief het voorkómen van chronische ziekten, en een hechtere community met betrokken burgers die elkaar op een gezonde manier helpen en bijstaan. Laten we - omdat sport om een investering met een ongekende sociale, fysieke en mentale opbrengst gaat - de gesprekken hierover ook voortaan met die woorden voeren: niet meer in termen van kostenpost, maar in termen van investering.

2. Laat zien dat we hulp nodig hebben: toon onze tekortkomingen 
Ten tweede voeden we telkens het beeld dat het misschien wel terecht is dat er niet meer budget uitgetrokken wordt voor sport. Of het nu gaat om het overeind houden van sportverenigingen in coronatijd, of over de internationale resultaten van Nederlandse topsporters: in de beeldvorming gaat het over het algemeen goed met de sport. In de dagelijkse praktijk maken we dus, als sport, niet de urgentie zichtbaar waarom we maatschappelijk meer geld uit moeten geven aan sport. Zónder extra geld lukt het blijkbaar ook. Maar is dat ook echt zo? Bieden we een veilig sportklimaat voor iedereen, is iedereen welkom en zijn sporten ook toegankelijk? Krijgt alle jeugd goede, breed motorische begeleiding? Kunnen we individuen zo begeleiden dat sporten en bewegen een vast onderdeel van hun gezonde leefstijl wordt? En dat iedereen hier ook nog plezier aan beleeft? Kunnen we mensen in een kwetsbare positie goed opvangen op onze clubs? 

"Je bent niet zo maar een ‘echte’ basketballer of voetballer, dus als je het pas sport mag noemen als je het een beetje kunt, dan verliezen we veel potentie aan de voorkant"

Ik denk dat we, in alle eerlijkheid, op veel fronten tekortschieten. We wíllen het graag goed doen, maar worden beperkt door de – veelal op vrijwilligers leunende – organisaties die we hebben. Op dat cultureel erfgoed mogen we terecht heel trots zijn, maar het is tijd de tekortkomingen daaraan wel te laten zien en te laten merken. En niet alleen de successen te vieren. Ik denk dat onze kwetsbaarheid tonen niet alleen meer effect zal hebben, maar ook nodig is willen we voor iedereen kwalitatief goede, veilige en welkome sport bieden. 

3. Openstellen en aansluiten
Als sporters hebben we een mening over ‘wat sport is en wat bewegen’. Laagdrempelige vormen van bewegen om de eerste stap te zetten naar meer, zoals walking chess of beweegmaatjes, zijn vast belangrijk in een gemeente, maar hebben voor sportbestuurders al snel niets met hun core business te maken. Datzelfde geldt voor sport als middel, om jongeren in en een kwetsbare positie een nieuwe basis te geven: natuurlijk belangrijk en goed, maar zeker geen vanzelfsprekend onderdeel van onze club. Ik herken deze informele grenzen van de sportclub zelf ook. Tegelijkertijd denk ik dat deze behoefte aan begrenzing van de sport ons als sport beperkt. Want vanuit het perspectief van een gezond en gelukkig leven voor iedereen is dat verschil niet relevant. En ook voor volwassenen die nog niet sporten, maar dat misschien wel zouden willen, zijn de grenzen die wij stellen in aanvang hooguit een drempel om überhaupt te starten. 

XL29SportbesturenIndePraktijk-JdV-begr-2Je bent niet zo maar een ‘echte’ basketballer of voetballer, dus als je het pas sport mag noemen als je het een beetje kunt, dan verliezen we veel potentie aan de voorkant. En natuurlijk zijn we geen jongerenwerkers en hoeven dat ook niet te zijn voor jongeren in een kwetsbare positie. Maar we kunnen ze wel een plek aanbieden en een of meerdere sporten. De drempel om mee te doen en welkom te zijn mag omlaag. En daarvoor is het nodig dat de sport zich meer gaat openstellen. Denk aan: je aansluiten bij andere beleidsterreinen als welzijn, zorg en onderwijs. Maar ook sporten onderling en sport aan cultuur verbinden en daarmee verbreding mogelijk maken. Sport (laten) inzetten als middel en hiervoor als sportexpert en sportclub beschikbaar zijn. Het is geen doel op zich om alle activiteiten in de koker sport te krijgen, noch dat elke activiteit nieuwe leden genereert: soms gaat het erom je expertise en passie in te zetten om allerlei andere, laagdrempelige vormen van sporten en bewegen mogelijk te maken en deze breed in te (laten) zetten als middel. Wij zijn dan de experts in sport, andere (zorg)expertise ligt bij andere partijen. 

"Als we dat geluid massaal over de bühne kunnen krijgen, ben ik er heilig van overtuigd, dat we als sport Nederland (nog) gezonder kunnen maken"

Kortom, stel jezelf als sportbestuurder niet te snel gerust als je een mooie gemeentelijke visie op sport in woorden tegenkomt, maar verdiep je ook daadwerkelijk in de begroting van je gemeente. Kom je verschillen tegen tussen wat er in het collegeprogramma staat en wat de begroting laat zien, kaart dat dan aan. Ga samen – bij alle bedragen en initiatieven die je tegenkomt - in een gesprek op zoek wat daar de bedoeling van is. Zo open je het gesprek om ook in andere vormen misschien nog wel beter aan die bedoeling te kunnen werken. Zeker als je duidelijk weet te maken dat kosten geen kosten zijn, maar investeringen. Als we dat geluid massaal over de bühne kunnen krijgen, ben ik er heilig van overtuigd, dat we als sport Nederland (nog) gezonder kunnen maken.

Joscha de Vries is directeur-bestuurder bij SportUtrecht. Eerder was zij werkzaam als organisatieadviseur en verandermanager vanuit haar eigen bureaus Hiemstra & De Vries en later Assist4Sport. Vanuit die bureaus werkte zij aan opgaven in de publieke sector in het algemeen en vanuit Assist4Sport in de sport in het bijzonder. In nevenfuncties was en is zij al langer actief als bestuurder in de sport.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.