Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Liever een broodje kaas dan een coq au vin

Liever een broodje kaas dan een coq au vin

13 januari 2009

Opinie

door: Frank van den Wall Bake

‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, is een uitspraak die bij ons Hollanders voor in de mond ligt. Wij zijn een volk van schoolmeesters en dominees, een volk dat zich koestert in middelmatigheid. Hang je onder die middelmaat, dan ben je zielig en word je door een ieder omhoog getrokken; steek je er bovenuit, dan ben je vast en zeker een boef en wordt je kop eraf gehakt.

Wij zijn calvinisten en vinden mensen die scoren zelfzuchtig en asociaal. Toen ik, als fervent autoliefhebber, jaren geleden, na lang sparen, een tweedehands Porsche kocht, durfde ik er op een gegeven moment niet meer mee naar mijn klanten. Als het al niet recht in mijn gezicht werd gezegd, dan lieten de blikken geen enkele twijfel. ‘Zeker van mijn centen gekocht’. Nu zou je kunnen zeggen dat zo'n houding meer zegt over mijn klanten dan over mij, maar ik voelde me hoe dan ook niet op mijn gemak. Dus verkocht ik hem maar weer, maar het is natuurlijk te zot voor woorden.

Als wij als natie de barrières willen overwinnen op weg naar een structureel topsportklimaat, iets wat we gelukkig graag willen, dan zullen we moeten beseffen dat de lobby in het pluche van de internationale sportwereld, een onmisbare schakel is. En aangezien de ketting zo sterk is als de zwakste schakel, zullen wij driftig aan de bak moeten. Wij zullen veel meer bestuurders moeten hebben in internationale bonden en dat moeten geen toehorende toeristen zijn, maar meedenkers en meepraters, waarnaar wordt geluisterd. We zullen het daarin dus niet moeten hebben van toevalstreffers. We zullen jonge, talentvolle mensen moeten selecteren en deze moeten opleiden tot volwaardige sportbestuurders. Het is namelijk een vak. Een vak waarin wij, vanuit onze genen uitermate onhandig zijn. Een broodje kaas en een glas melk voor ons en onze gast, terwijl gesoigneerde lunches in een sterrenrestaurant beter zouden werken.

En laten we ons vooral niet verschuilen achter de lovende woorden, die wij vanuit de buitenlandse sportwereld horen. Die woorden zijn namelijk woorden van respect voor de Pieter van den Hoogenbands van deze wereld, de Sven Kramers, de Guus Hiddinks, de Anky van Grunsvens, de Marco van Bastens, de Richard Krajiceks, de Dick Advocaats, de Wesley Sneijders en de Esther Vergeers. Het zijn geen woorden van respect voor onze bestuurders. Want die zijn er niet of nauwelijks en als onze nationale bondsmensen af en toe in het nieuws zijn, dan is dat omdat de boel financieel in het honderd is gelopen of omdat zij met iedereen ruzie hebben of omdat zij zijn vergeten atleten in te schrijven voor een WK of EK.

De afgelopen jaren verkeerde ons land in de toevallige en voor ons doen gelukkige situatie dat wij maar liefst vier IOC-leden hadden. Naast de immer aanwezige Anton Geesink en onze Prins Willem Alexander was daar de voormalige baas van het internationale wielrennen, Hein Verbruggen en de voormalige baas van het internationale hockey, Els van Breda Vriesman. De twee laatste zijn intussen helaas exit. De één (Hein) omdat hij het, na vele drukke en enerverende jaren, voor gezien hield. Els daarentegen, maakte de klassieke (Nederlandse) fout dat zij dacht dat prestaties uit het verleden een garantie zouden zijn voor de toekomst. Zij leunde achterover en beperkte zich tot berichtgeving via haar website. Zodoende gaf zij haar grote concurrent, de Spanjaard Leandro Negre, alle ruimte. Leandro reisde de wereld rond en bood ongetwijfeld veel copieuze lunches aan en nergens een broodje kaas. Leandro won eind november dan ook de wedstrijd van Els. Met een minimum verschil. Een verschil dat zo klein was, dat Els met een beetje meer uitgekiend lobbywerk ongetwijfeld over Leandro zou zijn heen gewalst. Dus verloren ‘wij’ die hoogste stoel van een belangrijke sportbond en ook het daaraan gekoppelde IOC-lidmaatschap.

Ik mag al ruim een jaar deel uitmaken van de ‘Club van 28’. Een groep van personen met enige status in de wereld van sport, sponsors en media. Een groep, die zichzelf tot doel heeft gesteld het creëren van een structureel topsportklimaat in ons land en dus niet, zoals constant en overal wordt geroepen, het binnenhalen van de Spelen (in 2028). Die Spelen zijn natuurlijk leuk, maar zij vormen ‘slechts’ een middel. Een middel, dat een automatisme zal zijn als we er met z'n allen eenmaal in slagen het doel, een blijvend topsportklimaat, te bewerkstelligen.

Een belangrijk onderdeel, zeg maar rustig een cruciale bouwsteen, van een goed en blijvend topsportklimaat is het organiseren van smaak- en spraakmakende topsportevenementen in eigen land. Daarvoor zijn niet alleen perfecte accommodaties nodig. Minstens even belangrijk zijn ‘friends in high places’. Aan die accommodaties wordt hard gewerkt en dat gaat wel lukken, maar we gaan er met z'n allen nog veel te veel van uit dat die beslissingen om EK's en/of WK's toe te wijzen aan Nederland vervolgens vanzelf gaan komen. Zo werkt het dus niet. Zonder die ‘friends’, gaat dat namelijk niet lukken. Wij leiden sporters op. Wij zijn daar goed in. Herkennen talent en weten precies wat alle volgende stappen zijn op weg naar de top. Wordt het, in de wetenschap dat die talenten nog beter gedijen in een structureel topsportklimaat, niet eens tijd dat we nu ook de stap maken naar een structurele bobo-opleiding? In plaats van volop ruimte laten voor in het dagelijks leven niets presterende egomannetjes met geldingsdrang. Voor de goede orde: ik generaliseer, maar we moeten nu eindelijk eens af van het fenomeen waarin sportbestuurders niet worden geselecteerd op kwaliteit, maar op beschikbaarheid.

We hebben de voor de hand liggende en in management en coaching gespecialiseerde partners als Ernst & Young, BMC en PricewaterhouseCoopers al aan boord als gevestigde sponsors van sport. Wat let ons dan die stap te maken? Eén ding! Laten we de opleiding in hemelsnaam niet in eigen hand nemen. Voordat je het weet worden de verkeerde talenten geselecteerd. ‘Talenten’ die op de fiets komen met onder de snelbinders een lunchtrommeltje met een bruine boterham met kaas. We moeten voor deze klus dus een aantal Zuid-Europeanen of Latijns-Amerikanen aantrekken met een hoog ‘savoir vivre’-gehalte.

Frank van den Wall Bake richtte in 1978 Trefpunt op, en begon in het jaar 2001 met zijn eigen bedrijf Van den Wall Bake Consult. Hij werkte als sponsoradviseur mee aan de ontwikkeling van het Holland Heineken House en stond aan de wieg van o.m. het Rabobank Wielerplan, de Amstel Cup, de Team Telfort-schaatsploeg, het Shell jeugdvoetbal, de PTT Telecompetitie en de KPN Eredivisie. Voor meer informatie: www.vdwbconsult.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.