9 januari 2024
Opinie
door: Marieke Pronk–Backer Dirks
Het is 2034. We kijken vanuit de gemeenten samen met de inwoners Nouri, Mike en Anne terug op een periode van tien jaar. Het waren roerige tijden; schaarste, pandemieën, oorlogen dichtbij huis, klimaatverandering en een steeds groter wordende kloof in de Nederlandse samenleving.
Gelukkig konden Nouri, Mike en Anne blijven sporten en bewegen bij hun lokale sportorganisaties. Hier konden ze plezier hebben, trainen en deelnemen aan wedstrijden. Hier ontmoetten ze andere inwoners. Inwoners die ze normaal niet zouden ontmoeten. Ook voelden ze zich hier thuis en werkten ze aan hun gezondheid. En deze sportorganisaties werkten samen met de onderwijsinstellingen, lokale partners, Rijksoverheid en gemeenten om de Nederlandse samenleving een beetje mooier te maken.
Wat zijn de grootste veranderingen geweest voor Nouri, Mike en Anne de afgelopen tien jaar?
Alhoewel de schaarste in ruimte, geld en personeel steeds duidelijker werd voor alle inwoners, konden Nouri, Mike en Anne wel blijven sporten in de buurt. De gemeenten bleven de lokale sportorganisaties steunen en ze stimuleerden slimme samenwerkingsrelaties tussen commerciële sportorganisaties en de traditionele sportverenigingen. Op die manier ontstonden er hybride sportorganisaties die deels de traditionele sportactiviteiten organiseerden met de sportbonden en daarnaast de nieuwe sportactiviteiten van de ondernemende sportorganisaties. Nouri vertelt:
‘Als bestuurslid van de sportvereniging merkten we acht jaar geleden dat we niet langer alles konden blijven doen. We hadden onvoldoende vrijwilligers om de vereniging overeind te houden. Gelukkig hebben we een mooie samenwerking opgezet met de lokale fitnessvereniging. Nu hebben we gezamenlijke activiteiten, delen we personeel en ruimtes voor activiteiten, vullen we elkaar aan en hebben we gezamenlijk meer nieuwe leden weten te trekken.’
Ook werden de financiële drempels om te sporten opgeheven. Iedereen die wil sporten kan nu sporten. De wirwar van regelingen voor sport, armoede en zorg die tien jaar geleden gold in verschillende gemeenten zijn vervangen door één sportfonds. En daarmee werd de sport toegankelijk voor meer inwoners dan daarvoor. Mike vertelt:
‘Toen mijn kinderen tien jaar geleden wilden sporten, moest ik allerlei verschillende formulieren invullen om een extra bijdrage van de gemeente aan te vragen. Ik moest dan langs verschillende balies om dat te regelen. Gelukkig kon ik wel terecht bij de mensen van de gemeente. Zij hielpen dan met de aanvragen. Nu is het veel makkelijker en is het geregeld via één aanvraag bij het sportfonds.’
Ook lukte het de gemeenten om bewust keuzes te maken bij het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte. Zo zagen Nouri, Mike en Anne dat er in hun gemeenten voldoende groen werd aangelegd met daarbij ruimte voor sport en spelen. En bij de inrichting van nieuwe wijken en sportcomplexen werd bewust gekozen voor een gezonde en duurzame inrichting met voldoende ruimte voor de sport -en welzijnsinstellingen.
Tot slot merkten de inwoners dat de sport weer veiliger werd. Anne vertelt:
‘Onze kinderen zagen op televisie dat er steeds meer incidenten waren van geweld en agressie op en rond de sportvelden. Het leek normaal te worden. Daarna zagen ze dit ook bij hun eigen sportclubs. Ouders, trainers en coaches toonden agressief gedrag langs de velden. Kinderen leerden dat het normaal was om agressief gedrag te tonen, als je verliest of het niet eens bent met de scheidsrechter. Dit moest echt aangepakt worden.’
Na vele incidenten van agressie en geweld op en rond de velden, werden er door de gezamenlijke partners in de sport grenzen gesteld. Er kwamen meer regels, afspraken en kaders en die werden nageleefd. En daarmee konden de inwoners weer op prettige en veilige wijze sporten bij hun eigen sportorganisatie. En dat was nodig om de toekomst van de sport veilig te stellen en de intrinsieke waarden van sport te behouden.
Kortom, binnen de gemeenten bleef de sport hoog op de agenda staan. Dit kwam mede door de invoering van de Sportwet en de Omgevingswet. Hierdoor werd het makkelijker om sport een onderdeel te laten zijn van andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijk beleid, beleid rondom bestaanszekerheid, het jeugdbeleid, onderwijsbeleid en het gezondheidsbeleid. Dit konden de inwoners merken in hun leefomgeving. De sport bleef toegankelijk, duurzaam en lokaal georganiseerd.
Daarom zijn Nouri, Mike en Anne heel blij met de inspanningen van alle lokale sport- en welzijnspartners, onderwijsinstellingen, rijksoverheid en de gemeenten. De uitdagingen in de samenleving waren groot de afgelopen tien jaar, maar gelukkig konden de inwoners blijven sporten en bewegen. Dat gaf plezier, verbroedering, ontmoeting en hoop.
Mede namens de inwoners van de 342 andere gemeenten wens ik iedereen in de sportsector een mooi 2024!
Marieke Pronk–Backer Dirks is concerndirecteur bij de gemeente Diemen. Ze is hier o.a. verantwoordelijk voor het sociaal domein, waar ook Sport en gezondheid toe behoort. Ook is ze bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Klim – en Bergsportvereniging (NKBV), met de portefeuille Sportklimmen en Topsport. In 1997 heeft Marieke meegedaan aan de Wereldkampioenschappen Roeien.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.