Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Liane hilhorst reageert op column mr edward van bommel

Liane Hilhorst reageert op column mr Edward van Bommel

18 mei 2010

Opinie

Reactie op ‘Het wezen gaat voor de schijn’

Het artikel van mr Van Bommel, getiteld ‘Het wezen gaat voor de schijn’ gaat uit van de veronderstelling dat als er een eenzijdig optiebeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst van de beroepsvoetballer dit er toe leidt dat de arbeidsovereenkomst van meet af aan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geweest. Mr van Bommel beargumenteert deze stelling onder meer door te verwijzen naar artikel 7:667 BW. Deze wetsbepaling bepaalt, onder andere, dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt als de tijd waarvoor deze is aangegaan is verstreken. Wanneer de einddatum niet vooraf objectief, dat wil zeggen onafhankelijk van de wil van partijen is vast te stellen, kan worden gesteld dat de arbeidsovereenkomst een overeenkomst voor onbepaalde tijd is.

Indien een eenzijdig optiebeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst, dan is de definitieve einddatum niet vooraf bepaald. Dat daarmee sprake zou zijn van een situatie waarin, zoals het artikel stelt, de einddatum niet objectief is vast te stellen, ligt echter genuanceerder. Het argument dat de werkgever eenzijdig bepaalt of de optie tot verlenging wordt ingeroepen en daarmee de einddatum niet objectief bepaalbaar (en dus: onafhankelijk van de wil van partijen) is, overtuigt niet. Het optiebeding van de beroepsvoetballer is weliswaar een beding dat alleen de werkgever kan inroepen maar leidt er slechts toe dat de einddatum van de arbeidovereenkomst wordt opgeschoven.

Mijns inziens betekent dit niet meer en niet minder dan dat partijen het bij aanvang van het dienstverband al eens zijn geworden over het feit dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst mogelijk kan worden opgeschoven. Op basis van de contractsvrijheid tussen partijen is dat ook mogelijk. Hiermee is het echter nog steeds een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Of het aanvaardbaar is dat een dergelijk beding later mogelijk nadelig kan uitpakken voor de voetballer doet daaraan ook niet af: In het contractenrecht en ook in het arbeidsrecht is het niet ongebruikelijk om bedingen overeen te komen die nadelig(er) zijn voor de werknemer. Als meest bekende voorbeeld noem ik het concurrentiebeding.

Tot slot zal een beroep op de werking van de redelijkheid en de billijkheid nog soelaas kunnen bieden in het geval het optiebeding in een individueel geval voor de werknemer onaanvaardbaar wordt c.q. dreigt te worden.

Het gevolg van het inroepen door de werkgever van het optiebeding in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, leidt er niet toe dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ontstaat zoals het artikel lijkt te veronderstellen. De arbeidsovereenkomst blijft naar mijn mening dezelfde overeenkomst maar, zoals gezegd, door de inroeping van het beding schuift enkel de einddatum op.

De voetballende werknemer kan de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds slechts opzeggen als dit uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. De werknemer kan zich zonder die bepaling niet beroepen op de opzegtermijnen van artikel 7:672 BW. De einddatum van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan niet eindeloos zonder gevolgen opschuiven. De wet bepaalt namelijk in artikel 7:684 BW dat een arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor langer dan vijf jaren, kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Van deze bevoegdheid kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken. Een voetballer die in verband met het (herhaaldelijk) inroepen van een optiebeding door zijn werkgever langer dan 5 jaar aan een arbeidsovereenkomst is gebonden, heeft dan uiteindelijk wel de mogelijkheid om op te zeggen.

Voorgaande laat overigens onverlet dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds wel op andere wijze kan eindigen, bijvoorbeeld door middel van wederzijds goedvinden of doordat een van de partijen om ontbinding verzoekt en verkrijgt. 

Kortom, de conclusie dat de arbeidsovereenkomst met een eenzijdig optiebeding van meet af aan dient te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, met alle gevolgen van dien voor de voetbalwereld, is mijns inziens niet juist, althans hierop kan flink worden afgedongen. De arbeidsovereenkomst die is aangegaan voor bepaalde tijd en tevens een optiebeding bevat, heeft tot gevolg dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst met instemming van beide partijen wordt opgeschoven. Het wezen van de arbeidsovereenkomst wijzigt daarmee echter niet. De ruimte ontbreekt helaas hier om de overige juridische aspecten die bij deze materie ook nog een rol spelen uitgebreid aan de orde te stellen.

Liane Hilhorst is werkzaam bij Marxman Advocaten. Voor meer informatie: 033-450 8000 of hilhorst@marxman.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.