3 december 2013
Opinie
door: Sandra Meeuwsen
Het is eind 2013; op alle fronten is het soberheid troef. De oude economie kraakt in haar voegen, ondanks talloze maatregelen en injecties. De bancaire wereld – door velen beschouwd als de bron van alle ellende - heeft de re-setknop nog niet weten te vinden. Beproefde wetmatigheden werken niet meer. Zowel wetenschappers als politici blijven vooralsnog het antwoord schuldig. Hoe reageert de sport op deze crisis?
Binnen de gevestigde orde van de georganiseerde sport heerst een gevoel van onbehagen en onzekerheid, vanwege het afbrokkelen van praktijken die hun langste tijd gehad hebben. De Lotto-bestedingen in de sport dalen gestaag, met forse consequenties voor de infrastructuur van bonden en NOC*NSF. Lokaal moeten gemeenten hun kerntaken herijken, onder invloed van de recessie en de decentralisatieopgaven binnen het sociale domein. Dit heeft grote gevolgen voor de verworvenheden van verenigingen; reguliere subsidies verdwijnen en worden op z’n best vervangen door prestatiecontracten. Tarieven worden stapsgewijs kostendekkend gemaakt en accommodaties kunnen niet meer gebouwd of vervangen worden.
Het valt op dat er vanuit de sport weer veel melodramatische verhalen voorbijkomen. Gemeentelijke bezuinigingen die de sport extra hard zouden treffen, de zwembadenproblematiek, de leegloop van verenigingen, de bestuurlijke teloorgang van diverse bonden. Natuurlijk zijn er feiten die voor zich spreken. Deze crisis treft immers alle via subsidies in stand gehouden sectoren.
De vraag is evenwel: is er een ander antwoord mogelijk dan de klassieke reflex van een collectieve aanklacht richting ‘de overheid’, gecombineerd met het bejubelen van de vele verdiensten van sport...? Nog altijd blijkt de verleiding groot om het glas half leeg te schenken in de hoop op genade. Dit collectieve ritueel heeft ook vele decennia het gewenste effect gehad. Maar in deze tijd kan niet meer als vanouds op medelijden van overheidswege worden gerekend. En ergens is dat maar goed ook.
Hoewel de sportvereniging in de kern het ultieme voorbeeld is van de participatiesamenleving op microniveau, is het voor veel verenigingen nu vooral een kwestie van tanden op elkaar en overleven. Of niet, en dan omvallen; ook dat proces is gaande. Survival of the fittest? In zekere zin wel, en de vraag is of dat erg is. Twintig jaar verenigingsondersteuning heeft één ding aangetoond: het duurzaam versterken van sportclubs met ondersteuning van buitenaf is heel erg lastig. De sterkste verenigingen waren dat al ver voor de explosie van talloze varianten van gesubsidieerde ondersteuning, en wel op eigen kracht. Hoe kunnen we dat unieke vermogen, die veerkracht activeren in deze andere tijd?
Want gelukkig laat zich ook een nieuw, inspirerend verhaal steeds krachtiger horen. Dat van het glas dat bijna overstroomt, dat van groei en innovatie, op eigen kracht, tegen de stroom in. Ik krijg de indruk dat de vernieuwende kracht van sport zich op dit moment vooral lokaal laat zien. Een mooi voorbeeld hiervan is de qua aanbod en organisatie unieke opzet van zowel Voetbalschool Voetjebal als Hockeyschool Panasj. Buiten de gebaande paden om ontwikkeld, staat hier inmiddels een volwassen aanbod, dat voorziet in de behoefte aan flexibele varianten van traditionele verenigingssporten als voetbal en hockey. Er blijkt gewoon ruimte op ‘de markt’ om kostendekkend dergelijke innovatieve programma’s te exploiteren.
Daarnaast worden met de laatste restjes publieke middelen ook andere ambitieuze groeiprogramma’s opgetuigd. Creatief ondernemerschap binnen onverwachte coalities, burgerkracht in combinatie met kleinschaligheid. De lijst met via de Sportimpuls-subsidieregeling van startbudget voorziene initiatieven is werkelijk indrukwekkend. Hoewel er best nog wat te verbeteren valt aan de procedure van deze regeling, heeft de dynamiek rond de eerste twee tranches op lokaal niveau al veel in beweging gebracht.
Een actueel voorbeeld hiervan: de samenwerkende Amsterdamse atletiekverenigingen, verenigd binnen de Stichting Amsterdam Atletiek, hebben onder de noemer ‘Amsterdam maakt werk van beweging’ een loop- en coachingsprogramma voor werkzoekende stadsgenoten in de steigers staan. De clubs zetten eigen trainers in die gebruik leren maken van webbased tools – een eigen app en Facebook-omgeving - en terug kunnen vallen op experts richting deze doelgroep. Op termijn is het streven dergelijke programma’s ook voor andere ‘markten’ te ontwikkelen en ex-deelnemers op te nemen binnen het verenigingsleven of hier een eigen aanbod voor te handhaven.
Met de derde tranche Sportimpuls op komst – vanaf februari kan opnieuw worden aangevraagd – weten lokale partners elkaar nu al weer te vinden. Wij zijn tenminste al door diverse ambitieuze plannenmakers benaderd. Geweldig! Natuurlijk komt niet elk initiatief vlekkeloos van de grond, maar er is wel sprake van ondernemerschap, daadkracht, van creativiteit en verbinding. En als er iets nodig is in deze tijd, is het dat laatste wel: elkaar weten te vinden en de beschikbare kennis, ervaring en capaciteiten verbinden.
Naast de Sportimpuls kunnen lokale partners ook inhaken op de mogelijkheden binnen programma’s als Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). Het aantal JOGG-gemeenten groeit gestaag richting de veertig. Voor aanbieders van sport en bewegen betekent dit meer kansen om samen te werken met partners in de sfeer van preventie en zorg, binnen een internationaal beproefde aanpak. Daarnaast zijn bijna alle gemeenten richting de collegewisseling volgend jaar bezig met een herijking van de inzet van combinatiefuncties / buurtsportcoaches. Ook hier ontstaan nieuwe kansen om aan te haken bij een lokale uitvoeringspraktijk, ten dele gefinancierd door publieke middelen.
In alle gevallen geldt tegenwoordig wel: zonder eigen investeringen lukt het niet. De PPS-modellen (PPS staat voor: Publiek Private Samenwerking) zijn niet meer weg te denken. Waarbij samenwerking met private partners al lang niet meer alleen gaat om een geldelijke bijdrage, maar om een breed palet aan services: personele inzet, gezamenlijke productontwikkeling, exposure, beeldvorming.
Afgelopen week nog mochten wij in de gemeente Nijkerk de aftrap verzorgen van ‘Nijkerk Sportief en Gezond’, het brede preventieprogramma waarin sport, zorg en onderwijs elkaar gevonden hebben. Als eerste private partner sloot de Bieze Food Group aan, een sterk Nijkerks bedrijf, dat graag mee-investeert in een gezonde bevolking. JOGG en Buurtsportcoaches dalen hier in binnen een gemeentebreed programma, waarmee ook de sport op een hoger plan komt.
Duurzaamheid van dergelijke programma’s vraagt om toepassing van PPS-modellen; binnen de JOGG-aanpak is dit zelfs één van de vijf pijlers. Ook het wegvallen van de gemeentelijke cofinanciering voor bestaande combinatiefuncties / buurtsportcoaches vraagt ook om inventieve oplossingen, bijvoorbeeld het inbrengen van bestaande fte’s van partners uit flankerende domeinen, zoals gezondheidszorg en jeugd- / jongerenwerk. Alleen zo kan deze extra werkcapaciteit behouden blijven voor de sport.
Wij werken volgens een slimme multiplier aanpak, waarin zogenoemde ‘Buurtsportteams’ van ervaren professionals, trainees en vrijwilligers verbindingen smeden tussen sport, zorg en onderwijs. Met 1 fte rijkssubsidie creëren wij via deze formule toch een output ter waarde van 2,5 fte. Altijd welkom in het domein van sport en bewegen! Zelfs bij het ontbreken van gemeentelijke cofinanciering lukt het om zo nog de gewenste output te realiseren.
En er is meer. Wie als ‘speler’ (trainee) binnen deze formule doorgroeit naar ‘aanvoerder’ en vervolgens zelfs ‘teamcoach’, krijgt de mogelijkheid om te participeren in een lokale coöperatie volgens de Buurtsportteam-aanpak. Hiermee kan onze aanpak op organische wijze de groei doormaken die de markt vraagt. We richten dit partnership in als een franchise-organisatie, met een centrale back up voor de benodigde inhoudelijke kennis, financiële ondersteuning en juridische bescherming. De coöperatieve organisatievorm borgt een optimale samenwerking tussen publieke en private partijen op lokaal niveau.
Dus waar staat de sport? Aan het begin van een nieuwe tijd, waarin eigen ondernemerschap voorop staat, en samenwerking het sleutelwoord vormt. Meer voor minder, in een tijd waarin veel meer kan dan voorheen. Toeleidende structuren - zoals provinciale sportservices of sportbonden en koepels - zullen mee moeten in deze transitie, of ze willen of niet. Anders zullen er spontaan andere, beter passende structuren ontstaan (zie boven!), want in een tijd waar niets meer heilig is geldt de wet van de minste weerstand.
Sandra Meeuwsen is mede-eigenaar van Bureau Sportimpuls.nl, dat sportorganisaties en gemeenten begeleidt bij het optimaal gebruikmaken van alle regelingen binnen het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’. Meer informatie is te vinden op www.sportimpuls.nl. Daarnaast is zij beschikbaar als JOGG-coach voor startende JOGG-gemeenten en is zij als Academic Advisor verbonden aan de Wagner Group bv.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.