Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Langstudeerwet frustreert studerende topsporter

Langstudeerwet frustreert studerende topsporter

10 mei 2011

Opinie

door: Maurice Leeser

Eind april 2011 loodste Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) van Onderwijs het wetsvoorstel om langstudeerders meer collegegeld te laten betalen zorgvuldig door de Tweede Kamer. Studenten mogen een jaar langer doen over zowel hun bachelor- als hun masteropleiding tegen het normale collegegeldtarief van € 1.672. Elke student die vanaf september 2012 nog meer vertraging oploopt, betaalt jaarlijks een boete van € 3.000 en raakt zijn OV-jaarkaart kwijt. In deze Wet is geen uitzonderingspositie gecreëerd voor topsporters. Het is de verwachting dat deze regeling ongeveer een paar honderd sporters treft, gekapitaliseerd in een jaarlijkse boete van ongeveer € 1 miljoen. Succesvolle Olympische en Paralympische sporters die in 2012 worden gehuldigd door de ene minister krijgen in 2013 een fikse boete van de andere minister.

Het feit dat er geen uitzonderingsregeling voor topsporters is gecreëerd, bevestigt mijn vermoeden dat het ministerie van OCW weinig heeft met het Olympische Plan in het algemeen en de Top 10 ambitie in het bijzonder. En dat is op zijn zachtst gezegd merkwaardig. De Rijksoverheid heeft het Olympisch Plan omarmd en de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in Centra voor Topsport en Onderwijs. Verder is het opmerkelijk omdat de afgelopen jaren gebleken is dat steeds meer topsporters er in slagen om nog tijdens hun loopbaan sport te combineren met werk of een studie. Ze wachten niet meer met het zoeken naar een baan tot het einde van hun carrière nabij of bereikt is. Ze leggen tussen trainingen en wedstrijden de basis voor hun tweede leven. En dat is zeer noodzakelijk, omdat het cruciaal is voor een soepele overgang van een topsport- naar een maatschappelijke carrière. Met de nieuwe Wet wordt het topsporters er niet makkelijker op gemaakt om ‘het zwarte gat’ te vermijden. Daar heeft de Rijksoverheid ook geen baat bij en deze snijdt zich hiermee dus in zijn eigen vingers.

Verder lobbyen richting leden van de Eerste Kamer lijkt vergeefs, omdat een meerderheid van VVD, SGP, ChristenUnie, PVV en CDA vóór het wetsvoorstel heeft gestemd. Er dient dus nu nagedacht te worden hoe we onze topsporters, die over het algemeen toch al geen fatsoenlijk inkomen verdienen met topsport, in de nabije toekomst beter kunnen faciliteren om te studeren. Topsporters verdienen beter en daarom presenteer ik de volgende drie voorstellen:

1)  Het ministerie van OCW reserveert met ingang van het collegejaar 2012–2013
€ 2 miljoen voor een regeling voor extra studiebegeleiding voor studerende topsporters.

Door de ‘langstudeerwet’ bezuinigt de staatssecretaris ongeveer € 370 miljoen. Dit bedrag dient volledig terug te vloeien naar het onderwijs. Van dit bedrag investeert het ministerie van OCW € 2 miljoen in extra studiebegeleiding voor topsporters. Het onderwijs wil tenslotte af van de zesjescultuur en er moet meer ruimte komen voor excellentie. Wie zijn dan betere voorbeelden dan topsporters? Gedacht kan worden aan speciale studiebegeleiders, flexibele leerprogramma’s en een digitale leeromgeving, zodat topsporters tijd en plaats onafhankelijk kunnen studeren.

2) De profileringsfondsen van het Hoger Onderwijs bieden met ingang van het collegejaar 2012–2013 aan studerende topsporters volledige boetecompensatie, mits zij gebruik maken van de extra studiebegeleiding.
Profileringsfondsen zijn fondsen bij een hogeschool of universiteit die studenten tegemoet kunnen komen in de extra kosten die ze maken bij langer studeren als gevolg van bijzondere omstandigheden. Door een volledige boetecompensatie van de profileringsfondsen delen de onderwijsinstantie en de topsporter de verantwoordelijkheid voor het studietraject en wordt de onderlinge relatie verder versterkt. NOC*NSF neemt het initiatief in de gesprekken met het onderwijs en informeert de topsporter welke onderwijsinstanties een volledige boetecompensatie aanbieden en voldoen aan topsportvriendelijke faciliteiten.

3) De georganiseerde sport en het ministerie van VWS storten vanaf 1 januari 2013 ieder jaarlijks € 1 miljoen extra in het Fonds van de Topsporter gelabeld voor studerende topsporters.
Een A–sporter heeft als inkomensvoorziening ‘het stipendium’ dat 70 procent van het minimuminkomen is. Daar is nauwelijks rond van te komen. Een topsporter in een fulltime programma die ook nog studeert heeft geen mogelijkheden om bij te verdienen. Met de extra € 2 miljoen moeten de positie en inkomen van de studerende topsporter worden verbeterd. De georganiseerde sport zou een miljoen kunnen reserveren uit de verwachte meeropbrengsten van de Lotto. Een gedifferentieerd stipendium en verhoging van het bedrag is een belangrijke eerste aanzet om tot een beter topsportklimaat te komen voor de studerende topsporter. Maatwerk leveren is daarbij essentieel. Dit geldt natuurlijk voor alle topsporters, ook die niet studeren. Zo ontvangt een thuiswonende topsporter van 21 jaar op dit moment net zoveel ‘inkomen’ als een 31-jarige topsporter met een gezin. Naast studie kan dus ook gezinssituatie een factor zijn om in aanmerking te komen voor een betere inkomensvoorziening, maar dan is echter meer nodig dan de jaarlijkse twee miljoen extra.

Topsportprestaties geven Nederland internationaal prestige. Meer dan 80% van de bevolking is trots op Nederland vanwege de topsportprestaties. De Nederlandse Sport en de Rijksoverheid hebben de ambitie uitgesproken om structureel tot de Top 10 van de beste topsportlanden ter wereld te behoren. Een gemiste kans van staatssecretaris Zijlstra derhalve om voor topsporters geen uitzondering te creëren in de langstudeerregeling. Wat dat betreft kan hij wat leren van onze topsporters als het gaat om inclusief denken en handelen.

Topsporters moeten zich kunnen profileren op het allerhoogste internationale niveau. Zowel tijdens als na hun topsportcarrière. Een sterke band tussen onderwijs en topsport is daarbij onontbeerlijk. Aan de sport én aan de studie dus!

Voor reacties: zie de button onder dit artikel

Maurice Leeser is vanaf eind 2008 directeur van de Koninklijke Nederlandsche Roei Bond. Daarvoor werkte hij vanaf 2006 bij het ministerie van VWS en vanaf 2003 bij Gehandicaptensport Nederland. Van 1999 tot 2003 was Leeser in dienst bij het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo, nu de Dopingautoriteit).

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.