Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Maak van onderzoek geen stoelendans

Maak van onderzoek geen stoelendans!

6 september 2011

Opinie

door: Koen Breedveld

In zijn stuk ‘VWS frustreert kennisopbouw’ heeft Oldenboom getracht om een discussie te starten over de wijze waarop VWS onderzoeks- en kennisorganisaties aanstuurt. Oldenboom stelt in het stuk dat VWS zich teveel als calculerende burger opstelt, te weinig investeert in lange termijn opbouw van kennis en zich teveel laat leiden door quick wins. De (provocerende) woorden die hij daarbij kiest verraden een sterke betrokkenheid bij het thema en een diepgekoesterde wens om daadwerkelijk progressie te boeken met kennis en onderzoek. Zo’n houding valt te prijzen, en alleen al om die reden zou je hem zijn toon vergeven.

Op Oldenbooms verhaal zijn twee reacties gekomen. Cees Verhoef onderschrijft Oldenbooms verhaal min of meer door te stellen dat onderzoek teveel een ‘hit and run’-karakter heeft en dat er geen expertise ‘wordt vastgehouden’. En de anonieme ‘KR’ suggereert dat je van VWS - met politiek als broodheer - gewoon niet meer moet verwachten. Ambtenaren zijn er om hun bewindslieden uit de wind te houden en that’s it.

Dat het daarna stil bleef, viel te verwachten. Voor onderzoekers en onderzoeksorganisaties die afhankelijk zijn van VWS – en wie is dat niet - is het niet gemakkelijk om zich in de discussie te mengen. En VWS hoeft zich - als departement - alleen te verantwoorden tegenover de Tweede Kamer. Een kop ‘Minister frustreert kans van slagen Olympisch Plan’ zou wellicht meer kans op een reactie hebben gegeven, zeker als een en ander was gepubliceerd in – bijvoorbeeld – De Telegraaf.

Toch verdient Oldenbooms stuk een nadere discussie. Ik geloof niet dat je kunt volhouden dat VWS niet investeert in kennis. Bijvoorbeeld binnen het Platform Sport Bewegen en Onderwijs waren ruime middelen vrij gemaakt voor kennis en onderzoek en is getracht om partijen zinvol bij elkaar bij te brengen. Daarnaast investeert VWS in langlopende kennis- en onderzoeksprogramma’s (Zon-MW, Innosport, NISB, Mulier). En natuurlijk, at the end of the day geldt het ‘yes minister’. Maar dat wil nog niet zeggen dat ambtenaren (en hun bewindspersonen) niet ook hart kunnen hebben voor de sector die ze vertegenwoordigen en hun stinkende best doen om die sector verder te helpen.

Aan de andere kant komen Oldenbooms frustraties over het zapgedrag van VWS geen onderzoeker vreemd voor en draagt ‘shoppen’ niet bij aan de opbouw van kennis. Dat is erbij gebaat dat mensen en organisaties duurzaam de ruimte krijgen om zich op een bepaald te terrein te ontwikkelen en verder voort te bouwen op eerder gedane inzichten. De woorden die ik daarbij zelf ooit - voor een ander project - uit de mond van Egbert Oldenboom mocht optekenen - ‘het gaat om body’s of knowledge, de kennis zit in de mensen’- zijn daarbij steekhoudend. Alleen zo vindt accumulatie van kennis plaats en wordt voorkomen dat het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden.

Daarvoor moet je dan wel de kans worden gegund. Voor VWS (en andere beleidsorganisaties in de sport!) betekent dit dat ze er goed aan doen om van onderzoek geen stoelendans te maken. Aan de andere kant is het evenzeer nuttig en zinvol als nieuwe partijen met nieuwe inzichten de kans krijgen om zich te bewijzen. Marktwerking houdt de betrokkenen scherp, maar brengt daarnaast ook veel papierwerk met zich mee en investeringen in offertes en beoordelingscommissies.

Dat vereist een zorgvuldige afweging tussen deels tegenstrijdige belangen. Vernieuwing en het onderhouden van een breed netwerk van verbonden partijen, tegenover accumulatie van kennis bij personen en organisaties. Voor dat laatste is vertrouwen een belangrijke vereiste. Onderzoek naar succesvolle businesscases - of dat nu de Noord-Italiaanse regio is, brainport Eindhoven of een Japanse autofabrikant met zijn netwerk van toeleveranciers - leert dat investeren in langdurige relaties een doorslaggevende factor is in het realiseren van opzetten en onderhouden van succesvolle businesscases. Succes ontstaat waar mensen en organisaties de tijd krijgen om in elkaar te investeren, informatie te delen en te anticiperen op waar behoefte aan is.

Toegegeven, vandaar is het nog maar een kleine stap naar achterkamertjes, prijsafspraken en kartelvorming. Wie het optimale uit het onderzoek wil halen ontkomt er niet aan om steeds opnieuw weer te laveren tussen enerzijds volledige open concurrentie en anderzijds het aangaan van langdurige relaties van vertrouwen en investeren. Oldenbooms kritiek op VWS is dat het vooral oog heeft voor het eerste en te weinig voor het tweede.

Hoe verder? Ik geloof niet dat iemand de stelling zal willen ontkennen dat als we de ambities van het Olympisch Plan 2028 nog willen realiseren, er goed onderzoek nodig zal nodig (alsmede een puike kennisinfrastructuur om ervoor te zorgen dat er vragen worden gesteld waar het veld wat aan heeft, en dat de antwoorden ook terecht komen bij diegenen die er wat mee moeten). Daarbij blijft het zaak om behendig te manoeuvreren tussen enerzijds de wens om tot vernieuwing te komen en een breed netwerk van onderzoeksorganisaties aan het werk te houden, en anderzijds om te investeren in langdurige relaties. Zeker als dat moet worden afgezet tegen een decor van bezuinigingen en van een minister die zich op het standpunt stelt dat ze alleen baat heeft bij de uitkomsten van heel concreet beleidsonderzoek, en al het andere als het werkterrein beschouwt van haar collega bewindspersoon op OCW.

In het belang van zowel het sportonderzoek als het sportbeleid mag die discussie best eens goed worden gevoerd (bijvoorbeeld op de Dag van het Sportonderzoek?). Waar kan het sportonderzoek beter, wat is daarvoor nodig en welke rollen zijn daarin weggelegd voor onderzoekers en beleidsmakers? Welke succesvolle modellen kennen we in andere sectoren en in andere landen? Wat zijn de verdiensten van het sportonderzoek, en hoe zorgen we ervoor dat die verdiensten zich zo goed mogelijk ontwikkelen? Als aftrap daarvoor zou ik de volgende stellingen willen poneren:
• Sportbeleid schiet tekort in het vormgeven van een kennisinfrastructuur en in een goede kennisaansturing en haalt daarmee niet uit onderzoek wat erin zit.
• Beleidsmakers investeren teveel in beleidsonderzoek en te weinig in een onafhankelijk geluid en in mensen die de ruimte krijgen om out-of-the-box te denken en vandaar met nieuwe innovaties te komen.
• Sportonderzoekers hebben het aan zichzelf te danken dat ze speelbal zijn beleidsmakers.
• Sportonderzoekers verkopen hun metier slecht.

Koen Breedveld is directeur van het W.J.H. Mulier Instituut. Van 1999 tot 2008 werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor het project Rapportage sport.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.