18 december 2012
Opinie
‘Je gaat het pas zien als het door hebt’. Deze uitspraak van Cruijff is één van de belangrijke lessen uit het programma Samen voor Sportiviteit en Respect (SSR). De steeds herhaalde verhalen van Cruijff zorgden ervoor dat spelers het uiteindelijk begrepen, het hadden ‘verinnerlijkt’. In ons project kwam het gegroeide inzicht niet alleen ten goede aan het spelletje zelf, maar vooral aan de manier waarop mensen met elkaar om gaan op en rond het sportveld.
Van 2009 tot 2011 werkten elf sportbonden en NOC*NSF, onder leiding van de KNHB, samen in dit SSR-programma om de trend van verharding en verruwing in de sport te doorbreken, en om te zetten in een trend van normaal en plezierig omgaan met elkaar. Het Mulier Instituut voerde in samenwerking met Kennispraktijk de monitoring en evaluatie van het programma SSR uit. Het monitoronderzoek biedt voor het vervolg van het programma SSR, het actieplan ‘Naar een Veilig Sportklimaat’ een aantal leerzame lessen.
Creëer draagvlak
Zonder urgentiebesef bij sportverenigingen, is invoeren van gedragsregels en andere bevorderende maatregelen voor sportiviteit en respect zinloos. Draagvlak bij sportverenigingen ontstaat wanneer zij met elkaar zoeken naar wat voor hen normaal gedrag is en daar beleid op maken. Zo komt er ook werkelijk iets van acties en plannen terecht. Dit kan door het thema sportiviteit concreet te maken voor (verenigings)bestuurders, persoonlijk contact te maken, hen te overtuigen van hun verantwoordelijkheden en zorg te dragen voor een aansprekend ‘etiket’ of een pakkende titel.
Draagvlak bij clubbestuurders is onontbeerlijk, maar zij kunnen het niet alleen. Ook onder overige betrokkenen zoals trainers, aanvoerders, scheidsrechters is dit van groot belang. Helderheid over de verschillende rollen daarbij is uitermate belangrijk. De betrokkenheid van ouders in dit geheel blijft lastig en verdient extra aandacht.
Maatwerk is noodzakelijk
Voor gerichte maatregelen is het voortdurend registreren van overtredingen en wangedrag noodzakelijk. Alleen dan ontstaat inzicht in waar en wanneer zich verschillende (type) problemen voordoen. Daarnaast is inzicht nuttig in welke (type) verenigingen betrokken zijn en actief met het thema aan de slag (willen) gaan. Acties kunnen dan zoveel mogelijk aansluiten bij hun bestaande werkwijze en op maat worden aangeboden.
Uiteindelijk gaat het om het beïnvloeden van gedrag en cultuur. Wat wordt beoogd, is dat het een vanzelfsprekendheid is dat men zich houdt aan bepaalde (omgangs)regels en zich ook daadwerkelijk zo wil gedragen. Daarbij is kennis over wat werkt onmisbaar. Tijdens het spelregelonderzoek bijvoorbeeld kwam naar voren, dat bepaalde spelregels binnen de wedstrijd sterk zelfcorrigerend kunnen werken. Een goed voorbeeld daarvan is de ‘selfpass’ bij hockey. Mekkeren levert direct meters achterstand op, zodat het voor de aanvallers makkelijker is om te scoren. Zo benadeelt een speler die regelmatig een onnodige overtreding maakt zijn hele team. Met het ontwikkelen van dergelijke ‘slimme’ regels is nog de nodige winst te boeken.
Het succes van de invoering van gedragsregels hangt ook sterk samen met de wijze waarop men dit doet; het proces. Enthousiasme bewerkstelligen, bewustwording creëren, zorgen voor draagvlak, humor en niet te belerend overkomen zijn belangrijke aandachtspunten bij de implementatie van gedragsregels.
Werk samen
Uitwisseling van kennis en ervaringen, maar ook klankbordwerking tussen bonden en verenigingen blijkt van grote waarde. Het is lang niet altijd mogelijk een succesvolle maatregel uit de ene tak van sport te kopiëren naar andere. Daarvoor zijn ervaring, organisatiewijze en cultuur van de sporten vaak te verschillend. Maar, krachten bundelen én wanneer nodig te differentiëren geeft een boost aan de sfeer op de club.
Houd vol!
De grootste uitdaging bij het implementeren en het bevorderen van sportiviteit en respect, is dat er continuïteit wordt bereikt. Sportiviteit en respect moet in het DNA van de vereniging komen en terug te vinden zijn in de strategische beleidsplannen van bonden en verenigingen.
Het gaat om de bewustwording van gedrag en dat betekent voortdurende aandacht daarvoor. Het werven en ondersteunen van duurzame ‘sportiviteit en respect promotors’ onder de verschillende groepen (bestuurders, scheidsrechters, trainers, coaches, sporters en ouders) kan daaraan bijdragen. Het programma SSR heeft al het nodige bewerkstelligd op bonds- en verenigingsniveau. Een mentaliteits- en attitudeverandering is aan het plaatsvinden onder sportbestuurders in alle lagen van de sport tot aan de verenigingen.
Maar nog lang niet bij alle sportbonden en verenigingen is sportiviteit en respect een (blijvend) agendapunt. Een mooie ambitie die ook verwoord wordt in de uitwerking van het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’: alle bonden zijn op de hoogte van het actieplan. Bestuurders, trainers, coaches, scheidsrechters, ouders, (jeugd)sporters zijn zich bewust van het belang van gewenst gedrag in de sport (VWS, 2011). Het verhaal van sportiviteit en respect moet je blijven vertellen de komende jaren om deze ambitie te verwezenlijken. Want ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.
Voor meer informatie over het onderzoek: J.vankalmthout@mulierinstituut.nl. Meer informatie over het programma SSR en het actieplan VSK: marijke.fleuren@knhb.nl
Janine van Kalmthout is werkzaam voor het Mulier Instituut.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.