17 februari 2015
Opinie
door: Paul Kok
Matchfixing in de sport moeten we samen bestrijden om drie redenen, namelijk het streven naar eerlijke sport (respect, geen competitievervalsing), integriteit van de sport (regels onvoorwaardelijk nageleefd) en bescherming van de sporter (voorkomen kansspelverslaving, bedreiging en criminele invloeden). Het uiteindelijke doel is het handhaven van vertrouwen in de sport.
Op 14 november vorig jaar vond in het kader van deze strijd in één van de zalen bij de Jaap Eden Baan in Amsterdam een voortreffelijk symposium plaats over matchfixing, georganiseerd door de Amsterdamse hoogleraar sportrecht Marjan Olfers (VU). Presentaties van Laurent Vidal, Roel Kuiper, Toine Spapens, Tjeerd Veenstra, Gerke Berenschot, Inger Nicolaisen, Philippe Vlaemminck en Marjan Olfers zelf over het grootste internationale onderzoek naar matchfixing ooit, over de effecten van het vrijgeven van de online gokmarkt in andere landen zoals Denemarken en over de juridische kant (kansspelwetgeving) en vergunningverlening door de overheid. Het gaf de deelnemers een heel goed inzicht in het fenomeen matchfixing en de mogelijke dan wel gewenste aanpak. Maar ook dat het bijzonder oppassen is met de keuzes die gemaakt (moeten) worden door de politiek.
Helder werd dat er serieuze bedreiging uitgaat van matchfixing in combinatie met uitbreiding van de gokmarkt door de legalisering van het online gokken. Ook werd duidelijk dat er ondanks alle waarschuwingen en mensen die met stelligheid beweren dat matchfixing in Nederland plaatsvindt, er geen enkele zaak is geweest waarin matchfixing bewezen kon worden.
Geen bewijs? Geen zaak
In onze rechtsstaat is het dan simpel. Geen bewijs dan ook geen zaak. Dus geen bewezen matchfixing dan geen matchfixing. Iemand is pas schuldig als zijn schuld door de rechter bewezen wordt geacht en veroordeling volgt. De moeilijkheid is dat er niets bewezen kan worden omdat de relatie tussen sportprestaties en manipulatie moeilijk te leggen dan wel te bewijzen is; betrokkenen ontkennen eenvoudigweg, transacties zijn niet te vinden.
Dus dat schiet allemaal niet op. Wat dan wel doen?
Matchfixing en doping
Matchfixing en doping zijn twee ernstige bedreigingen voor de sterke positie van de sport. Beide slopen het vertrouwen in de sport bij het publiek. Er is ook een groot verschil in de aanpak van beide. Doping wordt aangepakt en bestraft door de sport zelf. Matchfixing wordt aangepakt door de sport waar het gaat om preventie en door het Openbaar Ministerie voor de bestraffing op basis van het wetboek van Strafrecht. Maar de bestrijding van doping kent een langere historie en mogelijk kan daarvan worden geleerd.
Media nodig in strijd tegen matchfixing
Ondanks het feit dat matchfixing moeilijk grijpbaar is, is dus actie noodzakelijk omdat matchfixing een ernstige bedreiging is voor de sport in het algemeen. Een grotere bedreiging dan doping. Indien matchfixing de dienst gaat uitmaken zal de publieke belangstelling (sterk) afnemen. Dat blijkt wel uit de lage opkomst bij voetbalwedstrijden in Azië waar volop wordt gegokt en gefixt. Tot aan voetbalwedstrijden met vijf eigen doelpunten toe. Zie de lege tribunes.
De aanpak moet worden gezocht in de gang van zaken rond de dopingpraktijk van Lance Armstrong: constante media aandacht en actie door de autoriteiten. Aanhoudende aandacht in de media voor matchfixing, in combinatie met het actieprogramma matchfixing zoals NOC*NSF dat nu uitvoert met de sportbonden, voert de druk op om tot meer openheid te komen bij betrokkenen. Langs deze weg moet de bewijsvoering van matchfixing op gang komen. Een clementieregeling voor sporters en begeleiders die openheid van zaken geven zal daarbij helpen.
De zaak Kargbo die De Volkskrant onlangs bekend maakte op basis van moedig eigen onderzoek laat zien hoe het moet werken: druk vanuit de media, actie door het OM, Willem II en KNVB en juiste woordvoering door OM, KNVB en Willem II. Deze zaak illustreert dat initiatieven vanuit de media hard nodig zijn om uiteindelijk tot resultaat te komen in de strijd tegen matchfixing.
Paul Kok (1956) is strategy director bij Hill+Knowlton Strategies en leader van de sportpractice. Hij was onder meer in 2009 en 2010 communicatiemanager bij The HollandBelgium Bid, de kandidatuur van Nederland en België voor het WK voetbal in 2018. Motto: Je moet schieten, anders kan je niet scoren.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.